donderdag 29 oktober 2020

Eenzame kerst!

De kerst wordt anders, zegt Jacco Wallinga in het BD. Jacco is rekenmeester bij het RIVM en weet precies hoe de coronahazen lopen. In het BD las ik dat zijn zoontje aan vader Jacco vroeg: ‘wanneer is corona nou eens afgelopen? ‘Vader Jacco moest even glimlachen bij de vraag van zijn zoontje. Hij zei: ‘dat duurt nog even’. En dat wilde zijn zoontje niet horen van zijn vader. Nee, natuurlijk niet. Wie wel? Misschien vindt vader Jacco het niet zo erg dat het nog een poos duurt, want Jacco is nu een bekende BN’er. Het is nu een man die ertoe doet, want Jacco kan cijfers analyseren als het beste jongetje van de klas. Dat kon hij natuurlijk al een hele poos, maar wel in de luwte van de samenleving.

Nu staat Jacco op het podium en daar wil hij nog best een poosje mee doorgaan zo te zien aan zijn blik op de foto in het BD. Dus zegt hij met enig gemak: de kerst zal er dit jaar anders uitzien. Geen families rond de kerstboom, geen kerstcadeautjes uitpakken, geen kerstbrood met elkaar delen, het ontroerende kerstliedje ‘we komen tezamen’ wordt in de ban gedaan. Dat mag niet worden gezongen, want anders krijg je straf. We kunnen ook niet naar een in kerstsfeer gehuld restaurant voor een vijfgangen kerstmenu. Nee, hoogstens voor een afhaalmenu dat je thuis nog moet opwarmen. Het wordt dus een eenzame stille kerst in slobbertrui en joggingbroek, want buiten is het grauw en kil.

Vooruitlopend op de woorden van Jacco heb ik op Spotify alvast gezocht naar het liedje ‘Eenzame Kerst’ van Andre Hazes. Het liedje begint met: ‘Ik zit hier heel alleen kerstfeest te vieren, de straf die ik verdiend heb zit ik uit’. Het lijkt warempel of Andre Hazes een vooruitziende blik had, de openingszin van het liedje kan niet toepasselijker. Want we worden gestraft voor ons ongehoorzaam gedrag. We luisteren niet naar de bovenmeester. En dus worden we mentaal en lichamelijk enorm gegijzeld. Intussen druipt inmiddels bij veel mensen het chagrijn van hun gezicht, alhoewel dat ik dat minder goed meer kan zien door al die snotterlappen die voor iemands neus en mond hangen. Gisteren kwam ik nog iemand tegen: Ha George, hoe gaat het met je? Kennelijk een kennis, maar ik herkende haar niet. Dat bedoel ik!

En nu het RIVM toch de baas is zal de jaarlijkse kersttoespraak – omdat ons koningspaar met kerstmis in Griekenland vertoeft -door Jaap van Dissel worden uitgesproken. Jaap kan dat wel met zijn zalvende stem. Jammer is wel dat zijn stem niet helend is, immers net als het virus treedt hij in herhaling met zijn woorden. Even klinken zijn woorden opbeurend: ‘we zien een afvlakking in de dagelijkse aantallen besmettingen’. Maar dan: ‘een zekere daling is er nog niet, en die is wel nodig om de druk op de ziekenhuiszorg te verlichten’. En Jaap van Dissel zal eindigen met éen Mea Culpa. Afsluitend zingt een Hemelse Andre Hazes: ‘ik zit hier alleen kerstfeest te vieren’.  

donderdag 22 oktober 2020

In de war!

In de talkshow Op1 pleitte Ginny Mooy, antropoloog en lid van het Red Team voor een totale lockdown van vier weken. Het Red Team vind ik vergelijkbaar met het A-team van de tv-serie in de jaren tachtig. Het A-team loste alle problemen op. Niet goedschiks, dan kwaadschiks. Viroloog Ab Osterhaus, ook aanwezig in Op1, knikte instemmend. Ab Osterhaus absoluut niet een plezierige viroloog, maar dit keer wil ik wel een keer - nu red woman Ginny Mooy het voortouw neemt - hen het voordeel van de twijfel geven. Zij willen vier weken alles op slot. Oké, maar dan ook echt alles op slot om daarna volledig los te gaan. Dus nu alles in de stilstand. Iedereen – niemand uitgezonderd – moet vier weken verplicht binnenblijven. Het zorgpersoneel blijft overnachten in ziekenhuizen of verzorgingstehuizen. Alle daklozen worden opgevangen in leegstaande hallen. 

Alle inwoners van ons land krijgen van de overheid, alsof we naar de maan gaan, en dan gaan we zo langzaamaan ook, een pakket astronautenvoeding om te kunnen overleven. Ter geruststelling: je mag ook eerst je eigen voorraadkast leegeten en op een bepaalde dag gaan inslaan. Hamsteren maar…..! Hiertoe ontvang je van betweter, genaamd het Red Team, een uitnodiging met datum en tijdstip. Nee, je kunt niet per se naar je favoriete winkel. En verder: na 19.00 uur mag er ook geen alcohol meer worden gedronken, anders wordt je misschien aanhalig. O ja, je mag ook niet knuffelen. Een verplichte app op je IPhone of Smartphone registreert als je toch drinkt en knuffelt. Er komt dan meteen een virtuele handhaver langs die een boete uitschrijft van 250 euro. De totale lockdown houdt ook in: geen nieuws, geen coronastatistieken, geen deskundigen op radio en tv. We mogen alleen luisteren naar muziek en kijken naar films of series. Er komt ook een kliklijn voor het melden van overtredingen.

Meen ik dit? Nee, natuurlijk niet. Maar mijn hoofd is in de war geraakt. Gelukkig ben ik niet de enige. Ook bij het Ministerie van Defensie zijn in de war geraakt, want ineens vallen meiden vanaf 17 jaar voortaan onder de dienstplicht. Prinses Amalia is 17 en ontspringt de dans ook niet. Vandaar dat ze natuurlijk liever in Griekenland was gebleven. Alle deze – ongeveer honderdduizend meiden - krijgen een brief van het Ministerie van Defensie waarin staat dat ze staan ingeschreven voor de militaire dienstplicht. Minister Ank Bijleveld sprak in een persoonlijke videoboodschap de jonge meiden bemoedigend toe. ‘Kom bij defensie werken, dat is goed voor de emancipatie. Gelijke rechten voor jongens en meisjes. Defensie is nog te veel een mannending’. 

Bij een nieuwsrubriek werd aan een paar meiden gevraagd wat ze hiervan vonden. Ik bespeurde nogal weinig enthousiasme. Maar waarom nu ineens? De dienstplicht is immers in 1997 opgeschort, omdat de Koude Oorlog voorbij is. Tenminste, dat denken we. De taak van de krijgsmacht is verschoven naar crisisbeheersingsoperaties. En laten we daar nu juist middenin zitten. Was het in die context niet beter geweest om voor meiden uit 2003 een zorgplicht in te stellen? Of ben ik toch de enige die van het padje is, in de war is?

vrijdag 16 oktober 2020

Routekaart

In een van mijn opbergkastjes heb ik nog een aantal routekaarten liggen die ik ooit heb gebruikt voor het plannen van een route naar mijn vakantieadres. Zo heb ik routekaarten van Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië. Alleen ben ik nu als virusgevaar voorlopig niet meer welkom in deze landen. Maar los daarvan, wat moet ik nog met deze routekaarten? Weggooien? Dat vind ik ook niet zo simpel, want de routekaarten roepen mooie herinneren op. Herinneringen aan het uitstippelen van een mooie route naar mijn vakantieadres. Met de uitgespreide ANWB routekaarten op tafel, een gele viltstift in de hand markeerde ik de route. Dat was spannend en leuk om te doen, een beetje avontuurlijk zelfs.

Maar ondanks dat ik de route geel had gemarkeerd, gebeurde het weleens dat het fout ging. Soms zat ik in de auto een beetje te dromen of werd ik naar het mooie landschap gezogen. Dat duurde gelukkig maar kort, want mijn medereiziger greep dan in: ‘je moet wel opletten, anders gaan we verkeerd’. Toch ging het weleens mis en dan waren de rapen gaar. Dat leidde dan tot een vervelende stresssituatie, en maakten elkaar verwijten Gevolg: we zeiden een poos niets meer tegen elkaar, de stemming in de auto werd er niet vrolijker op. Maar dankzij de slimme GPS is dat allemaal simpeler geworden. Je tikt de eindbestemming in, en hup met de geit op weg naar je vakantieadres in Spanje of elders.

De GPS kan net als de routekaarten voorlopig in het opbergkastje. Er geldt nu slechts één routekaart, pas uitgegeven door de ANWB-afdeling van de Overheid. Nee, het is geen toeristische route die leidt van A naar B, maar het is juist een heel uitdagende route met veel haarspeldbochten die uiteindelijk moet leiden naar een virusvrij land. Je hebt het vast al door: de routekaart is bedoeld voor de bestrijding van het coronavirus. Op deze routekaart staan vaste indicatoren die het scenario bepalen: aantal besmettingen per 100 duizend inwoners, aantal ziekenhuisopnames, aantal ic-opnames, de R-waarde, het percentage verpleeghuislocaties met minimaal één besmette bewoner. Er zijn vier fases: van waakzaam tot zeer ernstig. En in de laatste fase zijn we nu gearriveerd.

Kortom, we zijn nu een ziek land dat balanceert tussen hoop en vrees. De enige troost: we zijn niet het enige land. Onze buurlanden leven ook tussen hoop en vrees. En niemand heeft vooralsnog een oplossing, niemand weet hoe het verder zal gaan. Ik at op de voorlaatste avond van de tweede horecasluiting in mijn favoriete eetcafé Buurt. Het voelde als soort van laatste avondmaal. Een Buurtvrouw die ons bedienden prijsde de speciale Buurthap aan: een rundvleespotje met heerlijke frieten. De Buurtvrouw probeerde vrolijk te zijn, maar haar ogen boven haar mondkapje keken droevig. Ze zei tegen ons: we moeten weer opnieuw dicht. ‘Wat moet ik nu, ik weet het ook niet meer, ik zie geen perspectief meer’. Wat kon ik zeggen? Weer thuis – nog onder de indruk van haar woorden - pakte ik de routekaarten nog maar eens uit het kastje. Ik voelde het verlangen naar het uitstippelen van een route met de gele viltstift groeien. Maar wel een route met perspectief, ook voor alle Buurtvrouwen van eetcafé Buurt.

woensdag 7 oktober 2020

Als het kan!

Wanneer ik nu langs het Wilhelminaplein loop denk ik met weemoed aan de Bossche Zomer. Denk ik aan de ontspannen sfeer op de Bossche Zomer Kemping waar gedronken, gegeten en gekletst werd. Het voelde als een virusbevrijder. Nu is het plein weer leeg, tiert het onkruid welig en heeft de herfstregen en -wind er vrij spel. Het Wilhelminaplein is na de Bossche Zomer toe aan de Bossche Winter. Hoezo? De herfst is amper begonnen. Nee, ik ben niet gek, want het BD kopte dinsdag: ‘laat de Bossche Winter maar komen, als het kan’. Ja, als het kan, want het besmettingsmeter loopt weer op.  

Maar laten we desondanks toch maar optimistisch blijven. Alleen niet luisteren naar dombo Donald Trump die vanuit zijn Witte Huis roept dat we niet bang moeten zijn voor corona. 'Kijk naar mij, ik ben weer energiek'. Dat riekt naar een verkiezingsstunt. Trump is er gek genoeg voor. Gelukkig loopt in het Bossche Stadhuis niet zo’n malloot rond die praat als een kip zonder kop. Niet dat ons gemeentebestuur zo spraakmakend is, maar ze zijn wel in voor een Bossche Winter. Als het maar kleinschalig is en dat vind ik nou weer jammer. Je moet juist iedereen naar buiten jagen om de Bossche Winter te beleven. Bovendien  loert buiten het minste besmettingsgevaar. 

Dus moet je in tijden van lijden heel creatief worden, en dat is in het Stadhuis nog ver te zoeken. Pieter Paul Slikker van de PvdA denkt aan een reizend circus met ZZP’ers uit de cultuur en koek-en-zopie die langs verzorgingshuizen trekken. Ralph Geers van de plaatselijke VVD wil het liefst voor de horeca een overkapping met terrasverwarmers. Niet bijster origineel allemaal. Bovendien vindt klimaatgoeroe Judith Hendrickx van de Bossche Groenen terrasverwarmers geen goed idee.

Kortom, ik werd niet enthousiast van wat ik las in het BD. Waar is het lef gebleven van de zo geslaagde Bossche Zomer? Ik ging eerst maar even douchen om mijn hoofd ideefris te maken. Terwijl het water uit de douchekop mijn lijf vertroetelde kleurde de Bossche Winter langzaam sneeuwwit in mijn hoofd. We moeten onze stad omtoveren tot een wintersportplaats, er een soort Kirchberg van maken. Nee, we hebben geen pistes om vanaf te roetsen, maar wel ruimte om te langlaufen, te rodelen en te jodelen. Jodelen? In onze stad woont vast iemand die kan jodelen als Olga Lowina.

We moeten dus als de sodemieter bergen kunstsneeuw gaan produceren of kopen om de binnenstad winterwit maken. Misschien iets voor die ZZP’ers van Pieter Paul Slikker? Met die kunstsneeuw kunnen we een schitterend langlauftraject aanleggen in Het Bossche Broek. Zwoegend en ploeterend naar de Zuiderplas, dan voldaan in het Smakenrad op de Pettelaarse Schans een welverdiende Wienerschnitzel verorberen of een glaasje glühwein drinken bij Moeke. Daarna weer op de skilatten naar de Parade voor een schaatskür op de ijsbaan. En heb je nog energie over, dan kun je met de arrenslee naar de rodelbaan op het Wilhelminaplein. Maar eerst een stop op de Markt om mee te jodelen met de Bossche Olga Lowina. Oladie Oladio, laat de Bossche Winter maar komen. Als het kan!

donderdag 24 september 2020

Het eerlijke verhaal!

Heb jij dat ook weleens: geen zin om op te staan? De laatste dagen merk ik dat ik minder zin heb om ’s morgens op te staan. Dan moet ik me bij wijze van spreken met een takel omhoog laten trekken, terwijl ik toch smacht naar mijn eerste kopje koffie. Ben ik aan het tobben? Niet echt, maar ik voel wel een onsje somberte in mijn hoofd en dat komt niet door de vallende herfstbladeren.

Vorige week keek ik naar het tv-programma ‘Dit Was Het Nieuws’ een programma met een satirische blik op het nieuws. Harm Edens, Jan Jaap van der Wal en Peter Pannekoek geven op satirische wijze commentaar op de actualiteit. Jan Jaap en Peter krijgen daarbij elke week hulp van leuke gasten. De laatste keer was de bekende columnist Marcel van Roosmalen een van de gasten. Marcel is wekelijks met een column op NPO Radio 1 te horen in het programma De Nieuws B.V.

Nu ben ik tegenwoordig wekelijks ook op de regionale radio te horen met een column. En wel in het programma ‘Orvariatie’. Nu ben ik natuurlijk geen Marcel van Roosmalen, maar gewoon een bescheiden columnist. Ik ben een laatbloeier in het schrijven van columns. En ik wil ook niet pochen over mijn columns, maar mijn columns zijn wat lichter van toon dan die van Marcel van Roosmalen. Dat weer wel. Marcel blinkt in zijn columns niet uit met een vrolijke kijk op het leven. Hij klinkt eerder wat zwartgallig, dat maakt hem een aansprekende en opvallende columnist.

Zo sprak Marcel in het programma ‘Dit was het nieuws’ met somberte over de coronapandemie. Met een blik van een doodgraver zei hij dat de helft van de wereldbevolking dood gaat aan corona en de andere helft oorlog gaat voeren om een stukje brood te kunnen bemachtigen. Marcel zal het vast satirisch bedoeld hebben, want dat kan hij als de beste. Maar toch bleven zijn woorden bij mij hangen, vandaar mijn onsje somberte in mijn hoofd. Maar misschien is het meer onrust.

De onrust neemt meer toe nu het virus weer de regie heeft overgenomen. En we weten dat het virus geen grenzen kent en niet mee werkt aan ons poldermodel. Een groep onnadenkende BN’ers lanceerde met veel ophef de hashtag #ikdoenietmeermee. Nou, ik wil ook liever niet meedoen. Niemand wil meedoen aan corona. Het is een stupide kreet die ons niet verder helpt en de onrust en verwarring alleen maar groter maakt. Gelukkig is deze groep tot inkeer gekomen.

Ook de Haagse politici buitelen nu over elkaar heen. De oppositie verwijt de regering slecht coronabeleid. Ze hebben steken laten vallen, het breipatroon vertoont gaten. We voeren niet meer de regie. De communicatie en de aanpak moet beter, zegt de voltallige Tweede Kamer. De ChristenUnie vindt zelfs dat het eerlijke verhaal (gejat van Beter Horen!) moet worden verteld. Welk eerlijke verhaal? Het eerlijke verhaal is dat we ons beter moeten houden aan de coronaregels, want anders krijgt columnist Marcel van Roosmalen misschien toch nog een beetje gelijk!

 


donderdag 17 september 2020

De Troonrede en de veteraan


Zo, onze koning heeft op derde dinsdag in september weer zijn belangrijkste jaarlijkse koninklijke taak vervuld: het voorlezen van de Troonrede. Ditmaal was alles echter anders In Den Haag. Ook het weer was anders, het was een 30plus dag. Desondanks voelde Prinsjesdag koud, afstandelijk én leeg.  Er was geen oranje boven gevoel, laat staan een verbindend gevoel. Hoe heet dat ook alweer?: ieder voor zich en God voor ons allen. Zo’n gevoel gaf het me. En daar bracht de Troonrede geen verandering in, want zoals gebruikelijk gaat het altijd over voor- en tegenspoed. En er is nu vooral heel veel ongrijpbare tegenspoed, dat is lastig om mee te dealen. We moeten ons als ware uit het virusmoeras omhoog zien te trekken. Zou de Troonrede ons daarbij kunnen helpen?

Het woord was aan de koning. In het begin dacht ik even: hij gaat een persoonlijke draai aan de Troonrede geven. Hij sprak over een 94-jarige veteraan die in zijn ingezonden brief veel losmaakte in de samenleving. Maar snel bleek, door de wijze waarop onze koning over hem sprak, dat het niet persoonlijk was.  Het bleef een veteraan, want het hoorde gewoon bij het script. Het ging om Jan Hoek uit Rotterdam. Jan had in een ingezonden brief jongeren opgeroepen om nog even vol te houden en solidair te zijn met zijn generatie. Zelf kwam hij nog amper de deur uit, alleen voor de talkshow Op1. Ik vermoed dat bij Jan, vanwege zijn geïsoleerde leven, zijn langvervlogen verleden parten is gaan spelen. Immers tachtig jaar geleden was hij op veertienjarige leeftijd zijn vrijheid kwijt geraakt. Nee, niet door een virus maar door de Tweede Wereldoorlog en zijn uitzending naar voormalig Nederlands-Indië. 

Mooi voor Jan Hoek dat onze koning hem als veteraan aanhaalde in de Troonrede, maar ook weer niet. Waarom niet? Zijn oproep is niet zo bijzonder, want meer ouderen vinden dat jongeren veel meer rekening moeten houden met de oudere medemens. Het is een vreemde kronkel van Jan Hoek - die de mazzel heeft dat zijn blessuretijd nog steeds voortduurt - om zijn lang vervlogen oorlogsverleden erbij te halen om jongeren tot de coronaorde te roepen. Misschien vindt Jan Hoek dat de huidige jongerengeneratie wel allemaal verwende prinsjes zijn, die denken dat het iedere dag Prinsjesdag is. De aandacht voor zijn brief laat zien dat de sentimenten over het coronavirus in onze samenleving alle kanten opgaan.

Tv-talkshow Op1 had Jan voor de tweede keer uitgenodigd. Aan Jan werd gevraagd wat hij ervan vond dat de koning hem had genoemd in de Troonrede. De vraag moest een paar keer worden herhaald omdat Jan slechthorend is en vergeten was om zijn gehoorapparatuur in te doen. ‘Ja, ik heb wel naar de Troonrede gekeken, maar ik had niet door dat het over mij ging, want de koning had niet mijn naam genoemd’. Hoe komt het nou dat we een 94-jarige man zo omarmen en een podium geven? Zijn we door de coronacrisis toch van het padje aan het raken? Het moet niet veel gekker worden!

 





donderdag 27 augustus 2020

(Carnavals)storm



Nog niet zolang geleden riep ik met enige vertwijfeling: ‘O, moeder wat is het heet’. Ik had mezelf code roodgloeiend gegeven. Zo heet vond ik het. In de ochtend had ik nog wel enige dadendrang, maar ’s middags lag ik als een geslagen hond in mijn mandje, mijn Pullman bed welteverstaan. Mijn ogen probeerden nog wel een spannend boek te lezen, maar de oogkleppen vielen steeds dicht. Maar dit weer is ook niks, het lijkt het wel herfst. Ik verlang weer naar ‘O moeder, wat is het heet’.

Gisteren veroverde de tropische storm Francis ons land. In februari was storm Ellen nog te gast in ons land. Er wordt meestal een vrouwelijke naam bedacht voor een storm. Hoe zou dat komen? Ik heb zo mijn vermoeden. Francis klinkt mild, maar ze is het niet. Ze rukt zomaar bomen uit de grond. Een buurvrouw in ons appartementencomplex heet ook Francis. Dat is een aimabele vrouw die waait als een zacht windje en wel mild is.

Intussen is storm Francis weer getemd, alhoewel het figuurlijk gesproken nog wel zal blijven stormen in onze maffe wereld. Immers in de VS naderen de presidentsverkiezingen. De Republikeinen hebben opnieuw Trump genomineerd voor een tweede termijn. Orkaan Trump is boodschapper van donder en bliksem, alles wat hij doet zorgt voor tornado’s in de VS. Deze mafketel is de gevaarlijkste stormram op deze wereldbol die voortdurend modder gooit naar mensen die hem niet bevallen. Laten we hopen dat de Trump-storm in november voorgoed gaat liggen.

Maar dichterbij is de kans ook groot dat er in november een ware storm gaat opsteken, te weten een Bossche storm ofwel een Carnavalsstorm. Het Bossche carnavalsvirus moet zijn meerdere erkennen in het coronavirus. En dat is emotioneel gezien onverteerbaar. Ieder jaar staat op elf november om elf over elf de Parade barstensvol met roodwitgele gekleurde Oeteldonkers. Dan start het carnavalsseizoen dat voor de volhouders tot halfvasten duurt. Voor de diehards onder ons duurt carnaval zelfs het hele jaar. Na de opening van het carnavalsfestijn door carnavalsburgemeester Peer van den Muggenheuvel stromen de kroegen vol voor het pruven van het goudgele nat en het delen van Bossche klets.  

Maar dit jaar is alles anders, dan zal het stil zijn op de Parade. Dit jaar geen fysieke opening van het carnavalsseizoen voor de duizenden carnavalsvierders. Geen volle Parade. Elf-elf wordt dit jaar een digitale opening in de zin van: ‘Oeteldonk komt naar jou toe, in plaats van jij naar Oeteldonk. De Bossche carnavalsvierder zal thuis met een biertje in de hand hossend rond de tafel het carnavalsseizoen moeten openen. Of dat gaat lukken? En gij geleuft da? De Bossche samenleving kan niet zonder zijn carnaval, geen carnaval tast het goede humeur aan. Dat klinkt ernstig, maar carnaval zit diep in het DNA van de Oeteldonkers. En dat DNA wordt zwaar op de proef gesteld. Ik denk dat de rasechte Oeteldonker toch een biertje gaat drinken in de kroeg, want het carnavalsvirus is volgens mij sterker dan het coronavirus. Kortom, het is stilte voor een naderende carnavalsstorm!