vrijdag 11 december 2020

Mag het licht uit?


Wakker worden met ‘Mag het licht uit’ gezongen door Huub van der Lubbe, zanger van De Dijk, is wel heel apart en tegelijkertijd exemplarisch voor dit tijdsgewricht. Zo langzamerhand is namelijk bij veel mensen het licht aan het uitgaan. En ook het lichtknopje voor een verlichte kerst lijkt verder weg dan ooit, alle goede bedoelingen ten spijt. Onze coronawijsneuzen doen hun best en herhalen keer op keer het mantra om het virus uit te bannen. Maar ook zij kunnen nog amper het lichtknopje vinden om ons te bewegen tot het bewaren van onderlinge afstand. Inderdaad: het mantra: ‘houd anderhalve meter afstand’ is een waxinelichtje geworden en dooft langzaam uit. 

Ik merk dat zelf ook en zie dat om me heen. Laten we daarom eerlijk tegen elkaar zijn. Wij mensen zijn niet geboren om afstand van elkaar te houden, dat zit niet in ons DNA. Onze aaibaarheid begint al op onze geboortedag, het zit dus diepgeworteld. Er wordt iets van mensen gevraagd wat eigenlijk niet kan, wat tot mislukken is gedoemd. Daar is iedereen na bijna negen maanden intussen wel achter gekomen. Het is alsof ik tegen een blinde zeg: kun je niet uitkijken? Of tegen een dove zeg: kun je niet beter luisteren? Kortom, afstand houden van elkaar is een illusie gebleken, dat weten ze ook in Den Haag. 

Maar wat dan? Niemand weet meer wat te doen. Ik bespeur dat de radeloosheid en de frustratie bij onze bovenbaas Mark Rutte groter en groter wordt. Afgelopen zondagavond zag ik bij Linda’s Wintermaand nog een goedgemutste en relaxte Mark Rutte. Maar in de persconferentie zag ik weer een heel andere Mark Rutte die voor de zoveelste keer zei dat we ons aan de regels moeten houden. Weer worden we gewaarschuwd voor wederom onorthodoxe maatregelen. Ook Jaap van Dissel van het RIVM en vele andere deskundigen waarschuwen ons voor de gevolgen van onvoorzichtigheid tijdens de feestdagen. 

Ook de Duitse bondskanselier Merkel, liet zich op de tv niet onbetuigd: 'Als we nu teveel contact hebben, wordt dit de laatste Kerst met onze grootouders'. Het klonk fel, maar er klonk ook radeloosheid uit. Ze vraagt, net als zoveel regeringsleiders, haast het onmogelijke van mensen: ‘doe het licht uit’ en verroer je voorlopig niet. We zitten midden in een Roller Coaster en laat dat lied toevallig op nummer 1 staan in de Top-2000. Of is dat niet toevallig? Roller Coaster biedt in ieder geval troost. 

Niemand weet meer wat te doen, ik ook niet. De hoofdredacteur van het BD doet een oproep aan zijn lezers voor de komende kerst. Hij zegt: ‘meer dan ooit hebben we elkaar nodig. Wij willen voor een lichtje in de duisternis zorgen door u te vragen iets te doen voor iemand die het nodig heeft. Van een taart bakken tot een kleine aubade, als het maar uit het hart komt. Helpt u mee om een warme kerst te maken’? Een mooie gedachte, maar voor mij mag het licht uit. Ik ga me in een winterslaap sussen. Doe je ook mee?


woensdag 2 december 2020

Olifant Buba

 


Dit jaar vind ik 1 december een memorabele dag. Op deze dag begint de meteorologische winter. Niet dat ik daar al iets van heb gemerkt. Eigenlijk wil ik het helemaal niet over de winter hebben, want de winter is de winter niet meer. Alhoewel Willeke Alberti er wel een schoon lied over heeft gezongen: ‘De winter was lang zonder jouw liefde’. Daar zal het wel bij blijven. Immers schaatsen op natuurijs wordt iets van in je dromenland, vermoed ik. Alleen kan het schaatsen wel in Winterswijk. Daar gaan schaatsers gewoon over één nacht ijs, dankzij een stevig staaltje techniek, bedacht door de TU Twente. Dus rest voor de schaatsliefhebber, die niet in Winterswijk woont, misschien het rijden van een scheve schaats. Het is wel zo dat je je dan op glad ijs begeeft. Natuurlijk wil ik dat niet promoten, maar een ding is zeker: je hebt geen natuurijs nodig, alleen een andere scheve schaats.


Goed, ik had al gezegd dat ik niet over de winter wil orakelen. Nee, ik wil het over Buba en Hugo de Jonge hebben. Ze hebben niets met elkaar te maken, want Buba is een olifant en Hugo de Jonge is onze coronaminister. Toch hebben ze iets gemeenschappelijks: ze hebben mij op die memorabele 1 december blij gemaakt. Olifant Buba, een wees uit Afrika, mag na langgetouwtrek alsnog bij circusfamilie Freiwald blijven. Buba reist al zo’n dertig jaar rond met de familie. Wat zijn kunstjes zijn weet ik niet. Van Hugo de Jonge weet ik dat zo langzamerhand wel. Die is vooral goed in het bedenken van zaken die niet mogen én van zaken die niet soepel lopen. Maar nu heeft Hugo mij heel blij gemaakt met de komst van een vaccin. Alleen moeten we nog het oordeel afwachten van de gezondheidsautoriteit EMA. Ik heb in ieder geval alvast mijn schoen gezet voor het vaccin. Vol verwachting klopt nu mijn hart.


Buba zal hier niet om malen, lijkt mij. Zij wil graag bij haar circusfamilie blijven. De circusfamilie Freiwald beschouwt Buba als een volwaardig familielid. Buba mag de leden van de Tweede Kamer wel bedanken, die hebben namelijk van een mug een olifant gemaakt. En zo werd een klein probleem ineens een politiek probleem én dat heeft minister Schouten geweten. Bij Buba moet ik trouwens aan burgemeester Bruls van Nijmegen denken. Bruls vind ik ook wel een beetje een olifant. Hij heeft inmiddels een olifantenhuid opgebouwd. Burgemeester Hubert Bruls is voorzitter van het Veiligheidsberaad en vervult nu tijdens de coronacrisis een hoofdrol. Zo af en toe acteert hij als in een olifant in de porseleinkast. Hubert Bruls is de man die heeft gezegd: ‘Wow, wat zijn er veel van die talking heads, van die deskundigen die elkaar ook nog eens tegenspreken’. Nou beste Hubert, en ik bedoel het grappig, dat is de reden dat we vanaf 1 december het veel besproken welles of nietes mondkapje verplicht moeten dragen totdat er een olifant komt die het coronaverhaaltje uitblaast. Misschien wel door olifant Buba!

woensdag 25 november 2020

De zooliste

Vanmorgen, op weg naar de Zooliste, liep ik door de Vughterstraat. De Zooliste?, hoor ik jullie denken. Onze columnist zal wel in de war zijn. Klopt, ik ben een beetje in de war. Maar de Zooliste bestaat echt. Sterker gezegd: het is notabene een aantrekkelijke ambachtelijke schoenmaker in de binnenstad. De Zooliste zal het vast wel druk hebben, want er wordt wat afgewandeld. We lopen, al dan niet zuchtend onder het strakke virusregime, haast de hakken en de zolen van onze schoenen. Zuchten, veel zuchten in deze ongrijpbare tijd. Het lijkt mij dan ook niet zo gek dat, wanneer corona eindelijk met de noorderzon is vertrokken, er veel voer is voor psychologen en hulpverleners. Ik denk dat straks onze geestelijke hulpverleners zo overbelast raken dat er weer een nieuwe lockdown moet worden afgekondigd.'

Inmiddels loop ik bij Ekoplaza, de pleisterplaats voor gans vegetarisch Den Bosch. Overigens hoorde ik dat mensen die vegetariër of erger veganist zijn eerder hun botten breken, dus Ekoplaza is niet mijn winkel. Maar tegenover de Ekoplaza is nu een Sunshine Pop-up store geopend. Boven de deur hangt een bekend geel Schipholbord met de tekst: 'Departures en Arrivals'. Binnen kun je koffers, rugzakken, kleren, puzzels, reisboeken en zelfs wijn kopen. De eigenaar heeft voor een poos zijn exclusieve reisbureau omgetoverd tot een winkel met reisbenodigdheden. Voor wie? Voor de kat zijn staart, want voorlopig ligt de reisbranche op zijn achterste poten. Wel zag ik op FB dat een goede bekende van mij een strandfoto uit Aruba had gepost. Ze moest er even tussenuit. Corona moe, zei ze. De bofkont, dacht ik. 

Jaloers? Ja, een beetje, want ik moet het doen met de Sunshine Pop-up Store. Van de eigenaar van de winkel moet ik leren om thuis op vakantie te gaan en zo proberen een positieve vibe te creëren! Je moet volgens de eigenaar natuurlijk wel de nodige fantasie erbij bedenken. Nou, dat fantaseren lukt me nog wel. ’s Nachts als ik in hogere sferen verkeer fantaseer ik weleens dat ik tussen de bulten van een kameel zandkorrels tel in de Sahara of in een hobbelige jeep dwars door Namibië trek. Alleen wordt mijn fantasie ’s morgens bij het ontwaken wreed verstoort door Jurgen van den Berg, presentator van het NPO Radio 1 journaal. Het eerste woord dat mijn brein binnendringt is corona.

Hoezo thuis op vakantie gaan? Wat een zotte gedachte. Ik kan of liever gezegd: ik mag helemaal niet weg. Als afleiding ben ik al een poos slaaf geworden van de dagelijkse sleur. Iedere dag stofzuigen, de vaatwasser in- en uitruimen, het bed opmaken, de nog gebruikte koffiecups voor recycling in een plastic zak doen en naar de koffiewinkel in de Kerkstraat brengen. En ook nog dagelijks 10.000 stappen maken. Zo ziet er mijn thuisvakantie uit, beste Sunshine Pop-up eigenaar. Gelukkig begrijp ik dat de Sunshine Pop-up eigenaar ook snakt naar het bestieren van een gewoon reisbureau. Ja, wie snakt er niet naar het gewone? Ook de Zooliste. Ze zal vast niet de hakken in het zand zetten!

maandag 16 november 2020

Ja nee!

Met mijn boodschappen in de tas liep ik AH uit op weg naar mijn fiets. Ik had mijn mondkapje nog op, want ik kan geen twee dingen tegelijk: mondkapje afdoen en boodschappen dragen. ‘Zo George, je hebt  weer boodschappen gedaan’.  Aangezien mijn bril – met dank aan mijn mondkapje - weer opnieuw was beslagen zag ik niet zo snel wie de man was die mij aansprak. Ik deed mijn mondkapje af en kreeg weer helder zicht en zag dat Willem, met zijn onafscheidelijke sigaar in zijn mond, voor me stond. Willem is een oud-collega van me. Inmiddels een oude knar die nog goed voor zichzelf kan zorgen. Het is een taaie die zich niet gemakkelijk laat omblazen. Willem blinkt uit in zijn recht voor zijn raap taal en is zeker niet van de dialoog.

‘Het zijn hele rare tijden’, zei hij.  Zeg dat wel, Willem. Ik dacht dat hij op de coronacrisis doelde of nog gekker de apocalyps van de Amerikaanse verkiezingen. Niets van dat al. Hij wilde het vooral hebben over een pas overleden vriend, een bekend figuur in Oeteldonk. Het was ook zo’n beetje zijn carnavalsmaatje. Twee krasse tachtigers die ‘m nog wel lustte met carnaval.  Terloops zei hij dat corona even op bezoek was geweest. Dat was het. Ik deinsde een stukje achteruit, want ik stond zowat naast hem. Maar Willem boog met me mee en ging verder met zijn verhaal. ‘Ken je hem?  ‘Vast wel, want jij was ook een carnavalsvierder’, zei Willem. Hij noemde zijn naam. ‘Ja nee’, zei ik. Terwijl ik dat zei besefte ik me ineens dat ik vaak ‘ja nee’ zeg wanneer iemand iets aan mij vraagt of tegen mij zegt. Intussen ratelde Willem door met zijn lofzang op zijn overleden vriend, maar ik werd afgeleid door twee vrouwen die met elkaar in gesprek waren. Ook bij hen kwam een paar keer ‘ja nee’ voorbij.

Gelukkig, ik ben niet de enige met deze afwijking, dacht ik. ‘Ja nee’ zeggen vind ik zoiets als bij de Fijnproever een frietje met zonder mayonaise bestellen. ‘Ja nee’ betekent dat ik het wel snap maar ook niet. Waarom ik nou vaak ‘ja nee’ zeg weet ik echt niet. Misschien wil ik niet laten blijken dat ik het echt niet weet wat een ander bedoeld. Is ‘ja nee’ dus min of meer een excuus? Het gekke is dat een ander nooit tegen mij heeft gezegd: wat bedoel je nou? Ja of nee! Ook Willem vroeg dat niet aan mij. Nee, hij wilde zijn verhaal voltooien. Dus lette hij helemaal niet op mijn ja nee. ‘Je kent hem vast wel’, hield Willem vol. ‘Hij was in zijn werkzame leven huisarts. Iedere week kwam hij bij mij wel een neutje drinken. Ooit heeft hij ervoor gezorgd dat ik heel snel kon worden geopereerd. Ik had hevige buikpijn’. O, dat was een gelukje voor je, een huisarts als vriend, zei ik. Hij glunderde en liep zonder mondkapje AH binnen. Moet ik Willem nog naroepen dat hij zijn mondkapje opdoet? dacht ik. ‘Ja nee’.

donderdag 5 november 2020

Schijt aan hebben!

Er is na de laatste persconferentie van Mark Rutte en Hugo de Jong weer een unieke situatie ontstaan in ons land. Opnieuw hebben we van Mark Rutte en van Hugo de Jonge tbs gekregen. Mark en Hugo, een apart duo. Ik vind ze een beetje Nick en Simon, de Nederlandse Simon & Garfunkel. Dat vaststellende denk ik dat ze beter ‘Homeward Bound’ (huiswaarts keren) hadden kunnen zingen op hun laatste persconferentie. Dan klinkt de boodschap vriendelijker. Nu hangen ze de cipier uit. Want dat doen ze. Ze willen ons min of meer in huis opsluiten, omdat ze het ook niet meer weten. Het liefst in eenpersoons celletjes in bijvoorbeeld de Pompekliniek. Maar daar kun je geen 17 miljoen Nederlanders kwijt. Dus moeten we weer gewoon thuisblijven, wat helemaal niet goed is voor je gezondheid. De buitenlucht is veel beter. En daarom hoor ik mensen zeggen: ‘daar heb ik schijt aan’.

Maar pas op, daar kom je tegenwoordig niet zo gemakkelijk mee weg. Het RIVM ziet namelijk alles, dit instituut is zo langzamerhand een soort van landelijke inlichtingendienst geworden van de regering. Ze kunnen werkelijk alles meten. Meten is weten is hun adagium. Ze zien ook weer meer mensen naar hun werk gaan. Hoe dan? Dat is mij niet helemaal duidelijk, maar ik denk dat onze heilige smartphone hier wel debet aan is. Maar het gaat nog verder. Het RIVM kan nu zelfs mijn dagelijkse grote boodschap nader analyseren. Voor de goede orde: Je krijgt voor deze boodschap geen punten om te sparen voor een AH-pannenset. Mijn grote drol is voortaan interessant voor het verzamelen van wat ze noemen: the big brown data. Tsja, dan weten ze ook vast dat ik emotie-eter ben, een liefhebber van chips, friet, chocolade, een biertje en een wijntje. Maar desondanks zien mijn drollen er meestal wel puntgaaf uit. Hopelijk vinden ze dat wel mooi meegenomen.

Ik lees trouwens dat mijn grote boodschapdata genoeg energie bevat om een 9W spaarlamp een hele dag te laten branden? Stel dat ik een enorme aandrang heb en een 9W spaarlamp in mijn achterste steek zou die dan meteen gaan branden? Ik vraag me af of dat ook zo werkt bij de allerrijkste Nederlanders? Je steekt een vijftig euro biljet in je achterste en je geld groeit vanzelf. Een mooi ezelsbruggetje naar een artikel in de Quote 500, want daar lees ik dat de allerrijksten blijkbaar goed bestand zijn tegen de coronacrisis. Hun vermogen is in de coronaperiode met 3,5% gegroeid tot 186 miljard euro. Mevrouw heerlijk helder Heineken heeft zo’n slordige 12 miljard op haar bankrekening staan en de grote oude baas van Jumbo 2,5 miljard euro. We leven in heel heftige tijden. Het zou de 500 rijksten sieren wanneer ze een substantieel bedrag in een solidariteitspot zouden storten. Met dat geld kunnen we mogelijk de horeca, de kunst & cultuursector, de zzp’er en anderen die het lastig hebben een hart onder de riem steken. Maar ik vermoed dat ze daar schijt aan zullen hebben. Of heb ik het mis?

 

 

 

 


donderdag 29 oktober 2020

Eenzame kerst!

De kerst wordt anders, zegt Jacco Wallinga in het BD. Jacco is rekenmeester bij het RIVM en weet precies hoe de coronahazen lopen. In het BD las ik dat zijn zoontje aan vader Jacco vroeg: ‘wanneer is corona nou eens afgelopen? ‘Vader Jacco moest even glimlachen bij de vraag van zijn zoontje. Hij zei: ‘dat duurt nog even’. En dat wilde zijn zoontje niet horen van zijn vader. Nee, natuurlijk niet. Wie wel? Misschien vindt vader Jacco het niet zo erg dat het nog een poos duurt, want Jacco is nu een bekende BN’er. Het is nu een man die ertoe doet, want Jacco kan cijfers analyseren als het beste jongetje van de klas. Dat kon hij natuurlijk al een hele poos, maar wel in de luwte van de samenleving.

Nu staat Jacco op het podium en daar wil hij nog best een poosje mee doorgaan zo te zien aan zijn blik op de foto in het BD. Dus zegt hij met enig gemak: de kerst zal er dit jaar anders uitzien. Geen families rond de kerstboom, geen kerstcadeautjes uitpakken, geen kerstbrood met elkaar delen, het ontroerende kerstliedje ‘we komen tezamen’ wordt in de ban gedaan. Dat mag niet worden gezongen, want anders krijg je straf. We kunnen ook niet naar een in kerstsfeer gehuld restaurant voor een vijfgangen kerstmenu. Nee, hoogstens voor een afhaalmenu dat je thuis nog moet opwarmen. Het wordt dus een eenzame stille kerst in slobbertrui en joggingbroek, want buiten is het grauw en kil.

Vooruitlopend op de woorden van Jacco heb ik op Spotify alvast gezocht naar het liedje ‘Eenzame Kerst’ van Andre Hazes. Het liedje begint met: ‘Ik zit hier heel alleen kerstfeest te vieren, de straf die ik verdiend heb zit ik uit’. Het lijkt warempel of Andre Hazes een vooruitziende blik had, de openingszin van het liedje kan niet toepasselijker. Want we worden gestraft voor ons ongehoorzaam gedrag. We luisteren niet naar de bovenmeester. En dus worden we mentaal en lichamelijk enorm gegijzeld. Intussen druipt inmiddels bij veel mensen het chagrijn van hun gezicht, alhoewel dat ik dat minder goed meer kan zien door al die snotterlappen die voor iemands neus en mond hangen. Gisteren kwam ik nog iemand tegen: Ha George, hoe gaat het met je? Kennelijk een kennis, maar ik herkende haar niet. Dat bedoel ik!

En nu het RIVM toch de baas is zal de jaarlijkse kersttoespraak – omdat ons koningspaar met kerstmis in Griekenland vertoeft -door Jaap van Dissel worden uitgesproken. Jaap kan dat wel met zijn zalvende stem. Jammer is wel dat zijn stem niet helend is, immers net als het virus treedt hij in herhaling met zijn woorden. Even klinken zijn woorden opbeurend: ‘we zien een afvlakking in de dagelijkse aantallen besmettingen’. Maar dan: ‘een zekere daling is er nog niet, en die is wel nodig om de druk op de ziekenhuiszorg te verlichten’. En Jaap van Dissel zal eindigen met éen Mea Culpa. Afsluitend zingt een Hemelse Andre Hazes: ‘ik zit hier alleen kerstfeest te vieren’.  

donderdag 22 oktober 2020

In de war!

In de talkshow Op1 pleitte Ginny Mooy, antropoloog en lid van het Red Team voor een totale lockdown van vier weken. Het Red Team vind ik vergelijkbaar met het A-team van de tv-serie in de jaren tachtig. Het A-team loste alle problemen op. Niet goedschiks, dan kwaadschiks. Viroloog Ab Osterhaus, ook aanwezig in Op1, knikte instemmend. Ab Osterhaus absoluut niet een plezierige viroloog, maar dit keer wil ik wel een keer - nu red woman Ginny Mooy het voortouw neemt - hen het voordeel van de twijfel geven. Zij willen vier weken alles op slot. Oké, maar dan ook echt alles op slot om daarna volledig los te gaan. Dus nu alles in de stilstand. Iedereen – niemand uitgezonderd – moet vier weken verplicht binnenblijven. Het zorgpersoneel blijft overnachten in ziekenhuizen of verzorgingstehuizen. Alle daklozen worden opgevangen in leegstaande hallen. 

Alle inwoners van ons land krijgen van de overheid, alsof we naar de maan gaan, en dan gaan we zo langzaamaan ook, een pakket astronautenvoeding om te kunnen overleven. Ter geruststelling: je mag ook eerst je eigen voorraadkast leegeten en op een bepaalde dag gaan inslaan. Hamsteren maar…..! Hiertoe ontvang je van betweter, genaamd het Red Team, een uitnodiging met datum en tijdstip. Nee, je kunt niet per se naar je favoriete winkel. En verder: na 19.00 uur mag er ook geen alcohol meer worden gedronken, anders wordt je misschien aanhalig. O ja, je mag ook niet knuffelen. Een verplichte app op je IPhone of Smartphone registreert als je toch drinkt en knuffelt. Er komt dan meteen een virtuele handhaver langs die een boete uitschrijft van 250 euro. De totale lockdown houdt ook in: geen nieuws, geen coronastatistieken, geen deskundigen op radio en tv. We mogen alleen luisteren naar muziek en kijken naar films of series. Er komt ook een kliklijn voor het melden van overtredingen.

Meen ik dit? Nee, natuurlijk niet. Maar mijn hoofd is in de war geraakt. Gelukkig ben ik niet de enige. Ook bij het Ministerie van Defensie zijn in de war geraakt, want ineens vallen meiden vanaf 17 jaar voortaan onder de dienstplicht. Prinses Amalia is 17 en ontspringt de dans ook niet. Vandaar dat ze natuurlijk liever in Griekenland was gebleven. Alle deze – ongeveer honderdduizend meiden - krijgen een brief van het Ministerie van Defensie waarin staat dat ze staan ingeschreven voor de militaire dienstplicht. Minister Ank Bijleveld sprak in een persoonlijke videoboodschap de jonge meiden bemoedigend toe. ‘Kom bij defensie werken, dat is goed voor de emancipatie. Gelijke rechten voor jongens en meisjes. Defensie is nog te veel een mannending’. 

Bij een nieuwsrubriek werd aan een paar meiden gevraagd wat ze hiervan vonden. Ik bespeurde nogal weinig enthousiasme. Maar waarom nu ineens? De dienstplicht is immers in 1997 opgeschort, omdat de Koude Oorlog voorbij is. Tenminste, dat denken we. De taak van de krijgsmacht is verschoven naar crisisbeheersingsoperaties. En laten we daar nu juist middenin zitten. Was het in die context niet beter geweest om voor meiden uit 2003 een zorgplicht in te stellen? Of ben ik toch de enige die van het padje is, in de war is?

vrijdag 16 oktober 2020

Routekaart

In een van mijn opbergkastjes heb ik nog een aantal routekaarten liggen die ik ooit heb gebruikt voor het plannen van een route naar mijn vakantieadres. Zo heb ik routekaarten van Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië. Alleen ben ik nu als virusgevaar voorlopig niet meer welkom in deze landen. Maar los daarvan, wat moet ik nog met deze routekaarten? Weggooien? Dat vind ik ook niet zo simpel, want de routekaarten roepen mooie herinneren op. Herinneringen aan het uitstippelen van een mooie route naar mijn vakantieadres. Met de uitgespreide ANWB routekaarten op tafel, een gele viltstift in de hand markeerde ik de route. Dat was spannend en leuk om te doen, een beetje avontuurlijk zelfs.

Maar ondanks dat ik de route geel had gemarkeerd, gebeurde het weleens dat het fout ging. Soms zat ik in de auto een beetje te dromen of werd ik naar het mooie landschap gezogen. Dat duurde gelukkig maar kort, want mijn medereiziger greep dan in: ‘je moet wel opletten, anders gaan we verkeerd’. Toch ging het weleens mis en dan waren de rapen gaar. Dat leidde dan tot een vervelende stresssituatie, en maakten elkaar verwijten Gevolg: we zeiden een poos niets meer tegen elkaar, de stemming in de auto werd er niet vrolijker op. Maar dankzij de slimme GPS is dat allemaal simpeler geworden. Je tikt de eindbestemming in, en hup met de geit op weg naar je vakantieadres in Spanje of elders.

De GPS kan net als de routekaarten voorlopig in het opbergkastje. Er geldt nu slechts één routekaart, pas uitgegeven door de ANWB-afdeling van de Overheid. Nee, het is geen toeristische route die leidt van A naar B, maar het is juist een heel uitdagende route met veel haarspeldbochten die uiteindelijk moet leiden naar een virusvrij land. Je hebt het vast al door: de routekaart is bedoeld voor de bestrijding van het coronavirus. Op deze routekaart staan vaste indicatoren die het scenario bepalen: aantal besmettingen per 100 duizend inwoners, aantal ziekenhuisopnames, aantal ic-opnames, de R-waarde, het percentage verpleeghuislocaties met minimaal één besmette bewoner. Er zijn vier fases: van waakzaam tot zeer ernstig. En in de laatste fase zijn we nu gearriveerd.

Kortom, we zijn nu een ziek land dat balanceert tussen hoop en vrees. De enige troost: we zijn niet het enige land. Onze buurlanden leven ook tussen hoop en vrees. En niemand heeft vooralsnog een oplossing, niemand weet hoe het verder zal gaan. Ik at op de voorlaatste avond van de tweede horecasluiting in mijn favoriete eetcafé Buurt. Het voelde als soort van laatste avondmaal. Een Buurtvrouw die ons bedienden prijsde de speciale Buurthap aan: een rundvleespotje met heerlijke frieten. De Buurtvrouw probeerde vrolijk te zijn, maar haar ogen boven haar mondkapje keken droevig. Ze zei tegen ons: we moeten weer opnieuw dicht. ‘Wat moet ik nu, ik weet het ook niet meer, ik zie geen perspectief meer’. Wat kon ik zeggen? Weer thuis – nog onder de indruk van haar woorden - pakte ik de routekaarten nog maar eens uit het kastje. Ik voelde het verlangen naar het uitstippelen van een route met de gele viltstift groeien. Maar wel een route met perspectief, ook voor alle Buurtvrouwen van eetcafé Buurt.

woensdag 7 oktober 2020

Als het kan!

Wanneer ik nu langs het Wilhelminaplein loop denk ik met weemoed aan de Bossche Zomer. Denk ik aan de ontspannen sfeer op de Bossche Zomer Kemping waar gedronken, gegeten en gekletst werd. Het voelde als een virusbevrijder. Nu is het plein weer leeg, tiert het onkruid welig en heeft de herfstregen en -wind er vrij spel. Het Wilhelminaplein is na de Bossche Zomer toe aan de Bossche Winter. Hoezo? De herfst is amper begonnen. Nee, ik ben niet gek, want het BD kopte dinsdag: ‘laat de Bossche Winter maar komen, als het kan’. Ja, als het kan, want het besmettingsmeter loopt weer op.  

Maar laten we desondanks toch maar optimistisch blijven. Alleen niet luisteren naar dombo Donald Trump die vanuit zijn Witte Huis roept dat we niet bang moeten zijn voor corona. 'Kijk naar mij, ik ben weer energiek'. Dat riekt naar een verkiezingsstunt. Trump is er gek genoeg voor. Gelukkig loopt in het Bossche Stadhuis niet zo’n malloot rond die praat als een kip zonder kop. Niet dat ons gemeentebestuur zo spraakmakend is, maar ze zijn wel in voor een Bossche Winter. Als het maar kleinschalig is en dat vind ik nou weer jammer. Je moet juist iedereen naar buiten jagen om de Bossche Winter te beleven. Bovendien  loert buiten het minste besmettingsgevaar. 

Dus moet je in tijden van lijden heel creatief worden, en dat is in het Stadhuis nog ver te zoeken. Pieter Paul Slikker van de PvdA denkt aan een reizend circus met ZZP’ers uit de cultuur en koek-en-zopie die langs verzorgingshuizen trekken. Ralph Geers van de plaatselijke VVD wil het liefst voor de horeca een overkapping met terrasverwarmers. Niet bijster origineel allemaal. Bovendien vindt klimaatgoeroe Judith Hendrickx van de Bossche Groenen terrasverwarmers geen goed idee.

Kortom, ik werd niet enthousiast van wat ik las in het BD. Waar is het lef gebleven van de zo geslaagde Bossche Zomer? Ik ging eerst maar even douchen om mijn hoofd ideefris te maken. Terwijl het water uit de douchekop mijn lijf vertroetelde kleurde de Bossche Winter langzaam sneeuwwit in mijn hoofd. We moeten onze stad omtoveren tot een wintersportplaats, er een soort Kirchberg van maken. Nee, we hebben geen pistes om vanaf te roetsen, maar wel ruimte om te langlaufen, te rodelen en te jodelen. Jodelen? In onze stad woont vast iemand die kan jodelen als Olga Lowina.

We moeten dus als de sodemieter bergen kunstsneeuw gaan produceren of kopen om de binnenstad winterwit maken. Misschien iets voor die ZZP’ers van Pieter Paul Slikker? Met die kunstsneeuw kunnen we een schitterend langlauftraject aanleggen in Het Bossche Broek. Zwoegend en ploeterend naar de Zuiderplas, dan voldaan in het Smakenrad op de Pettelaarse Schans een welverdiende Wienerschnitzel verorberen of een glaasje glühwein drinken bij Moeke. Daarna weer op de skilatten naar de Parade voor een schaatskür op de ijsbaan. En heb je nog energie over, dan kun je met de arrenslee naar de rodelbaan op het Wilhelminaplein. Maar eerst een stop op de Markt om mee te jodelen met de Bossche Olga Lowina. Oladie Oladio, laat de Bossche Winter maar komen. Als het kan!

donderdag 24 september 2020

Het eerlijke verhaal!

Heb jij dat ook weleens: geen zin om op te staan? De laatste dagen merk ik dat ik minder zin heb om ’s morgens op te staan. Dan moet ik me bij wijze van spreken met een takel omhoog laten trekken, terwijl ik toch smacht naar mijn eerste kopje koffie. Ben ik aan het tobben? Niet echt, maar ik voel wel een onsje somberte in mijn hoofd en dat komt niet door de vallende herfstbladeren.

Vorige week keek ik naar het tv-programma ‘Dit Was Het Nieuws’ een programma met een satirische blik op het nieuws. Harm Edens, Jan Jaap van der Wal en Peter Pannekoek geven op satirische wijze commentaar op de actualiteit. Jan Jaap en Peter krijgen daarbij elke week hulp van leuke gasten. De laatste keer was de bekende columnist Marcel van Roosmalen een van de gasten. Marcel is wekelijks met een column op NPO Radio 1 te horen in het programma De Nieuws B.V.

Nu ben ik tegenwoordig wekelijks ook op de regionale radio te horen met een column. En wel in het programma ‘Orvariatie’. Nu ben ik natuurlijk geen Marcel van Roosmalen, maar gewoon een bescheiden columnist. Ik ben een laatbloeier in het schrijven van columns. En ik wil ook niet pochen over mijn columns, maar mijn columns zijn wat lichter van toon dan die van Marcel van Roosmalen. Dat weer wel. Marcel blinkt in zijn columns niet uit met een vrolijke kijk op het leven. Hij klinkt eerder wat zwartgallig, dat maakt hem een aansprekende en opvallende columnist.

Zo sprak Marcel in het programma ‘Dit was het nieuws’ met somberte over de coronapandemie. Met een blik van een doodgraver zei hij dat de helft van de wereldbevolking dood gaat aan corona en de andere helft oorlog gaat voeren om een stukje brood te kunnen bemachtigen. Marcel zal het vast satirisch bedoeld hebben, want dat kan hij als de beste. Maar toch bleven zijn woorden bij mij hangen, vandaar mijn onsje somberte in mijn hoofd. Maar misschien is het meer onrust.

De onrust neemt meer toe nu het virus weer de regie heeft overgenomen. En we weten dat het virus geen grenzen kent en niet mee werkt aan ons poldermodel. Een groep onnadenkende BN’ers lanceerde met veel ophef de hashtag #ikdoenietmeermee. Nou, ik wil ook liever niet meedoen. Niemand wil meedoen aan corona. Het is een stupide kreet die ons niet verder helpt en de onrust en verwarring alleen maar groter maakt. Gelukkig is deze groep tot inkeer gekomen.

Ook de Haagse politici buitelen nu over elkaar heen. De oppositie verwijt de regering slecht coronabeleid. Ze hebben steken laten vallen, het breipatroon vertoont gaten. We voeren niet meer de regie. De communicatie en de aanpak moet beter, zegt de voltallige Tweede Kamer. De ChristenUnie vindt zelfs dat het eerlijke verhaal (gejat van Beter Horen!) moet worden verteld. Welk eerlijke verhaal? Het eerlijke verhaal is dat we ons beter moeten houden aan de coronaregels, want anders krijgt columnist Marcel van Roosmalen misschien toch nog een beetje gelijk!

 


donderdag 17 september 2020

De Troonrede en de veteraan


Zo, onze koning heeft op derde dinsdag in september weer zijn belangrijkste jaarlijkse koninklijke taak vervuld: het voorlezen van de Troonrede. Ditmaal was alles echter anders In Den Haag. Ook het weer was anders, het was een 30plus dag. Desondanks voelde Prinsjesdag koud, afstandelijk én leeg.  Er was geen oranje boven gevoel, laat staan een verbindend gevoel. Hoe heet dat ook alweer?: ieder voor zich en God voor ons allen. Zo’n gevoel gaf het me. En daar bracht de Troonrede geen verandering in, want zoals gebruikelijk gaat het altijd over voor- en tegenspoed. En er is nu vooral heel veel ongrijpbare tegenspoed, dat is lastig om mee te dealen. We moeten ons als ware uit het virusmoeras omhoog zien te trekken. Zou de Troonrede ons daarbij kunnen helpen?

Het woord was aan de koning. In het begin dacht ik even: hij gaat een persoonlijke draai aan de Troonrede geven. Hij sprak over een 94-jarige veteraan die in zijn ingezonden brief veel losmaakte in de samenleving. Maar snel bleek, door de wijze waarop onze koning over hem sprak, dat het niet persoonlijk was.  Het bleef een veteraan, want het hoorde gewoon bij het script. Het ging om Jan Hoek uit Rotterdam. Jan had in een ingezonden brief jongeren opgeroepen om nog even vol te houden en solidair te zijn met zijn generatie. Zelf kwam hij nog amper de deur uit, alleen voor de talkshow Op1. Ik vermoed dat bij Jan, vanwege zijn geïsoleerde leven, zijn langvervlogen verleden parten is gaan spelen. Immers tachtig jaar geleden was hij op veertienjarige leeftijd zijn vrijheid kwijt geraakt. Nee, niet door een virus maar door de Tweede Wereldoorlog en zijn uitzending naar voormalig Nederlands-Indië. 

Mooi voor Jan Hoek dat onze koning hem als veteraan aanhaalde in de Troonrede, maar ook weer niet. Waarom niet? Zijn oproep is niet zo bijzonder, want meer ouderen vinden dat jongeren veel meer rekening moeten houden met de oudere medemens. Het is een vreemde kronkel van Jan Hoek - die de mazzel heeft dat zijn blessuretijd nog steeds voortduurt - om zijn lang vervlogen oorlogsverleden erbij te halen om jongeren tot de coronaorde te roepen. Misschien vindt Jan Hoek dat de huidige jongerengeneratie wel allemaal verwende prinsjes zijn, die denken dat het iedere dag Prinsjesdag is. De aandacht voor zijn brief laat zien dat de sentimenten over het coronavirus in onze samenleving alle kanten opgaan.

Tv-talkshow Op1 had Jan voor de tweede keer uitgenodigd. Aan Jan werd gevraagd wat hij ervan vond dat de koning hem had genoemd in de Troonrede. De vraag moest een paar keer worden herhaald omdat Jan slechthorend is en vergeten was om zijn gehoorapparatuur in te doen. ‘Ja, ik heb wel naar de Troonrede gekeken, maar ik had niet door dat het over mij ging, want de koning had niet mijn naam genoemd’. Hoe komt het nou dat we een 94-jarige man zo omarmen en een podium geven? Zijn we door de coronacrisis toch van het padje aan het raken? Het moet niet veel gekker worden!

 





donderdag 27 augustus 2020

(Carnavals)storm



Nog niet zolang geleden riep ik met enige vertwijfeling: ‘O, moeder wat is het heet’. Ik had mezelf code roodgloeiend gegeven. Zo heet vond ik het. In de ochtend had ik nog wel enige dadendrang, maar ’s middags lag ik als een geslagen hond in mijn mandje, mijn Pullman bed welteverstaan. Mijn ogen probeerden nog wel een spannend boek te lezen, maar de oogkleppen vielen steeds dicht. Maar dit weer is ook niks, het lijkt het wel herfst. Ik verlang weer naar ‘O moeder, wat is het heet’.

Gisteren veroverde de tropische storm Francis ons land. In februari was storm Ellen nog te gast in ons land. Er wordt meestal een vrouwelijke naam bedacht voor een storm. Hoe zou dat komen? Ik heb zo mijn vermoeden. Francis klinkt mild, maar ze is het niet. Ze rukt zomaar bomen uit de grond. Een buurvrouw in ons appartementencomplex heet ook Francis. Dat is een aimabele vrouw die waait als een zacht windje en wel mild is.

Intussen is storm Francis weer getemd, alhoewel het figuurlijk gesproken nog wel zal blijven stormen in onze maffe wereld. Immers in de VS naderen de presidentsverkiezingen. De Republikeinen hebben opnieuw Trump genomineerd voor een tweede termijn. Orkaan Trump is boodschapper van donder en bliksem, alles wat hij doet zorgt voor tornado’s in de VS. Deze mafketel is de gevaarlijkste stormram op deze wereldbol die voortdurend modder gooit naar mensen die hem niet bevallen. Laten we hopen dat de Trump-storm in november voorgoed gaat liggen.

Maar dichterbij is de kans ook groot dat er in november een ware storm gaat opsteken, te weten een Bossche storm ofwel een Carnavalsstorm. Het Bossche carnavalsvirus moet zijn meerdere erkennen in het coronavirus. En dat is emotioneel gezien onverteerbaar. Ieder jaar staat op elf november om elf over elf de Parade barstensvol met roodwitgele gekleurde Oeteldonkers. Dan start het carnavalsseizoen dat voor de volhouders tot halfvasten duurt. Voor de diehards onder ons duurt carnaval zelfs het hele jaar. Na de opening van het carnavalsfestijn door carnavalsburgemeester Peer van den Muggenheuvel stromen de kroegen vol voor het pruven van het goudgele nat en het delen van Bossche klets.  

Maar dit jaar is alles anders, dan zal het stil zijn op de Parade. Dit jaar geen fysieke opening van het carnavalsseizoen voor de duizenden carnavalsvierders. Geen volle Parade. Elf-elf wordt dit jaar een digitale opening in de zin van: ‘Oeteldonk komt naar jou toe, in plaats van jij naar Oeteldonk. De Bossche carnavalsvierder zal thuis met een biertje in de hand hossend rond de tafel het carnavalsseizoen moeten openen. Of dat gaat lukken? En gij geleuft da? De Bossche samenleving kan niet zonder zijn carnaval, geen carnaval tast het goede humeur aan. Dat klinkt ernstig, maar carnaval zit diep in het DNA van de Oeteldonkers. En dat DNA wordt zwaar op de proef gesteld. Ik denk dat de rasechte Oeteldonker toch een biertje gaat drinken in de kroeg, want het carnavalsvirus is volgens mij sterker dan het coronavirus. Kortom, het is stilte voor een naderende carnavalsstorm!

woensdag 22 juli 2020

Mondkapje

Bij een mondkapje moet ik gek genoeg denken aan: ‘zeg roodkapje, waar ga je heen, zo alleen zo alleen’. Ik zeg dat niet zomaar, want zodra een mondkapje mijn gezicht halveert voel ik me geïsoleerd van mijn medemens, ik voel een kloof ontstaan. Ik heb er wel even over na moeten denken of ik zo’n mondkapje, of liever gezegd een zakdoek aan twee elastiekjes, wilde gaan gebruiken. Maar ja, ik wilde per se er een paar dagen tussenuit. En aangezien ik geen auto meer heb moet ik dan met de trein. Nou ja moeten, ik doe het natuurlijk mezelf aan. Edoch, de behoefte was heel groot om een paar dagen langs het Noordzeestrand te gaan pierewaaien.

Immers zo langzamerhand ben ik gaar gekookt, een te hard gekookt ei geworden wat blijft plakken in je mond. Eigenlijk vind ik dat we helemaal van het padje zijn geraakt door het coronavirus. Iets anders of een andere aandoening bestaat amper nog. Ook hoor ik niemand over het uitsterven van de ijsberen, terwijl we kunnen ijsberen als de beste. Weet je, ik kan alle heisa over dat virus eigenlijk niet zo goed meer aan. Op radio, tv en krant struikel ik constant over virologen en over de vette onheilstijdingen die ons te wachten staan. Het vreemde is dat al die virologen het ook niet weten, ze druppelen maar wat aerosolen rond.

Nu wil ik voor viroloog Marion Koopmans wel een uitzondering maken. Marion Koopmans zou in mijn ogen ook een Limburgse volkszangeres kunnen zijn. Ach, laat ze nou toch ook uit Limburg komen. Bij haar komt bij mij een liedje van Corrie Konings bovendrijven: ‘Huilen is voor jou te laat’. Weet je, Marion kijkt een beetje melancholisch, alsof ze vaak teleurgesteld is. Maar los daarvan: als ik een biertje te veel ophad ging bij dit nummer altijd het dak eraf. En om die reden vind ik Marion Koopmans nog wel te pruimen, dan gaat het beeld nog niet op zwart. Sterker: voor haar wil ik wel een mondkapje dragen.

Dus heb ik bij het instappen in de trein zonder pardon een mondkapje voor gehangen, de adem zoveel mogelijk ingehouden, niet gehoest of gekucht en zwijgend zitten staren naar het weiland, naar de herkauwende koeien die geen weet hebben van de zotheid op onze aardbol. De conducteur heb ik een keer gezien gedurende mijn treinreis. Ik hoorde hem tegen een andere reiziger zeggen: ‘u moet het mondkapje wel ophouden, ook als de conducteur niet langs komt’. Dat was subtiel gezegd, niet provocerend, maar wel corrigerend. Mij keek de conducteur goedkeurend aan. Het begin was gemaakt, ik had mezelf overwonnen met het dragen van een mondkapje. Of het echt gaat helpen weet ik niet, maar ik vermoed dat het mondkapje net als afstand houden, niet knuffelen en geen handen geven de trend blijft voor nog een hele periode. Om af te sluiten als meneer den Uil van de fabeltjeskrant zeg ik: snaveltje toe en mondkapje op. Ga maar heerlijk dromen van het land van ooit!


zaterdag 27 juni 2020

De groene scooter

Het is zomer, niet zomaar zomer. Nee, het moet namelijk een bijzondere Bossche zomer worden zonder de anderhalve meter afstand uit het oog te verliezen. Nou zal dat laatste niet meevallen, veel mensen denken intussen vooral weer in centimeters. Met de komst van de zomer heeft bij de Bosschenaren ook de lichtheid in de bol postgevat. Het virus kan ook op zomervakantie. Van de week twitterde een ongeduldige Hans Tervoort: waar blijft de Bossche zomer? In mijn onnozelheid twitterde ik terug: de zomer is al begonnen, het hitteplan is weer van stal gehaald. Maar dat bedoelde Hans niet. Er zou een Bossche Zomer komen met allerlei activiteiten. Hopelijk is Hans inmiddels op zijn wenken bediend, de contouren van de Bossche Zomer worden zichtbaar.

In de krant las ik dat ik straks kan kamperen op het Wilhelminaplein, althans overdag. En als ik me verveel kan ik ook nog een potje jeu de boules spelen of ik kan op een terras een biertje gaan drinken. Er is terraskeus genoeg, want er zijn al heel veel terrassen gecreëerd in de binnenstad. Waar ik ook kijk, er is overal een terras. Ik denk dat we ons zo langzamerhand wel terrasstad van het Zuiden mogen noemen. Dat kunnen we dan weer mooi bijschrijven op de lijst van wat we al intussen zijn. Ja, onze stad zit vol verrassingen. Vanmorgen liep ik naar buiten en zag een splinternieuwe groene scooter staan. Achteloos geparkeerd op de stoep.

Ik keek even rond of ik iemand zag die bij de scooter hoorde. Nee, er was niemand te bekennen. Maar even later zie ik drie jongeren met groene geluidloze scooters voorbij zoeven. Ze hadden dikke pret, de scooter reed en maakte geen geluid. Heel apart. Ik snapte er helemaal niets van en liep weer terug naar de geparkeerde scooter. Waar komen die scooters nou ineens vandaan? Wie is de schenker? Ik was een beetje gebiologeerd geraakt door de vriendelijk ogende scooter. Hij stond er zo uitnodigend bij. Nu had ik nog nooit op een scooter gezeten. Ik keek even rond en zag dat er niemand voorbij kwam. Als een echte kwajongen kroop ik op de scooter en zei: vroem, vroem. Een bekende kwam plots voorbij en zei: wat zie ik nou? Heb je nou een scooter? Da’s is toch niets voor jou. Vroeger durfde je geeneens op een brommertje te rijden. Hij lachte en liep door.

 Tsja, wat had ik moeten zeggen. Ik ben altijd een bange schijterd geweest. Jaloers keek ik toen naar leeftijdsgenoten die voorbij scheurden op een Puch of op een Zundapp. De lefgozers. De morgenzon bracht me terug naar het nu. Ik wilde weten waar die scooters nou zo ineens vandaan komen. Op het front van de scooter zag ik ‘GO sharing’ staan. Kennelijk wordt in tijden van corona alles deelbaar. Later hoorde ik dat de gemeente sinds donderdag 100 scooters her en der in de stad heeft geplaatst. Geluidloos toeren voor de liefhebber van de ene naar de andere activiteit in het Bossche, en dat voor nog geen 30 cent per km. Hans, de Bossche zomer is echt begonnen!

maandag 15 juni 2020

Beloning



Een zomers aanvoelende zaterdagavondwandeling door de binnenstad stemde mij blij. De alsmaar uitdijende terrassen zaten gewoon vol, een beloning voor de horeca. Wel met overwegend jongeren, want de zestigplusser zat natuurlijk braaf thuis voor de buis. De volle terrassen oogden ontspannen en sfeervol. Misschien is de anderhalve meterregeling op het terras nog niet zo slecht, ofschoon de anderhalve meterregeling amper te handhaven is ademde het terras ruimte en privacy uit. Buiten zijn leeft weer en voelt weer vrij. Gelukkig maar. Dat merk ik ook als ik mensen spreek op straat. Alleen sluipt het verraderlijke virus nog steeds door naden en kieren en loert op mensen die hun immuunsystemen niet op orde hebben. Vandaar dat ik altijd een zogenaamde vliegenmepper in de buurt heb, want wie weet moeten we wachten tot Sint Juttemis.

Naast het virus is er gelukkig weer ruimte om over het andere zaken te hebben, dat voelt wel weer lekker. Ik kwam mijn sympathieke neef tegen op het Fonteinpleintje. Mijn neef is recht voor zijn raap. Wat ie vindt, dat vindt ie. Zo heeft mijn neef een chronische hekel aan ambtenaren in het Stadhuis, want die snappen niks van hoe de economie werkt in de Bossche binnenstad. Ze bedenken alleen maar plannen achter hun bureau. Zijn chronische hekel komt niet uit de lucht vallen, want zijn vrouw heeft een winkel in de binnenstad. Dus kom niet aan de middenstander! Het eerste wat hij zei tegen mij: ‘snap jij nou dat ze de Berckelstraat willen afsluiten voor het autoverkeer. Dat zijn mensen die allemaal naar de binnenstad willen om te winkelen. Zijn ze gek geworden’? 

En dat vroeg de voorzitter van ondernemingsvereniging Hartje Den Bosch zich ook al af. ‘Het is zelfs onacceptabel’, zei hij. ‘Klopt, zo jaag juist de bezoekers de binnenstad uit’, zei mijn neef. Zou het?, wierp ik tegen. Je kunt toch de auto op een transferium parkeren en dan met de bus naar de binnenstad gaan? Ik ben wel voorstander van een autoluwe binnenstad. Bovendien gaan steeds meer mensen met de elektrische fiets - die ook snel is – naar de binnenstad. Mijn neef keek me aan of ie water zag branden. Het liefst had hij mijn mond gesnoerd met een mondkapje. ‘Jij praat net als die ambtenaren. Ik spreek je later wel weer, nu moet ik weg’. Jammer, want ik had mijn neef nog willen vragen wat hij vindt van het pas opgeleverde 30 km kanaalboulevard langs de Zuidwillemsvaart. Vermoedelijk zal hij dat ook wel helemaal niks vinden. 

Nou, ik vind het ook helemaal niks. In de krant las ik dat de kanaalboulevard een schitterend plan is. Er komt nog een vlonderpad met bankjes. Dat mag ik hopen. Alleen hoe kom je veilig beneden? De trap is vrij steil! Je moet geen glaasje te veel op hebben, want dan lazer je zo het water in. Voordeel is wel dat je daarna snel nuchter bent. Maar dat de steile trap is niet het enige waarover ik me heb verbaasd. De wethouders van der Geld en Kâhya vinden dat voetgangers en fietsers royaal worden beloond met meer ruimte. Hoezo? Het is nu in mijn ogen een te smalle gevaarlijke tweerichtingsweg geworden met twee brede rode fietspaden. Daar ga ik beslist niet fietsen. Voor je het weet word je door een auto gelanceerd omdat de bestuurder hoopt - door extra op het gaspedaal te drukken - net iets eerder bij een van de drie wegversmallingen te zijn dan zijn/haar tegenligger. Tsja, en wat is dan mijn beloning? Een kamer met uitzicht op de Vughtse gement!

maandag 11 mei 2020

De viroloog




Afgelopen zaterdagmorgen stond ik goedgemutst op. Had goed geslapen en zin in de dag. De zon wuifde vanuit Het Bossche Broek vriendelijk naar me. Ik nam de eerste slok koffie tot me - die zoals iedere dag - weer lekker smaakte. Het is trouwens het beste vaccin om de dag mee te beginnen. En dat vaccin had ik nu wel extra nodig, want de voorpagina van het BD opende nogal schokkend: ‘Nederland wacht een nieuwe coronagolf’. Pats boem, ook goedemorgen. Even hoopte ik dat VW de komst van een nieuwe golf aankondigde die toevalligerwijs Corona heet. Maar nee hoor, viroloog Marion Koopmans voorspelt een pittige wederopstanding van het virus ergens dit najaar. Op de foto bij het artikel keek de viroloog min of meer zelfvergenoegzaam, of ze wilde zeggen: het is maar dat je het vast weet.

Ik denk dat 2020 vast het jaar wordt van de virologen. Jaren heb ik niets van hen gehoord, laat staan dat ik amper wist van hun bestaan en waar ze mee bezig zijn. Van de vinoloog daarentegen weet ik dat wel, die proeft tenminste fruitig. Oké, de vinoloog doet er nog toe, maar legt het ruimschoots af tegen de viroloog. Immers, de viroloog is gepromoveerd tot de almachtigste die ons in de grip heeft en houdt, maar wel op anderhalve meter afstand. Ik weet niet hoeveel virologen er zijn, maar ze lijken nu ineens uit alle hoeken en gaten te komen. En wat zo apart is: ze praten elkaar ook nog na, alsof ze dat van tevoren hebben afgesproken. 

De viroloog is net als het virus een plaag aan het worden. Het zijn net wespen die om je heen zoemen. Pas op. Niet slaan, want anders gaan ze steken. En de media, met voorop de kranten zijn hun boodschapper geworden en lijken te zwelgen in alles wat de virologen uitspreken aan onheilspellende taal. Het BD had zaterdag ook kunnen openen met: ‘Als we ons goed gedragen kunnen we het virus aan’. Dat voelt toch anders, klinkt bemoedigend en maakt het minder zwaar. Bovendien weet een viroloog ook niet wat het virus gaat doen. Ze baseren zich vooral op cijfers, een soort van hogere wiskunde.

Eigenlijk is een viroloog een soort van weerman/vrouw. Marion Koopmans zegt immers: ‘of en hoeveel nieuwe golven er komen, hangt ook af van de mate waarin de mensen immuun worden voor het virus. Dat is ook al iets wat we nog niet weten’. Ik hoor weerman Peter Kuipers Munneke praten. Hij zegt in het achtuurjournaal, staande voor de kaart van Nederland, dat morgen weercode rood van kracht is. ‘Morgen zijn er zware windstoten met zo nu en dan orkaankracht’. De volgende dag blijkt het allemaal nogal mee te vallen. Ik bedoel maar. Hopelijk zeggen we in het najaar dat de viroloog loog!

maandag 4 mei 2020

Henk en Femke Merel



Naast de dagelijkse dodenkoersen van de coronabeurs was er afgelopen weekend wat lichter verteerbaar nieuws. Ik hoorde op de radio dat Henk Krol een nieuwe beweging is begonnen en zijn grote liefde 50Plus vaarwel heeft gezegd. Het gedoe en het gekonkel binnen de partij is hem te veel geworden. Hij had het over ego’s die alleen maar op eigen gewin uit waren. Dus bedacht Henk een list en ging hij in de wandelgangen van het Binnenhof flirten met het onafhankelijk kamerlid Femke Merel van Kooten – Arissen. Femke Merel was al een poosje een slapend 50Plus lid, dus was het ei snel gelegd. En zo stond hij met Femke Merel afgelopen weekend glunderend op de foto. 

Op de foto zag ik dat Henk zijn handen stevig op de schouders van Femke Merel heeft gelegd, Wie weet was hij wel bang dat ze bij nader inzien toch zou afhaken en zou gaan loeien als een Partij voor de Dieren-lid(PvdD). Ja, want Femke Merel was lid van de PvdD, vandaar dat haar tweede voornaam natuurlijk Merel is. Maar Henk heeft Femke Merel binnen. De oude rakker heeft ook een mooie naam bedacht voor zijn nieuwe beweging: Partij voor de Toekomst. Zo’n naam zou ik als oude rakker ook hebben gekozen met een veel jongere, bovendien aantrekkelijke, Femke Merel als second best. Zo ben je als oude rakker voorlopig verzekerd van een spannende toekomst. En van spanning houdt Henk Krol wel, misschien wordt hij nu plotsklaps hetero. Bij Henk weet je dat maar nooit.

Overigens is de nieuwe naam Partij voor de Toekomst niet heel origineel. Er was al een soort van zielloze Partij van de Toekomst. Dat is nu verleden tijd, want Johan Vlemmix, een Brabantse zanger en horecaondernemer heeft namelijk de hele boedel van zijn Partij van de Toekomst inclusief de website pdvt.nl overgedragen aan Henk Krol. Alleen ‘van’ is veranderd in ‘voor. Zo simpel is het kennelijk. En dat is Henk ten voeten uit. Als ik hem hoor praten moet ik altijd denken aan een missionaris en een tweedehands autoverkoper samengevlochten in een persoon. Hij heeft een mate van zendingsdrang in zich, maar hij verkoopt je net zo gemakkelijk een auto die er na 100 km de brui aangeeft.

De nieuwe fractievoorzitter van 50Plus noemt Henk een zetelrover. Maar ze heeft vergeten erbij te zeggen dat Henk niet alleen zetelrover is, maar ook een partijprogrammarover. Hoezo? Zijn maatje Femke zegt dat de nieuwe partij qua inhoud niet veel zal afwijken van de programma’s van 50Plus en PvdD. Mens en dier centraal? In die context heb ik alvast voor de nieuwe beweging een oude PSP poster van stal gehaald die hen kan helpen om hun idealen te realiseren. Henk als een knuffelkoe en Femke Merel als een pure stemmen trekker!                                                                                 


dinsdag 28 april 2020

Het gele virus


En? Hebben jullie in je omgeving al het ‘gele’ virus ontdekt? Nu doel ik niet op wat wij noemen: het gele gevaar uit China, ofschoon de Chinese invloed op ganse aardbol – misschien wel onbedoeld - er bepaald niet geringer op is geworden. Het zal nog een hele poos duren voordat het door hun verspreide nare virus is uitgebloeid. Nee, het gele virus waar ik op doel is heel liefelijk en onschuldig. Ik word daar heel blij van. Dagelijk kom ik op mijn dagelijks grote wandelingen heel veel gele wilde bloemen tegen. We noemen het onkruid, maar dan wel mooi onkruid. Ze groeien in grote getale in de berm en langs de waterkant. Volgens mij zijn het raapzaadplanten. Of heten ze anders? Ik hoor het graag. Wat me is opgevallen dat de gele plant nogal welig tiert en zich ook gemakkelijk vermeerdert in de berm en langs de waterkant.

Alleen is het jammer dat het gele virus een beetje over zijn hoogtepunt heen is, want ik zie het langzaamaan verschralen. Hopelijk gaat dat ook snel gebeuren met het ons haast lamleggende coronavirus. Ook in mijn hoofd ben ik zo goed als lamgeslagen door het woord corona. Ik wil er eigenlijk niet meer over praten, maar dat lukt gewoon niet. Dus ben ik maar dagelijks gaan wandelingen om mijn hoofd leeg te maken. Ik kien mijn rondje slim uit, zodat ik niet veel mensen tegenkom. 
Ik begin mijn tocht op het Wilhelminaplein, loop langs café Buurt en dan verlang ik meteen naar een biertje op het terras, samen met buurtkrantmaatje. Maar gaat mij dat straks nog lukken? Ik behoor immers tot de groep senioren. Nu zijn er kwieke, minder kwieke of helemaal geen kwieke ouderen. Ik prijs me gelukkig dat ik tot de kwieke groep behoor. Maar het tromgeroffel wordt luider om ouderen een soort van eilandgevoel te geven in de samenleving. Allerlei wijsneuzen vinden dat wel een optie. Nog maar even niet aan denken!

Halverwege de Maijweg is een man zijn ramen aan het lappen. Ik zeg hem vriendelijk goedemorgen.  Dat is voor hem het signaal om mij aan te spreken. ‘Wat hebben we tegenwoordig mooie heldere blauwe luchten. De lucht is nog nooit zo mooi blauw geweest, en de natuur lijkt steeds meer in balans te komen met de mens. Dat hebben we toch maar mooi aan corona te danken’. Dat was me ook al opgevallen, de luchten zijn nu vaak hemelsblauw, haast schilderachtig en de natuur oogt vitaler. Dat biedt wellicht perspectief. 
Ik loop verder, want ik moet nog 9200 stappen zetten. Op de Oude Vlijmenseweg komen twee mensen me tegemoet gelopen. Zo te zien lijken ze niet van plan om achter elkaar te gaan lopen, ze zijn te druk in gesprek. Dus ga ik alvast op de weg lopen zonder rekening te houden met een fietser die met een boze blik moet uitwijken om mij te kunnen passeren. Ja, dat nieuwe normaal is wel een dingetje, een heel gepuzzel. Verderop in het parkje tegenover het JBZ snuffelen in het uitlaatveld een paar honden aan elkaar. Bij hen speelt de anderhalve meter norm niet. Was ik maar voor even een hond, dacht ik.  Ha gelukkig, bij de Dommel doemt het blij makende gele virus weer op!

maandag 13 april 2020

Op anderhalve meter



Zeg je ook weleens als je met een klusje bezig bent: ik schiet voor geen meter op? Nou, ik wel. Terwijl ik niet zo’n klusser ben, maar het schrijven van een column is soms ook een hele klus. Maar goed het gezegde: ‘ik schiet voor geen meter op’ kunnen we voortaan in de prullenbak gooien. Het nieuwe gezegde wordt: ik schiet voor geen anderhalve meter op! Alhoewel. Is dat wel juist? Onderzoekers van de TU Eindhoven en KU Leuven beweren namelijk iets anders. Uit hun onderzoek blijkt dat anderhalve meter niet genoeg is. Alleen als je stilstaat is dat genoeg. Dan kun je wel een anderhalve meter gesprek met een ander voeren. Overigens valt dat ook niet altijd mee, zeker als een geboren met handen en voeten verhalenverteller bent. Je hebt dan snel de neiging om iemand aan te raken.
  

Maar nu komt het: ga je met iemand wandelen dan moet je zeker 4 à 5 meter afstand van elkaar houden, omdat je anders vrijgekomen speekseldeeltjes ofwel druppeltjes van iemand die hoest kunt inademen, aldus de onderzoekers van wie overigens niets meer heb vernomen. Toch nepnieuws? Maar goed, toen ik hierover op twitter een NOS-tweet voorbij zag komen heb ik meteen gereageerd. Ik schreef: ‘het moet niet gekker worden, ik denk dat ik maar holbewoner word’! Meteen kreeg ik een reactie van iemand. Hij twitterde: ‘zo te zien aan je profiel ben je ook niet meer de jongste. Ik zou maar binnen blijven’! Daar kon ik het mee doen. Aha dacht ik, zo gaan jongeren nu misschien naar ouderen kijken.


Oké, ik ben 70+, da’s waar. 70+ klinkt als een overrijpe kaas. En je weet dat oude kaas kan stinken en bovendien, als je eraan komt, snel afbrokkelt. Ik denk dat, dankzij corona, oude kaas langzaam minder populair wordt. Maar bestaat 70+ kaas eigenlijk wel? Ja dus. De kaas heet Gormas. Het is een soort 'kaastaart' van Gorgonzola (Gor) en Mascarpone (Mas). De kaas komt uit Italië, toevallig het land met de vele corona doden. Nu zal de kaas er ongetwijfeld niets mee te maken hebben. Maar voor mij nu even geen Gormas kaas, immers een kaastaart eet je wanneer je iets te vieren hebt en daar is voorlopig geen reden voor. Nee, we moeten door met ons nieuwe normaal ofwel met het anderhalve meter mantra. We worden voorlopig vreemden voor elkaar, op afstand kushandjes geven én dat schiet voor geen anderhalve meter op, toch!

vrijdag 3 april 2020

Schichtig paard


Heb je weleens een schichtig paard gezien? Ik denk van niet, want zodra je een schichtig paard nadert is ie er al in galop vandoor gegaan. Een paard is van nature een vluchtdier die altijd op z’n hoede is. Het edele dier houdt – net als ik - absoluut niet van onbekend gevaar. Maar hoe kom ik nou op een paard? Raak ik nu langzamerhand toch de kluts kwijt?  Wie weet! Vanmorgen was ik bij de Jumbo in het Paleiskwartier voor, wat ik noem, troosteten zoals onder andere chips, een appeltaartje, een chocoladereep en wat biertjes. Maar daarnaast dacht ik: het is ook weekend! Al weet ik af en toe niet of ik nou van voren of van achteren leef.


Bij de Jumbo stond ik wat te talmen bij de broodafdeling. Neem ik nou lekkere witte en bruine broodjes of toch maar gewoon een ‘gezond’ volkoren brood. Ik was er met mijn hoofd niet goed bij, keek als een schichtig paard om me heen. Ja, want voor je het weet staat er iemand in mijn cirkel van anderhalve meter. ‘Kunt u het vinden’? Dat vroeg een vriendelijke Jumbo-er. Nee, niet goed. Het ziet er allemaal zo lekker uit. ‘Vertel mij wat, zei ze. Ik eet ook meer dan eerst’. Gelukkig, ik ben niet de enige, dacht ik. Ik noem dat troosteten? Herken je dat? ‘Ja, zo kun je dat wel noemen’. Ik vervolgde mijn pad in een supermarkt die zo goed als leeg was, maar toch bleef ik schichtig. Immers bij het voorbij lopen van een schap kun je zomaar onbedoeld tegen iemand aan botsen en dat is niet bedoeling. 


Bij de kassa was ik meteen aan de beurt. De kassière achter het plexiglas zag mij naar een kastje kijken. Het zag er in mijn ogen uit als een pinapparaat. ‘Wilt u iets vragen’? Misschien dacht ze wel dat ik het even niet wist of dat ik schichtig keek. Nee, eigenlijk niet, zei ik. ik keek rond en stelde vast dat er voorlopig geen klant in de buurt was, dus er was wel even tijd voor een praatje. De kassière: ‘ik vind het wel fijn om te werken. Thuis zitten lijkt mij helemaal niets, want dan gaat op de radio bijna de hele dag over corona. Ik ben blij dat ik een supermarkt werk, al dachten mijn vriendinnen daar eerst anders over. Nu zijn jaloers op me’, zei ze lachend. ‘Maar ik vind het ook wel spannend, want ik moet nu extra opletten dat mensen voldoende afstand houden bij de kassa en dat valt niet altijd mee’. Je kunt trots zijn op je werk, want jullie zijn nu de krenten in de pap, zei ik. ‘Dank je’, zei ze verlegen. Ik liep naar buiten en keek schichtig om me heen. Gelukkig, er was niemand in de buurt!

zondag 29 maart 2020

Dodenrit




Wie kent niet het onsterfelijke lied ‘Dodenrit’ van Drs. P. In dit lied probeert een Russisch gezin op weg naar Omsk aan de hongerige wolven te ontsnappen. Tevergeefs. Het lied begint heel mooi:

'We rijden met de trojka door 't eindeloze woud
Het vriest een graad of dertig, het is winter en vrij koud
De paardenhoeven knersen in de pasgevallen sneeuw
't Is avond in Siberië, en nergens is een leeuw’

Maar dan gaat het vreselijk mis. Onderweg duiken hongerige wolven op. Het hele gezin wordt verslonden, een voor een. De vader is als laatste aan de beurt. Zijn laatste woorden voordat hij wordt verslonden: 'Omsk is een mooie stad, maar net iets te ver weg'. Zo eindigt het lied. Dit maffe en lugubere liedje spookt sinds gisteren door mijn hoofd. Is dit raar? Wie het weet mag het zeggen. Ik vind het in ieder geval niet raar omdat ik constant wordt geconfronteerd met het woord dood op radio en tv. intussen komen we, waar ook in de wereld, telraampjes tekort om de doden te tellen. Iedere dag rond de klok van twee uur hoor ik de nieuwe cijfers, alsof ik naar de voetbaluitslagen aan het luisteren ben. En iedere dag zie ik een statistiek met het aantal besmettingen, het aantal ziekenhuisopnamen en het aantal doden. 

Men spreekt steeds over nieuwe doden. Dat vind ik nogal merkwaardig. Dat roept bij mij – nu alles zo onwerkelijk is - vreemde associaties op. Bij nieuwe doden moet ik denken aan de aanprijzing van een nieuw product of er is weer nieuwe haring. Om het nog onwezenlijker te maken hoorde ik een arts zeggen dat er ook verborgen doden zijn en gaan komen. Dat roept bij de associatie op: er ligt nog een lijk in de kast, een verborgen gebrek. Waarom bezigt men dit woordgebruik? Wat voegen de woorden nieuw en verborgen toe? Dood is dood, dat is al eeuwenoud zo. Daar is niets nieuw of verborgen aan. Het is wat ons bindt, want niemand ontkomt er aan. 

Alleen willen we er liever niet over praten. En nu al helemaal niet, temeer de geleerden onder ons dit virus vooralsnog niet kunnen verbannen naar een onbewoond eiland. Dit ondanks al onze hoogwaardige technologische kennis en kunde over van alles en nog wat. Nu steek ik mijn kop in het zand, want ik wil er liever ook niet over praten. Bovendien kun je nu beter niet praten, want als je praat kun je ook al iemand corona naar de mond praten. Althans, dat zei viroloog Ab Oosterhuis onlangs in de talkshow Op1. Ik weet niet zo goed wat ik van die man moet denken. Hij zal best wel weten hoe het zit met virussen, maar hij klinkt vooral als een angstzaaier, maar ook als een rancuneuze bejaarde viroloog die het beter weet dan het RIVM. Vermoedelijk zal de dodenrit van Drs. P. nog wel een poos in mijn hoofd blijven rondzingen. Omsk is nog ver weg!

dinsdag 24 maart 2020

Telvirus




In tijden van corona – nu onze ogenschijnlijke maakbare wereld volledig op z’n kop staat - gaan allerlei wijsneuzen beschouwingen doen over hoe de wereld er straks uit moet of zal gaan zien. Dat vind ik nog een brug te ver, maar ik ben dan ook geen wijsneus. Maar het is wel zo dat er bij al iets is veranderd. Dat heeft met tellen te maken. Ik denk dat ik een telvirus heb opgelopen. Misschien kunnen mensen zich nog het telraampje herinneren. Vroeger op de bewaarschool (later kleuterschool) werkte ik, voor het bijhouden van rekenwerk, met zo’n telraam. Zo werd ik wegwijs gemaakt in de rekenkunde. Toen heb ik het uit het hoofd rekenen wel goed geleerd. En dat komt mij nu goed van pas.


Ik heb al eerder verteld dat ik 24 rollen toiletpapier in de voorraadkast heb liggen. Met dank aan www.blitzrechner.de kan ik hier 128 dagen mijn kont mee afvegen. Zelf had ik 96 dagen uitgerekend. Dat zal het ook wel worden, want ik gebruik graag extra toiletpapier. Nu moet ik eens kijken of ik kan uitrekenen hoeveel flessen wijn ik nodig heb de komende maanden, uitgaande van twee glazen per dag. Het telvirus heb ik kennelijk niet alleen. Een oud-collega van mij heeft kennelijk ook een telvirus. Zij heeft rijstkorrels geteld. Zij stelde vast dat in een 1kg zak rijst van AH 2.927 rijstkorrels zitten, terwijl er in een zak rijst van Jumbo 3.144 korrels zitten. En dat in het AH huismerk hagelslag 567 chocoladekorrels en in een ander pak 602 chocoladekorrels zitten. Wat kun je hiermee? Niets, maar het leidt af van het coronavirus. 


Gisteren heb ik, terwijl de radio aanstond, een half uurtje getracht om het besmettelijke woord te tellen. Maar zo blijf ik wel met corona bezig, dus ben ik hiermee gestopt. ‘s Middags ben ik ruim een uurtje gaan wandelen, want ik wil per se 10.000 stappen per dag maken. Niet simpel, want de laatste 1000 stappen zijn pittig. Dan kijk ik heel veel  op mijn smartphone tot de laatste stap. Gelukkig telt mijn smartphone mijn stappen, dat scheelt. Ook ben ik bezig met het tellen van het aantal mensen, die ik op gepaste afstand, tegenkom. Dat mogen er niet te veel zijn, want dat is tegen de afspraak. Tenslotte tel ik de lege bussen, exclusief de chauffeur natuurlijk. En dat zijn er best veel. Het slaat allemaal nergens op, maar het leidt mij af van de chaos.


zaterdag 21 maart 2020

Aan de wandel


Mijn balorigheidvirus heeft de benen genomen. Nu nog het coronavirus, maar dat is voorlopig wishful thinking. Vanmiddag nodigde het zonnetje, hoog aan de blauwe hemel, mij uit om een stevige wandeling te maken van minstens 10.000 stappen. Dat is gelukt, al moest dat wel in twee fases. Ik moest namelijk ontzettend naar het toilet. Gelukkig was ik in de buurt van mijn appartement waar het toiletpapier mij toelachte. Ik ben namelijk, toen ik terugkwam uit Lissabon, subiet naar AH gegaan om 24 rollen toiletpapier te kopen. En aangezien we steeds meer in statistieken zijn gaan denken heb ik uitgerekend dat ik hiermee zo’n 96 dagen vooruit kan. Het is wel zo dat ik in dit scenario mijn vrouw niet heb meegerekend, maar die gebruikt altijd minder toiletpapier dan ik. Dat gegeven kan ik dus uitvegen!

Goed. Daarna ben ik weer aan de wandel om mijn 10.000 stappen te realiseren. Het aantal mensen wat ik op straat tegenkwam was klein, maar het hield mij wel alert. Op de Koningsweg zag ik twee vrouwelijke vijftigers elkaar naderen. Vrouw 1: ‘hoi, hoe gaat het met jou? Dat is een poos geleden. Kom hier dan krijg je een knuffel’. Dat gebeurde ook. Vrouw 2 was verrast en verbaasd. ‘Waarom doe ik dat nu’, zei vrouw 1. ‘Ik volg de richtlijnen van het RIWV’. ‘Nu even niet’, zei vrouw 2. Ik liep maar snel door. Op de brug bij de Handelskade hoorde ik twee jonge mensen ruzie met elkaar maken. ‘Waarom ben je nu boos? Is dat omdat de kleur van je tasje niet mooi vind?’ Het meisje bleef boos kijken en had geen enkele zin om te reageren. Aha, dacht ik: ook jonge mensen voelen de toenemende virus spanning. 

Een kwartiertje later was ik bij het Bastion Oranje aan de Zuidwal. Het zonnetje scheen nog steeds hartverwarmend. Op een bankje zaten twee hippie-achtig geklede jonge mensen. Hun hond stond op gepaste afstand aangelijnd, op zo’n anderhalve meter. De man speelde gitaar en samen zongen ze ‘Fire’ van Bruce Springsteen. Eigenlijk een heel toepasselijk liedje in deze voor veel mensen zwaarbewolkte tijd. Het klonk fraai en dat liet ik hen ook merken. De man lachte schaapachtig en de vrouw keek mij niet begrijpend aan. Bijna thuis kwam ik ze weer tegen. Ze spraken Engels met elkaar. Ik zag dat de vrouw mij herkende en misschien wel dacht: wat zei die man eigenlijk? It was nice!

donderdag 19 maart 2020

Troosteten!




Ik ben weer thuis. Ryanair heeft mij gistermiddag vanuit Lissabon keurig gedropt op Eindhoven Airport. Van het ene naar het andere virusgebied. In Portugal was de laatste dagen de boel ook al redelijk op slot gegaan. Gelukkig heb ik afgelopen vrijdag in Lissabon in de wijk Belém nog kunnen genieten van een heerlijk Pastéis de Bélem bij het gelijknamige lunchrestaurant. Het is een klein taartje gevuld met pudding. Normaal zit het lunchcafé tjokvol met toeristen die zo’n heerlijke lekkernij willen eten als ze in Lissabon zijn. Nu kon je de taartjessmullers met tien vingers tellen. Uit balorigheid – daar is het woord weer – heb ik twee Pastéis de Belém gegeten. Troosteten noemen ze dat, geloof ik.

Ach, je moet wat nu het socializen in de ban wordt gedaan en je beter geen afspraken kunt maken met vrienden of familie. Nog even, en afspraken maken wordt verboden. Vandaag heb ik geprobeerd om bij te houden hoe vaak het woord corona op de radio wordt gebezigd. Maar daar is geen beginnen aan. Ik heb de radio op een andere zender gezet, want anders word ik, zonder dat iemand mij besmet, alleen al besmet door het woord corona. Dat is heel vermoeiend. Minister Bruins van Volksgezondheid is al afgetreden, want hij is oververmoeid geraakt. Nog even en we raken allemaal oververmoeid en overspannen, want er wordt over niets anders meer gesproken.

Vanmiddag hoorde ik dat alle ouderen gewoon binnen moeten blijven, contact met de medemens buiten de voordeur vermijden. Nu hoor ik bij deze groep. Ik moet de komende weken een kasplantje worden, dat vind ik heel bizar! Langzaam krijg ik het unheimische gevoel dat er een hogere macht is die vindt dat er te veel (kwetsbare) ouderen zijn. Ik noem hem god Corona. Ik weet wel dat wanneer je tot de (heel) oudere generatie behoort de dood een oorzaak moet hebben, maar dat zal god Corona hopelijk niet op zijn geweten willen hebben!

Veel binnen blijven lukt wel, maar balorig als ik ben sluip ik ‘s morgensvroeg AH binnen. Dan is het nog stil. Ik pak snel een mandje, mijdt mensen en ga op zoek naar eten. Nee, niet naar gezond eten, maar naar troosteten. Ik heb 48+ oude kaas gekocht, wat ik normaal nooit doe. En gelukkig lagen er nog voldoende chips in de schappen en was het Grolsch bier in de bonus. Weer thuis, NPO Radio 5 aan, en mijn dag is Coronavrij!

maandag 16 maart 2020

Nog balorig

Ja, ik ben nog steeds een beetje balorig. Dat zou niet moeten, want ik geniet van de Portugese zon. Terwijl ik dit schrijf zit ik op het terras van een onmetelijk grote tuin in Palmela. De vogels fluiten, de wind waait als een kabbelend beekje. Naast me ligt hondje Lita geduldig te wachten op de volgende aai over haar bol. Dus zal niemand het snappen dat ik toch balorig ben. Maar ik voel me beperkt of liever gezegd: ingesnoerd. China heeft het voor elkaar gekregen om de ganse wereld bijna ten onder te laten gaan aan een virus dat zomaar in je lichaam kan kruipen en je ziek maakt. Je hoeft er bijna niets voor te doen om het te vermeerderen. De angst en paniek is bizar groot in veel landen. Nu is angst een slechte raadgever, maar het zit al in onze vezels. We hamsteren ons suf.

Ik ben absoluut geen complotdenker, maar wat er nu gebeurt is zo surrealistisch. Het lijkt wel of ergens een regisseur zit die dit heeft bedacht. Dit om de wereld in opperste verwarring te brengen en economisch gezien een beetje veel naar de kloten te helpen. Je kent vast de tv-reclame wel van: ‘Ramen dicht, deur op slot. Geef inbrekers geen kans!’ Intussen zijn alle ramen dicht en de deuren op slot. Wie zich naar buiten begeeft wordt onmiddellijk door een soort van corona-politie in zijn kraag gegrepen. Je gelooft het niet, maar ik zag gisteren op tv dat in Madrid dit gebeurde. Deed mij even denken aan de shariapolitie!

Zittend in het aangename Portugese zonnetje in Palmela, waar het normaal al stil is, is het nu heel stil. Het terras met het fantastische panoramische uitzicht op Lissabon is en voelt leeg. Normaal gesproken zou ik, als in Palmela ben, op dit terras een koud Sagres biertje drinken en wat nostalgisch mijmeren over de dingen die voorbij zijn. Maar nu heb ik het gevoel dat ineens de onbekommerdheid van het leven, van de dingen die nog moeten komen voor een poos voorbij zijn, dat maakt mij balorig.

Zomergevoel

  Ik liep in de Nieuwstraat op weg naar huis. Het regende weer eens. Mijn paraplu was mijn beschermfactor. Normaal gesproken zou je nu een z...