donderdag 1 juli 2021

Komt allemaal door corona!

Zo af en toe ga ik met Piet ergens in de stad koffie drinken of lunchen. Meestal op zaterdag, want dan is er meer reuring in het centrum en dat vindt Piet wel leuk. Piet loopt al een poos rond op deze aardbol, zo’n 88 jaar. Piet ken ik nog van vroeger, van de kroeg. Nu woont hij in een zorgcentrum. Daar heeft hij weinig contacten. De mobiliteit van de meeste bewoners laat het zo langzamerhand wel afweten, het wil allemaal niet meer lukken. Om niet helemaal stram te worden doet Piet eenmaal per week een uurtje aan bewegingstherapie: rek- en strekoefeningen. Hij vindt dat de fysiotherapeut hem nogal stevig onderhanden neemt. Niet dat ik dat geloof, maar vooruit. Ondanks wat hij noemt een ‘stevige’ therapie gaat Piet er niet soepeler van lopen. Nee, het is meer schuifelen geworden.

We lopen, nee we schuifelen naar de binnenstad. Dat slechte lopen komt allemaal door corona, vergoelijkt hij. Dat zal best, maar je bent wel 88. Je bent geen Emile Zátopek meer. Deze marathonloper is al lang dood, maar Piet weet hem nog wel te herinneren. 'Ja, die kon verrekte hard lopen, dat weet ik nog wel'. Gelukkig heeft hij zijn rollator met een ingebouwd bankje om zo af en toe op te gaan zitten. ‘Even pauzeren’, zegt Piet dan. Na zo’n vijftig slofstappen is hij wel toe aan een rustpauze. En zo was ik vorige week zaterdag met Piet, na een vijftal rustpauzes, beland op het terras van de Roosekrans aan de Hinthamerpromenade. Ik trakteer hem op koffie met een Bossche Bol. De Bossche Bol smaakt goed. Toch zegt Piet dat hij weinig smaak heeft. ‘Dat komt allemaal door corona’. Ja hoor, daar gaan we weer. Zal ik dan maar gaan afrekenen, zeg ik. Piet: ‘ik zal wel betalen. Even mijn portemonnee zoeken’. Laat maar. Volgende keer mag jij betalen.

Een week later zijn we voor een lunch op weg naar het terras van de Keulse Kar in de tuin van de Sint Jan. Daar verheugt Piet zich op. Jammer, het terras is pas om twaalf uur open. Zullen we dan maar naar het Hart van Brabant gaan op de Parade? ‘Eerst even bijkomen’, zegt Piet en neemt weer plaats op het ingebouwde bankje van zijn rollator. Zijn hoofd zakt wat naar beneden. Voorbijgangers kijken bezorgd. Niets aan de hand hoor, zeg ik. Hij moet effe bijkomen van de wandeling. Na vijftien minuten zijn we dan eindelijk op het terras met uitzicht op de Sint Jan én de teloorgang van het theater. Piet bestelt een uitsmijter en ik laat me de kroketten met brood lekker smaken.

Piet kijkt wat rond. ‘Dit hadden ze al veel eerder moeten doen. Toen ik nog op het Stadhuis werkte heb ik vaak tegen het college gezegd dat ze terrassen moesten creëren op de Parade’. Ja Piet had een goede functie op het Stadhuis, maar toch onvoldoende om terrassen op de Parade voor elkaar te krijgen. Hij wil graag verder gaan oreren over zijn tijd bij de gemeente, maar dat gaan we niet doen. Zullen we maar afrekenen? ‘Ik betaal'. Piet pakt zijn pinpas en steekt het pasje in de pinapparaat. 'Verrek, nou weet ik mijn pincode niet meer’. Oké, dan ik betaal wel weer. Ik druk net het laatste cijfer van mijn pincode in en plots zegt Piet: ‘ik weet mijn pincode weer’. Te laat Piet. Volgende keer een nieuwe kans!


Zomergevoel

  Ik liep in de Nieuwstraat op weg naar huis. Het regende weer eens. Mijn paraplu was mijn beschermfactor. Normaal gesproken zou je nu een z...