Toen ik vanmorgen opstond zag ik wit voor mijn ogen. Het was niet omdat ik me niet lekker voelde. Nee, ik had prima geslapen en was toe aan mijn eerste kop koffie. Maar eerst liep ik gewoontegetrouw naar het raam in de woonkamer om de weidsheid van het Bossche Broek te aanschouwen. Iedere dag word ik verwelkomd door de verschillende groentinten, maar nu zag het buiten wit. Uit ongeloof wreef ik in mijn ogen om meer kleur te krijgen, maar het bleef wit buiten. Ik zag een fietser ploeterend en wel zich een weg banen door een laagje sneeuw terwijl de gure wind hard woei.
Ik schrijf 7 april. De lente is al 17 dagen in ons land. Maar op 7 april leken de narcissen wel sneeuwklokjes. Kennelijk is alles in de war of beter gezegd: van het padje af! Het weer, de dieren en de mensen. Neem nou de wasbeer. Die is ook van het padje af. In Vught zijn afgelopen week twee wasbeertjes gevonden. Een wasbeertje zat in een kippenhok. De boer die over zijn kippen waakt vond het wasbeertje. Misschien dacht het wasbeertje wel dat hij tot een kip was getransformeerd.
Waar de wasbeertjes nou zo ineens vandaan kwamen is een raadsel. Een opgetrommelde boswachter kon er ook geen gehakt van maken. Nou is er ook geen wasberengehakt verkrijgbaar bij de slager. De boswachter vermoedde dat het een weggelopen huisdier was. Een wasbeertje als huisdier? Dat kan, want zo op het oog zijn het lieve aardige diertjes. Maar dat is schone schijn. Een wasbeer is niet volgzaam en gehoorzaam is hij al helemaal niet. Eenmaal volwassen zijn ze niet te vertrouwen en onhandelbaar. Bovendien kan het dier aardige bijtwonden toebrengen. Als ik naar zijn karaktertrekken kijk zijn het net mensen, want die kunnen er ook wat van.
Neem nou
onze bovenbaas Mark Rutte die ook een beetje van het padje is. Mark Rutte vind
ik eigenlijk ook een soort van beer, maar dan meer een ongelikte beer. Bij zijn
eigen partij zullen ze daar vast anders over denken. Voor de VVD is Mark de
enige knuffelbeer, want ze hebben geen andere beer in het berenhok. Er zijn wel
een paar jonge berinnen die aan de poten van grote beer Mark knabbelen, maar
die moeten nog wel beregoed zien te worden. Een paar beren die wel beregoed
waren heeft Mark inmiddels afgeschoten. Klaas, Jeanine en Edith zijn met de
berenboot vertrokken. Functie elders heet dat.
En zo heeft
grote beer Mark in het politieke landschap zijn eigen Blijdorp gecreëerd. Een
groot berenhok voor hem alleen. Mark waant zich haast onaantastbaar en om dat
vol te houden hoort er daar zo af en toe een leugentje om bestwil bij. Dat
hoort ook bij de waarheid van Mark. Mark kan het ijsberen in zijn Torentje niet
missen, wat moet hij anders? Alleen daar voelt hij zich beregoed en berensterk.
Maar laten we eerlijk wezen: wie is er nou niet bang voor een grote beer? Je
zult ‘m maar tegenkomen. Ik denk dat een grote beer altijd de sterkste is!