Tijd!
Hoe vaak hoor ik niet: wat gaat de tijd snel! Op het terras, in de supermarkt, bij de borrelpraat met vrienden. Nu zijn het overwegend - net als ik - ouderen die dat zeggen. Jongeren hoor ik daar amper over. Dat snap ik ook wel, want als je jong bent wil je juist dat de tijd sneller gaat. Maar ik ben geen jonge man meer. Al denk ik soms van wel, maar dan fluit mijn lijf me gewoon terug. Ter illustratie: wanneer ik 's avond op de bedrand mijn sokken uit doe is dat inmiddels een hele operatie nu mijn lijf strammer wordt. Maar terwijl ik mijn sokken uittrek zeg ik steevast tegen mijn partner: ik heb het gevoel dat ik hier vijf minuten geleden ook al bezig was om mijn sokken uit te doen. Het is een soort van ritueel geworden. Ik moet daar niet teveel over nadenken, anders raak ik in de war. En van in war zijnde mensen hebben we er al genoeg. Een psychologe aan de Britse University of Sussex - en die heeft er, denk ik, verstand van - beschrijft een aantal theorieën in haar boek Supersn...