Ja nee!
M et mijn boodschappen in de tas liep ik AH uit op weg naar mijn fiets. Ik had mijn mondkapje nog op, want ik kan geen twee dingen tegelijk: mondkapje afdoen en boodschappen dragen. ‘Zo George, je hebt weer boodschappen gedaan’. Aangezien mijn bril – met dank aan mijn mondkapje - weer opnieuw was beslagen zag ik niet zo snel wie de man was die mij aansprak. Ik deed mijn mondkapje af en kreeg weer helder zicht en zag dat Willem, met zijn onafscheidelijke sigaar in zijn mond, voor me stond. Willem is een oud-collega van me. Inmiddels een oude knar die nog goed voor zichzelf kan zorgen. Het is een taaie die zich niet gemakkelijk laat omblazen. Willem blinkt uit in zijn recht voor zijn raap taal en is zeker niet van de dialoog. ‘Het zijn hele rare tijden’, zei hij. Zeg dat wel, Willem. Ik dacht dat hij op de coronacrisis doelde of nog gekker de apocalyps van de Amerikaanse verkiezingen. Niets van dat al. Hij wilde het vooral hebben over een pas overleden vriend, een bek...