maandag 5 augustus 2019

You are here



Het Boulevardtheaterfestival is paar dagen onderweg. Het is voor mij altijd weer een cultuurfeest, ofschoon ik, terwijl ik dit schrijf, pas twee voorstellingen heb gezien. Twee heel verschillende voorstellingen, dat wel. Donderdagavond was in het TadP de openingsvoorstelling ‘De Living’ van NTGent. Ik had er zin in. De charmante festivaldirecteur Viktorien had er zo te horen in haar openingswoord ook heel veel zin. Ik ben blij met haar als directeur. Ze sprak woorden die ertoe doen. Ze verlangt naar een nieuw theater, een 24 uurs open (ontmoetings)theater.

In de Talkshow in de Keulse Kar op vrijdagavond beloofde burgemeester Mikkers plechtig dat er binnen vier jaar een nieuw theater zal staan op de Parade, maar dat gelooft bijna niemand meer. Ook Viktorien ziet donkere wolken samenpakken boven de Parade. ‘Ik vrees dat we volgend jaar weer hier staan en ik ben bang dat we over een paar jaar het zonder theater zullen moeten doen. Ik moet er niet aan denken. Het zou het einde van het festival Boulevard betekenen. Dat is verschrikkelijk voor het culturele klimaat van stad’.

Tsja, en met een burgemeester die nogal van het levenslied houdt is dat niet ondenkbaar. Dus omarm ik deze week ‘You are here’, het motto van het theaterfestival dit jaar. Het gaat immers om het genieten van het moment en niet om het somberen over wat er of niet komen gaat. Ik geniet van al die jonge theatermakers op het festivalplein en die te gast zijn in de Talkshow in de Keulse Kar. Ze hebben mij wat te vertellen over wat hun beweegt om een voorstelling te maken en te spelen. Het ontroert me.

Op zondagavond ben ik naar Dichtbij Matki geweest, een afstudeervoorstelling van Monika Kowalewski. Ik ken Monika redelijk goed, maar ik kende niet haar verleden. Monika is tegen haar zin op jonge leeftijd met haar moeder van Polen naar Nederland verhuisd. Haar moeder was verliefd op een Nederlandse man die van alles beloofde. En wat doe je dan als moeder? Wat weegt zwaarder? Je dochter of de liefde? Maar hoe probeer je je jonge leven in te vullen in een land met een andere cultuur? Na afloop feliciteerde ik Monika met haar prachtige voorstelling. Ik raakte ontroerd en wist niet zo goed de woorden te vinden die ik haar wilde zeggen.

Terug naar donderdagavond, naar het TadP. Op de geïmproviseerde tribune was ik in afwachting van het begin van de openingsvoorstelling. Ik zwaaide naar mensen die ik kende. Het decor zag er veelbelovend uit. Twee gescheiden woonkamers die identiek waren. Aan tafel zat een jonge Afrikaanse vrouw. Ze zei niets, ze zou de hele voorstelling niets zeggen. Ook haar tweelingzus die later opkwam zei niets. Hun handelingen liepen haast synchroon. De een wilde dood en ging ook dood. De ander wilde door met het leven en deed dat ook. Ik vond het tergend langzaam gaan. Het sprak niet tot mijn verbeelding en dat was volgens mij wel de bedoeling van de regisseur. Hij omarmde wellicht – net als ik - ‘You are here’, maar dan anders. En dat is het mooie van het theaterfestival!

donderdag 4 juli 2019

Lintje voor Marianne



Marianne van der Sloot was een aantal jaren CDA-raadslid in de Bossche Raad en het laatste jaar de fractievoorzitter van deze partij. Nu is ze vertrokken naar Provinciale Staten. Marianne is – denk ik – heel ambitieus. Voor haar rol als raadslid heeft onze burgemeester haar een koninklijke onderscheiding opgespeld oftewel een lintje. Geen gemakkelijke klus, want je moet bij het opspelden zo vlak boven de rechterborst wel lichaamscontact zien te vermijden. Voor je het weet heb een MeToo- proces aan je broek hangen.

 Maar waarom heeft Marianne van der Sloot een lintje gekregen? Kennelijk heeft Marianne zich als raadslid bijzonder verdienstelijk gemaakt voor de (Bossche) samenleving, althans volgens mensen in het Stadhuis. Vind ik dat overdreven? Ja, dat vind ik heel overdreven en nogal lastig uit te leggen. Immers, mag je van een raadslid niet verwachten dat hij/zij zich juist bijzonder inzet voor de Bossche samenleving? Daarom word je toch raadslid, zou ik zeggen! Alhoewel, er zijn ook raadsleden die een hobby hebben gemaakt van hun raadswerk of hun eigen ego boeiender vinden!

Wellicht heeft Marianne is bijzonder verdienstelijk bezig geweest, ofschoon mij dat nooit is opgevallen. Raadsleden om haar heen wel. De burgemeester roemde de inzet van Marianne voor de zwakkeren in de samenleving met name haar inzet op thema's als armoede en eenzaamheid. Nou ken ik best wel mensen die zich met al hun vezels inzetten voor de zwakkeren in onze Bossche samenleving. Die mensen hoor je niet, maar staan ook niet op een podium zoals Marianne van der Sloot. Nee, die doen dat gewoon vanuit een persoonlijk motief, uit liefde voor de medemens. Ik hoor hen zeggen: ‘ik ben er voor de ander, klaar’!

In haar afscheidswoord zei Marianne dat ze het raadswerk vooral mooi vond om te doen. Mooi! Dat is volgens mij niet hetzelfde als bijzonder verdienstelijk! O ja, ze had ook nog een advies. ‘Wees trots op de stad, maak maximaal gebruik van het Provinciehuis en maak Den Bosch weer groot’. Politieker kan het niet, maar het past wel binnen haar ambities. Marianne gaat de komende jaren door het leven als gedeputeerde, niet te verwarren met gedupeerde (dat zijn namelijk de zwakkeren in onze samenleving). Marianne heeft de portefeuille: 'samenleving, cultuur en erfgoed'. In die rol zal Marianne zich onder meer inzetten voor de leefbaarheid op vooral het Brabantse platteland. Als gedeputeerde gaat zij - met voorop in de pas lopende ganzen en een blikken harmonieorkest -  Brabantse dorpen bezoeken om met bewoners ‘dorpendeals’ te realiseren. Wat dat precies inhoudt weet ik niet, maar het klinkt best spannend. Een prettige bijkomstigheid voor Marianne: ze hoeft niet meer zo haar stinkende best te doen, want er hangt al een lintje van verdienste op haar kanariegele jurk!

vrijdag 21 juni 2019

Opschudden!



‘Schrijf je nog wel? Het is de laatste tijd stil op jouw Pardoes. Er gebeurt toch genoeg in de cultuurstad van het Zuiden, zou ik zo denken’? Jan nam een slok van zijn biertje en wachtte op wat ik zou gaan zeggen. Jan daagt graag uit. Ik ken hem al een hele poos. Het is een sympathieke vent met wie ik gezellig een biertje kan drinken en over van alles babbelen. Jan denkt overwegend rechts en ik overwegend links. Desondanks weten we elkaar in politieke kwesties steeds beter vinden. Dat zal wel de leeftijd zijn, vermoed ik. Hoe ouder, hoe milder. Toch verschillen we van elkaar. Jan zegt altijd meteen zegt waar het op staat. En ik? Ik fiets eerst graag een straatje om alvorens mijn mening te verkondigen. Ook nu deed ik dat. Ik keek op mijn gemak rond op het drukke terras. Als ik mijn oren zou spitsen dan zou ik ongetwijfeld genoeg stof tot een column aangereikt krijgen. Er zaten twee vriendinnen vlakbij ons tafeltje. De mooie hoogblonde met fraaie krullippen kwekte constant. Haar eveneens blonde vriendin luisterde quasi geïnteresseerd. Ze had het best druk met haar IPhone. ‘Ik vind mijn vriend niet zo leuk meer, hij luistert de laatste tijd amper naar wat ik zeg’, zei de hoogblonde. Haar vriendin zei: ‘je staat ook 24 uur per dag aan’. Pats, die zat! Dat zou Jan ook gezegd kunnen hebben.

‘Nou komt er nog wat van’, zei Jan. Ik slikte even. Wethouder Huub van Olden heeft mij monddood gemaakt, zei ik aarzelend. Jan: ‘de wethouder heeft je wat’? Je hoort me toch, zei ik enigszins gepikeerd. ‘Heeft hij je hoogstpersoonlijk gebeld om dat mede te delen’? Nee, dat niet. Hij heeft een hoge ambtenaar laten bellen. ‘Wat een lafaard, wat een lapzwanskever’, zei Jan. Nou ja zeg, hoe raad je het! Lapzwanskever. Dat woord heb ik in een van mijn columns gebruikt toen ik wat had geschreven over het slappe gedoe bij B&W rond de Kaaihal hier bij de VF. En met lapzwanskevers bedoelde ik alle B&W-leden en dat pikte Huib niet. Hij had wel eerst zijn maatje wethouder Jan Hoskam gebeld voor advies, maar die had thuis de telefoon niet gehoord omdat John de Bever in een café nogal luid uit de speaker knalde. En laat John de Bever nou niet de favoriete zanger zijn van wethouder Hoskam. Jan: ‘wat een stelletjes muppets zijn het toch. Weet je wat de heren bestuurders nodig hebben’? Vertel het eens, beste Jan? ‘Een Thierry Baudet’. Die zou de boel weleens opschudden in de Bossche Raadszaal, dat heeft hij in Den Haag ook gedaan. Je hebt me een mooie dienst bewezen Jan, want je hebt mij ook opgeschud! Nog een biertje?

vrijdag 17 mei 2019

lapsnuitkever



In verschillende straten in onze stad zijn lapsnuitkevers gesignaleerd. Lapsnuitkevers? Ik had er nog nooit van gehoord. Het schijnt een ware plaag te zijn. De lapsnuitkever is een klein zwart/bruin torretje en ziet eruit als een eng beestje. De lapsnuitkever heeft de grootte van een nagel. De gemeente onderneemt al actie om de lapsnuitkevers te vernietigen. Maar niets zeggen tegen Animal Rights, want anders krijg je Boxtelse toestanden.  Wat voor schade richt een lapsnuitkever allemaal aan?  Ze eten aan de planten in de tuin. Het zijn dus vegetarische deugnieten. Overdag gaan ze ondergronds om met elkaar te overleggen over de te nemen nachtelijke acties.

Ik vraag me af of dit plantaardige kevertje zich - figuurlijk gesproken - misschien ook in het Stadhuis ophoudt? Waarom zouden er dergelijke kevertjes op het Stadhuis rondlopen zul je wellicht denken. Dat is niet zo moeilijk, vind ik. De lapsnuitkever is overdag onzichtbaar en laat ik dat nou ook vinden van onze huidige bestuurders. Ik hoor ze amper. En als ik ze hoor dan is het allemaal nogal tobberig, zeker als het over de portefeuille ‘cultuur’ gaat. Er loopt inmiddels een kort geding tegen het gekozen theaterplan van architectenbureau NOAHH. Vier andere architectenbureaus zijn het niet eens met de (rommelige) werkwijze van wethouder van Olden en vinden dat de ontwerpprocedure opnieuw moet. Winnen de vier bureaus het kort geding dan gaat dat heel veel geld kosten en is een nieuw theater nog verder weg. En zo gaat het plan voor een tijdelijk ‘Kaaihal’ theater aan de tramkade niet door. De financiële risico’s zijn te groot, vindt B&W. Wat een treurnis, wat een amateuristische podiumkunst!

 Als ik de initiatiefnemers mag geloven zijn er echter geen financiële risico’s. Nu heb ik weleens gehoord dat de wethouders Van Olden en Hoskam niet zo gecharmeerd zijn van Jan van der Putten, directeur van de VF. Ofwel, ze lusten hem niet echt. Misschien te taai, te voortvarend en te eigenzinnig? Kennelijk heeft wethouder van cultuur Mike van der Geld niet zoveel in de B&W-pap te brokkelen.  Diezelfde Mike van der Geld heeft een poos geleden in de VF nog een cultuurrede uitgesproken. Niet dat zijn het verhaal cultuurverheffend was, maar Mike zou wel zijn best doen om het Kaaihal theaterplan te omarmen. Het is bij de omarming gebleven, want het mooie plan gaat niet door. En dat komt vast omdat Huib van Olden al zeven kleuren stront schijt vanwege het kort geding dat aanstaande is. Nee, het zijn geen lapsnuitkevers in het Stadhuis, maar wel lapzwanskevers!

donderdag 11 april 2019

Droomstad



‘De stad van’ is een wekelijkse rubriek in het BD. Afgelopen maandag mocht Charelle van Es in de krant haar verhaaltje doen over wat ze vindt van onze stad en hoe trots ze is op de stad. Charelle is een jonge zangeres die, naast het zingen van het levenslied, bij een slagerij in de binnenstad werkt. Je zou haar een soort van ‘schlagers’ vrouw kunnen noemen. Het is dus niet zo raar dat Charelle trots is op het levensliedfestival op de Bossche Markt. Daar is ook niks mis mee! Het levenslied bezingt immers het leven in alle toonaarden waarbij tranen van verdriet of geluk zo af en toe vloeien. Dat hoort bij het leven. Ook in het Bossche, mijn stad.

Ik ben best wel trots op mijn stad, de stad van de lach en de traan. Maar waarop precies ben ik trots? Dat vind ik niet zo simpel te beantwoorden, maar ik denk op onze bourgondische longen én op de VF, het cultuurplein van onze stad! Weinig trots ben ik op onze Stadhuisbeleidsmakers met hun drijfzandvisies. In het BD las ik pas een artikel over een mijmering (droom) over het Zuidwalgebied. Het moet een van de mooiste plekjes van de Bossche binnenstad gaan worden. Het voormalige majestueuze Paleis van Justitie wordt dan het kloppend hart. Dit lijkt mij niet serieus te nemen. Volgens mij hebben de visiemakers op het Stadhuis iets te diep in het glaasje gekeken. Weet je, aan de tap ontstaan vaak de wildste ideeën die – weet ik uit ervaring – meestal niet tot bloei komen. Het is net als bij bloemen, je moet ze wel regelmatig water geven anders verdorren ze.

Ik heb al heel wat visionaire gedachtekronkels voorbij zien komen. Nee, over het TadP wil ik het niet meer hebben, daar moet Charelle van Es bij het komend levensliedfestival maar een levensliedje over gaan zingen. Ik wil het dit keer hebben over de visie op de Zuid Willemsvaart. Dit doodsaaie bootarme kanaal moet een kanaalpark worden. Dit kanaal zo’n 12 kilometer lang moet de komende jaren veranderen in een groene strook van parken. Om met de woorden van de gemeentevisionairs te spreken: ‘hier komen de binnenstad en buitengebieden, natuur en cultuur, wonen en werken, en oud en nieuw samen'. Echte droomwoorden! In het najaar van 2016 werd in de Tramkade de droom door toenmalig wethouder Eric Logister gepresenteerd. 

Inmiddels zijn we een hele poos verder, ruim twee jaar zelfs. Ik hoor het woord Zuidwillemspark nog amper vallen. Alleen op de brug over de Zuid Willemsvaart pronkt deze naam. Ik herinner me nog dat betrokken Bosschenaren hun droom over dit droomproject mochten delen met de gemeente. De dromen staan op de droomstadwebsite van onze stad. In totaal zijn er zeventien dromen ingediend waarvan er één is gerealiseerd. In het bestaande brugwachtershuisje aan de Orthenbrug is een ‘coffee to go tentje’ gekomen, een soort van ontmoetingsplek is in het Zuidwillemspark. Heel apart, want waar is het park? Blijf in het Stadhuis maar lekker dromen van een Zuidwillemspark en een Zuidwal als kloppend hart! 

donderdag 28 maart 2019

Rafelige avond






Wat zijn de ambities van onze stad? Ik weet het eigenlijk wel, maar misschien tovert cultuurwethouder Mike van der Geld wel verrassingen uit zijn hoge hoed. Dus op naar de clubzaal in de VF voor een debat hierover. Ik kon gelukkig nog net een stoel onder mijn billen schuiven, want er waren heel veel clubleden die – net als ik - ook nieuwsgierig waren naar de ambities van de gemeentebestuurders. Naast mij zat een man die weinig spraakzaam was. Zijn linkerbeen rustte geduldig op zijn rechterbeen. Hij had gestreepte sokken aan, vlotte instappers en een spijkerbroek waaraan de rafels hingen. Toen kon ik nog niet bevroeden dat het woord rafel als randverschijnsel vaak voorbij zou komen.


Een rafel kun je bijvoorbeeld zien als garen dat opzettelijk uit een afgewerkte stof wordt gehaald met als doel het opnieuw te gebruiken. Probeer dat vast te onthouden! Een van de debaters zei namelijk: ‘een stad moet rafels durven maken, want daar kun je schuiven en daar kun je innoveren’. Wat hier precies mee wordt bedoeld weet ik nog steeds niet. Ik snap natuurlijk wel dat je dwarsliggers en vernieuwers nodig hebt voor je plannen, anders wordt het weinig verheffend. Nu vind ik dat onze bourgondische stad, na het Jeroen Boschjaar in 2016, nogal oubollig aan het worden is. In zijn column zei Lucas de Waard dat Den Bosch een VVD-stad en sinds kort tevens een FvD-stad is, maar dat het ook de stad is van zijn oma. Bij die woorden moest ik glimlachen.

Ik dacht heel even aan mijn oma die destijds vlakbij het GZG in de Hooge Nieuwstraat woonde waar ook café ’t Pumpke was gevestigd. Hier in het GZG-kwartier worden nu heel dure appartementen en huizen gebouwd. Het GZG-kwartier zou ook wel het VVD-kwartier genoemd kunnen worden. Lucas de Waard had in zijn column dus wel een punt. Voordat de bouw startte waren op het GZG-terrein ook verschillende culturele rafelranden te vinden, maar die zijn door de projectontwikkelaar weggerafeld naar onder andere de Tramkade. 

Maar voor hoe lang? Dat is onduidelijk. De wethouder zei hierover: ‘eind van het jaar komt er kader over hoe wij om denken te gaan met dit gebied. Daar hoort ook cultuur bij. De Tramkade is een hotspot die we koesteren, maar in welke hoedanigheid weten we nog niet’. Dat laatste klonk alsof B&W wacht op een projectontwikkelaar met een grote zakgeld! O ja, het ging over de ambities van onze stad, toch! De hoge hoed bleef op het hoofd van de wethouder. Ambitie heb ik amper gehoord, maar daarvoor was het ook een te rafelige avond!

woensdag 20 maart 2019

Gelukkig zijn




Wij Nederlanders kunnen ons geluk niet op lees ik in de krant. Ik wreef me nog maar een keer in mijn ogen. ’s Morgens kan ik nog weleens na het opstaan wazig zien en dan helpt het wrijven in mijn ogen. Maar het stond er echt: ‘we kunnen ons geluk niet op’. We staan op plaats vijf, alleen de Scandinavische landen waar ’s winters weinig daglicht is, gaan ons voor. Ik weet niet hoe ze geluk meten bij de Verenigde Naties. Ik ben nooit gebeld, laat staan dat ik ooit een vragenlijst heb gezien in mijn mailbox. Ik ben namelijk heel benieuwd naar de vragen in zo’n geluk lijst. Een voor de hand liggende vraag zou kunnen zijn: bent u gelukkig, wanneer bent u gelukkig, hoe vaak voelt u zich gelukkig of wat zorgt ervoor dat u zich gelukkig gaat voelen?

Goed, laat ik doen of de vragenlijst wel heb ontvangen. Ik doe een poging. Op dit moment voel ik me wel lekker, dat kan overigens over een uurtje anders zijn als mijn vrouw thuiskomt en zegt: je zou toch stofzuigen! En dan gisteren, toen werd ik bijna omvergereden door een onbedachtzame fietser die het druk had met het appen op zijn IPhone. Het gebeurde gelukkig niet. Even later bleef ik in het trappengat in mijn appartementengebouw met mijn voet hangen achter een traptrede. Gelukkig had ik de leuning vast, dus ik viel niet. Weer zo’n geluksmomentje! En dan mijn gezondheid: daar gaat het best wel goed mee. Af en toe een pijntje in mijn lijf, maar dat is met een zalfje wel op te lossen. Da’s ook geluk hebben. En dat ik hier ben geboren vind ik ook geluk hebben. Verder hoop ik dat FvD en PVV minder zetels krijgen dan de peilingen voorspellen. Dat zou zeker bijdragen tot mij meer gelukkig voelen. Maar of dat allemaal ook zo wordt bedoeld door de onderzoekers weet ik niet. Ik vind het lastig om hier de vinger achter te krijgen! 
Ik snap wel dat we ons veel beter voelen als mensen in bijvoorbeeld Afrika of in oorlogsgebieden. Daar is geluk helaas heel ongewoon. Toch zie ik in mijn omgeving mensen zich niet zo vaak van geluk vaak op hun dijen kletsen. Nogal eens hoor ik om me heen geklaag over gezondheid, over een niet lekker lopende relatie, over de vervelende altijd beter wetende collega op het werk of over die Haagse politici. Nu las ik laatst dat we een overdreven focus hebben op het negatieve. Kortom, we klagen graag ondanks dat we heel gelukkig zouden zijn. We hebben altijd wel wat te mekkeren, ons land is vergeven van de zogenaamde ervaringsdeskundigen die te pas en te onpas in de media worden opgevoerd. Hoe zou het zijn als we minder gelukkig waren, onze omstandigheden wat minder goed zouden zijn? Zouden we dan minder klagen? Wie het weet mag het zeggen! Op Facebook zei iemand: ‘ik word gelukkig van vrienden, familie, de zon, lammetjes in de wei en een wijntje'. Dat noemen we dus gelukkig zijn!'.

Herkauwen

Wat deed ik acht jaar geleden op 27 augustus? Ik zou het niet weten. Maar er is een social media platform die dat wel weet en dat is Faceboo...