vrijdag 12 februari 2021

Winterpret

Ik denk dat de plotselinge winter met zijn onstuimige sneeuwval dit jaar nog nooit zo welkom is geweest. Afgelopen zondag was het zover: een echte eerste ongekende winterse dag. Dat hebben we lang niet meer gekend. De hele dag sneeuwval, de wind woei het hard, het was koud en de sneeuwvlokken dansten vanwege de straffe oostenwind wat langer in het oneindige alvorens neer te dalen op de koude grond. In het Bossche Broek zag ik dik ingepakte mensen de oostenwind en de vallende sneeuw trotseren. Dat wil ik ook, dacht ik. Mijn nieuwe zwarte muts met de tekst ‘Kaaskop’ zou goed van pas komen. Deze muts had ik van mijn lieve kaasvrouw gekregen. Een week eerder had ze mij verteld dat er heel koud weer zou aankomen en dan komt een muts goed van pas. Gelijk had ze, want de muts op mijn Hollandse kaaskop was nodig.

Met voorzichtige stappen baande ik me een weg door de sneeuw die nog haast maagdelijk wit was. De stappen in de sneeuw voelde als een verademing. Even geen aandacht voor de pandemie. Dat moeten meer mensen hebben gedacht. Overal was het druk op straat en iedereen leek uitgelaten. Op de markt was al een kleine sneeuwberg verrezen, geknutseld door kinderhanden met als doel om met hun slee er vanaf te roetsen. Een verslaggever van het BD was met zijn IPhone dit tafereel aan het filmen. Hij vroeg aan een glunderende vader, die zijn twee kinderen ook uitdaagden om van de sneeuwberg af te roetsen, hoe hij deze eerste echte winterdag beleefde. Geweldig, het leidt voor even af. Iedereen heeft inmiddels wel de buik vol van de lockdown. En dan is de sneeuwpret toch heel welkom, zei hij tegen de verslaggever. Zo is dat.

Ik knikte instemmend. Toch werd mijn sneeuwpret op de eerste winterdag een klein beetje verpest, want ik las op de nieuwssite van de NOS een item over sneeuwballen gooien of schaatsen. De Rijksoverheid was er als de kippen bij om te zeggen dat je in ieder geval alleen sneeuwballen mag gooien of schaatsen met eigen huishouden of één vriend of vriendin'. Waarschijnlijk had Jaap van Dissel, inmiddels de echte baas van ons land, ’s morgens meteen gebeld met het verantwoordelijke corona-duo Mark en Hugo om hen te zeggen dat we ondanks de winterpret niet mogen verzaken. Kortom, regels zijn regels. De angst regeert.

Jammer, iedereen voelt zich nu een stuk aangenamer. De winterzon schijnt. De schaatsen kunnen worden ondergebonden voor een tochtje op het ijs. In ons (over)enthousiasme kwam zondag in Op1 het woord Elfstedentocht nog voorbij. Een weerman voorspelde dat het wel zou kunnen, want het zou bitter koud worden. We weten inmiddels beter. Voorspellingen blijven voorspellingen, maar dat weten ze bij het RIVM nog niet. Stel dat de tocht der tochten wel had gekund? Dan had Jaap van Dissel ongetwijfeld in zijn beste Fries gezegd: It giet net oan!  Meneer van Dissel: wat is gezonder dan de buitenlucht?  Het is maar goed dat ik bretels draag, anders was mijn broek afgezakt.

donderdag 4 februari 2021

Ge wit ooit nooit nie!


‘Ik bouw veur jou een droompaleis, een droompaleis onder de Parade’. In mijn carnavalsjaren heb ik in overvolle kroegen met blond schuimend bier in mijn hand én mijn arm om een schoon vrouwke hossend deze onvervalste carnavalshit vaak mee gelald. Ja lallen, want na een dozijn bier in mijn donder was de zuivere zang ver te zoeken. Deze carnavalskraker van Spuit Ellef vind ik nu wel heel toepasselijk. Hoe kom ik daar zo bij? In het BD las ik dat de voorzitter Rob van de Laar van de Brabantse Carnavals Federatie(BCF) vreest dat carnaval ondergronds wordt gevierd. Ze hebben signalen opgevangen dat de rasechte carnavalsvierders op zoek zijn naar stille schuren op het platte land. Kan gebeuren in deze maffe tijd, zeker nu er al bijna een jaar een soort van virusoorlog heerst. En tijdens de Tweede Wereldoorlog was er ondergronds ook actief verzet. Nu heb ik in het Bossche nog geen ondergrondse activiteiten kunnen waarnemen, maar ge wit oit nooit nie!

 

Misschien zijn Bossche carnavalsvierders ergens wel een soort van ondergronds Droompaleis aan het bouwen, want er is in het centrum nog weinig roodwitgeel te zien. Alleen bij het ‘Hart van Brabant’ op de Parade hangt een groot spandoek met de tekst: ‘Welkom in ’t Hart van Oeteldonk’. Dat klinkt nogal uitnodigend, toch? Op de ramen van café ’t Hart zijn ook nog eens foto’s geplakt van feestende Oeteldonkers. Dat maakt het verlangen naar carnaval alleen maar groter. En juist dat prikkelt mijn fantasie. Zou bij ’t Hart de ingang zijn naar het ondergrondse Droompaleis onder de Parade? En er is nog iets, het is wel opvallend dat in de binnenstad een aantal panden zijn dichtgetimmerd. Ja, dat komt door de rellen van maandag 25 januari, hoor ik iedereen zeggen. Maar wat er achter die houten schotten stiekem gebeurt laat zich moeilijk raden. Wie weet verschaffen de dichtgetimmerde panden wel de toegang naar een ondergrondse gang naar het Droompaleis onder de Parade. Ge wit oit nooit nie!


Ook zie ik op straat zo af en toe iemand lopen met een slim verpakt muziekinstrument. Misschien ook wel op weg naar ’t Hart naar de pas opgerichte carnavalsclub ‘Hou Vol’ om het nieuwe carnavalsdeuntje ‘Zeg roodwitgeelkapje waar ga je heen, zo alleen’ te gaan oefenen. Ja, een Bosschenaar het carnaval afnemen is als een doodzonde waar geen vergeving voor bestaat. En dat beseft Rob van de Laar maar al te best, vandaar zijn vraag aan de carnavalsvierder om zich aan de coronaregels te houden. De carnavalsfederatie heeft de steun van veel carnavalsclubs die met carnaval online activiteiten organiseren zoals quizzen. Helaas zijn de meeste carnavalsvierders geen lid van een carnavalsclub. Maar los daarvan denk ik niet dat een carnavalsvierder met carnaval in is voor een quiz. Een carnavalsvierder wil stappen met een blond biertje in zijn hand, van kroeg naar kroeg. Ik zou er niet gek van staan te kijken wanneer veel roodwitgeel uitgedoste Bosschenaren met een biertje in de hand in hun Droompaleis, niet onder maar op de Parade staan. Ge wit oit nooit nie!

 





vrijdag 29 januari 2021

Knuffelen

Wat is er heerlijker dan banjeren op strand aan zee? Dus op naar Zandvoort aan zee. Even lekker banjeren en uitwaaien op het brede strand. En uitwaaien aan zee kun je, want er staat altijd wind. En verdomd, wind aan zee maakt je kop leeg én dat is vooral nu mooi meegenomen. Een beter medicijn tegen het virus bestaat er volgens mij niet. En wat is er mooier dan het trotseren van storm aan zee?  En die storm was er op de eerste dag in Zandvoort. Het was een storm die dwars door mijn lijf blies, terwijl de zandkorrels als hazen over het strand joegen. Ook de golven dansten mee op de wind. Het was een fraai decor.

Alle lopende op het strand werd ik haast opgetild. Alsof ik een ervaren kitesurfer was. In mijn stoutste dromen zou ik ook wel willen kitesurfen om als een ‘vrije’ vogel’ boven de zee te hangen. Met bewondering keek ik naar al die jonge kitesurfers die onverschrokken de golven tartten om op een klein surfplankje hun kite kunsten vertoonden. De golven konden niet hoog genoeg zijn. Heel gewaagd! Wat een lef, dacht ik. Zo’n lefgozer ben ik nooit geweest. Ik was bij de minst geringe golfslag al bang om de zee in te lopen.

Gelukkig ben ik niet de enige. Vlakbij zag ik een vrouw een bal in zee gooien en tegen haar labrador roepen: ‘Bobby, zoekt de bal’! Bobby spurtte enthousiast richting de golven, maar daar bleef het bij. Bobby keek naar de goven en toen naar zijn baasje. ‘Toe Bobby, pak de bal. Je kunt het’, klonk het aanmoedigend. Maar Bobby durfde niet. Bobby had kennelijk – net als ik - watervrees. De bal werd een speelbal van de zee, maar dat kon Bobby geen bal schelen. Of er niets aan de hand was rende hij weer naar zijn baasje. Hij wist natuurlijk toch wel dat hij een knuffel zou krijgen.

Een knuffel! Wat is dat ook al weer? Ik denk dat we nog amper weten wat dat is en hoe dat moet. Eigenlijk kun je het beste maar een hond aanschaffen, dan leer je het knuffelen misschien niet af. Zo denken waarschijnlijk veel mensen. Op het strand struinden veel honden in alle soorten en maten, net als hun baasjes. De een luisterde beter dan de ander naar zijn baasje. Maar dat deert niet, wamt er is altijd een knuffeltraktatie. En dat kennen we al een poos niet meer, wij zijn nu meer van de elleboogknuffel.

En dat voorlopig niet anders zijn. De vraag is alleen: hoe compenseren we dat? Lotte Willems van het TNO Eindhoven heeft iets bedacht. Samen met collega’s heeft ze een knuffelvest ontworpen. Het is een vest waarin veertien kleine trilmotoren verstopt zitten. Daar kunnen verschillende patronen doorheen worden gestuurd. Het vest maakt via een lokale wifi-verbinding verbinding met een tablet. Lotte noemt dat aanraking op afstand. Leuk bedacht, maar dat vind ik helemaal niks. Een vest met trilmotoren doet mij eerder denken aan Parkinson. Lieve Lotte, je bedoelt het vast heel goed. Ik knuffel toch liever tijdens het banjeren aan zee of elders een voorbijlopende hond, lijkt me iets natuurlijker!

donderdag 21 januari 2021

Oogjes dicht, snaveltjes toe

 Herinner je je de Fabeltjeskrant nog? Dat ging over de avonturen van spraakmakende dieren in het Grote Dierenbos. Een van de dieren was meneer den Uil. Hallo meneer den Uil, waar breng je ons naar toe? Aan het eind van iedere fabeltjeskrant zei meneer den Uil tegen de kinderen: oogjes toe en snaveltjes dicht. En dat deden kinderen natuurlijk braaf. En nu zijn we als volwassen mensen aan de beurt om een poosje meneer den Uil extra te gehoorzamen nu de avondklok gaat tikken. De komende weken zal, nadat Annechien Steenbergen als Truus de Mier met tuut, tuut, tuut het NOS-journaal van 20.00 uur afkondigt, meneer den Uil in de persoon van Mark Rutte op tv verschijnen om tegen ons te zeggen: oogjes dicht en snaveltjes toe. Naast hem zal zijn trouwe vazal Hugo de Jonge staan, alias Lowieke de Vos. Wat wordt zijn rol? Hij moet iedere keer nadat Meneer den Uil heeft gezegd: ‘oogjes dicht en mondjes toe’ hatsikidee roepen en een klap op de avondklok geven zodat ie gaat tikken.

Op de achtergrond kijken Ernst Kuiper en Diederik Gommers, alias Ed en Willem Bever goedkeurend toe. De klussers die met hun waterpomptang en de combinatietang al maanden proberen het coronavirus in de tang te nemen. In de regiekamer zit Jaap van Dissel, alias meneer de Raaf. Hij heeft een scherpe snavel. Meneer de Raaf doet niets liever dan de boel op stang jagen, plagen en shockeren. Hij is het afgelopen jaar goed bevriend geraakt met Lowieke de Vos en niet zonder succes, want Lowieke doet precies wat meneer de Raaf wil. En natuurlijk zullen we als brave burgers luisteren, want we zijn zo langzamerhand hartstikke murw gemaakt door het alsmaar muterende virus.

Intussen zijn in het Praathuis van het Grote Dierenbos oftewel het Grote Virologenbos Ab Osterhaus als Bor de Wolf, Marc Bonten als Gerrit de Postduif en Marion Koopmans als Juffrouw Ooievaar druk in de weer met het bestuderen van allerlei wiskundige modellen nu allerlei ongewenste virusvarianten uit verschillende landen onbedaard ronddansen. Vooral de Engelse variant is dominant (dat rijmt ook nog). Waar komt de Engelse variant zo ineens vandaan?, vraagt de bazige juffrouw Ooievaar.  Bor de Wolf denkt dat het komt door de Brexit. De Engelsen willen ons eindelijk eens een loer draaien. Maar Gerrit de Postduif denkt er heel anders over.  Hij vraagt juffrouw Ooievaar ten dans. Om meer te weten te komen over het Engelse virus wil hij graag met juffrouw Ooievaar een Engelse wals dansen. Maar juffrouw Ooievaar, die graag de baas speelt en er alles aan doet om de dingen naar haar hand – pardon vleugel – te zetten, zegt: er is nu ook een Duitse variant, laten we daarom een Duitse schlager zingen. Bor de Wolf hoort het allemaal aan en neemt als troost nog maar een kopje eikeltjeskoffie, terwijl hij liever een glas rode wijn blieft. En zo bleef het nog lang onrustig in het Virologenbos. Voor hen: geen oogjes dicht en snaveltjes toe!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

donderdag 14 januari 2021

Lockdownpijn!

Langzaamaan voel ik me als een fietsband die traag leeg loopt. Ik blijf wel doorfietsen, maar het kost me steeds meer moeite om vooruit te komen. Eigenlijk is het meer vals plat fietsen geworden totdat mijn fietsband echt leeg loopt. En nu ik dit schrijf is mijn fietsband – figuurlijk gesproken – leeg. Je leeg voelen en het niet precies kunnen duiden. Komt je dat ook bekend voor? Soms heb ik een vol gevoel, maar dan weet ik tenminste waar het vandaan komt. Of ik heb teveel gegeten of teveel gesnackt. Dat laatste is dan meer een guilty pleasure. Het lege gevoel voelt meer als fantoompijn. Ik noem het lockdownpijn! Nu kan ik hiermee wel naar mijn huisarts gaan, maar hoe leg ik haar dat uit. Nu is mijn huisarts wel een knappe en charmante verschijning waar ik met plezier naar toe gaat, ook al heb ik niets of iets vaags.

Dus toch maar even gebeld met de assistente om haar mijn nieuwe onzichtbare kwaal voor te leggen. Ik zei tegen haar: ik denk dat ik lockdownpijn heb. Aan de andere kant van de lijn bleef het even stil. ‘Wat zegt u: lockdownpijn’? Ja, dat zeg ik. Nou, daar heb ik nooit van gehoord. Ik denk niet dat de dokter je kan helpen, misschien moet u naar een psycholoog’. O, zei ik. Een psycholoog? ‘Maar ik zal ter geruststelling de dokter raadplegen. Blijft u even aan de lijn. Ik zet u in de wachtlijn’. Er klonk intussen een Andre Rieu-achtig deuntje, een of andere Weense wals, misschien wel met de bedoeling om mij meer te ontspannen om zo mijn lockdownpijn te verlichten. Vijf minuten later hoor ik weer de stem van de assistente door mijn 06: ‘de dokter heeft er ook nog nooit van gehoord, maar kan zich er wel iets bij voorstellen. Ze snapt het wel. Het enige wat ze tegen je wil zeggen is: hou vol’!

Hou vol. Nondeju, dat hoor ik of lees ik al sinds medio maart vorig jaar. Er zelfs een website ‘Hou vol, we kunnen dit’. Hou vol. Yes we can! Is dat niet een beroemde uitspraak van Barack Obama uit zijn verkiezingscampagne in 2008. Hij riep dit vaak. Tevergeefs, want hij kreeg wat ie wilde ook niet voor elkaar. Op houvol.com staan verhalen van onder andere scholieren, vrijwilligers, ondernemers en kappers. O ja de kapper, daar moet ik hoognodig naar toe. Ik kan bijna een staartje maken. Ook moet ik naar de pedicure. Mijn teennagels groeien door de neuzen van mijn schoenen heen. Ik voel ze bij elke stap. En ik zet dagelijks zo’n 10.000 stappen, dan weet je het wel. Dagelijks 10.000 stappen zetten is zo’n tik die ik heb overgehouden aan dat virus. Maar ik ben niet enige. Zo las ik op houvol.com dat Alex en Sanne iedere dag om 17.00 op de fiets springen voor een rondje door het bos. Ze vinden het relaxt, maar missen wel de kroeg en het uiteten gaan. Aha, dat zal het zijn wat ik mis. Nu snap ik waar mijn lockdownpijn vandaan komt!

 

 

vrijdag 8 januari 2021

Een tv met een glimlach!

De driekoningen zijn weer vertrokken naar het Oosten, waar het ook moge zijn. Mijn mini-kerstboompje met gekleurde lichtjes is ook vertrokken. Dit boompje had ik met enige tegenzin gekocht, maar ik had weinig keus. Alle niet-essentiële winkels waren immers weer eens dicht én notabene mijn kerstarrangement ging ook niet door. Noodgedwongen moest ik thuisblijven in mijn appartement zonder kerstversiering. Wat te doen? Gelukkig bood AH uitkomst, te weten een bonus mini-kerstboompje met gekleurde lichtjes. Stiekem heb ik toch genoten van het gekleurde schattige kerstboompje. Het deed mijn teleurstelling over het niet doorgaan van mijn kerstarrangement min of meer vervagen.

Met kerstmis zou ik me namelijk vier dagen culinair laten verwennen in hotel ’t Kruisselt in de Lutte. Ik had afgesproken dat ik op eerste en tweede kerstdag pas na acht ’s avonds zou gaan tafelen. Maar na 20.00 uur mag er geen alcohol meer worden geschonken, met dank aan Hubert Bruls, de voorzitter van het veiligheidsraad. Gek eigenlijk. Ik dacht namelijk dat Hubert, gezien zijn bourgondisch verschijning, ook wel een liefhebber was. Dus was ik me al suf aan het denken hoe het zou moeten met de alcoholische drankjes. Ik was dus van plan om het hotel te bellen over hoe dit op te lossen, maar dat was niet meer nodig. De wijn heb ik zelf gekocht én uit balorigheid bestelde ik alvast een viergangenmenu voor eerste kerstdag.

Wat voor de gekkigheid kon ik nog meer bedenken? Het geld voor het kerstarrangement was in mijn knip gebleven. Nu wilde ik al een hele poos een nieuwe tv kopen. Maar de tv-winkel was dicht. Ook niet-essentieel. Raar, want nu ik haast verplicht thuis moet blijven is een tv wel heel essentieel geworden. Wat moet ik anders naast wandelen en AH spekken? Heel vaak naar series en films kijken op Netflix, want ik houd niet van figuurzagen. Op de website van Coolblue kwam ik een mooie 43 inch QLED tv tegen. Meteen besteld. De tv zou op maandag geleverd en geïnstalleerd worden. Ja, Coolblue doet alles voor een glimlach. Mooi dus! Edoch, op zondagavond ontdekte ik plots dat de nieuwe tv helemaal niet past op mijn tv-meubel. Het was toen bijna vijf voor twaalf. Tsja! Wat nu te doen?

Vlug naar de website van Coolblue. Ik zag dat de klantenservice op zondag tot 24.00 uur bereikbaar was. Een zucht van verlichting, want het was letterlijk vijf voor twaalf. Goedenavond meneer van Coolblue: voordat je gaat slapen, ik heb een probleem. Morgen wordt mijn nieuwe tv geleverd, maar hij past niet op mijn tv-meubel. ‘O, dat is vervelend, zei de meneer van Coolblue’. ‘Wat wilt u? De order annuleren’? Nee, ik wil de order verzetten naar een andere dag en ik wil een ophangbeugel bestellen. ‘Oké, ik maak een aantekening. Belt u morgenvroeg en dan komt alles goed’. Het is uiteindelijk – na wat heen bellen en appen - goed gekomen. Het nieuwe jaar is nu een week oud. Ik mis nu al mijn mini-kerstboompje, maar wat blijft is mijn nieuwe glimlachende Coolblue tv  

vrijdag 11 december 2020

Mag het licht uit?


Wakker worden met ‘Mag het licht uit’ gezongen door Huub van der Lubbe, zanger van De Dijk, is wel heel apart en tegelijkertijd exemplarisch voor dit tijdsgewricht. Zo langzamerhand is namelijk bij veel mensen het licht aan het uitgaan. En ook het lichtknopje voor een verlichte kerst lijkt verder weg dan ooit, alle goede bedoelingen ten spijt. Onze coronawijsneuzen doen hun best en herhalen keer op keer het mantra om het virus uit te bannen. Maar ook zij kunnen nog amper het lichtknopje vinden om ons te bewegen tot het bewaren van onderlinge afstand. Inderdaad: het mantra: ‘houd anderhalve meter afstand’ is een waxinelichtje geworden en dooft langzaam uit. 

Ik merk dat zelf ook en zie dat om me heen. Laten we daarom eerlijk tegen elkaar zijn. Wij mensen zijn niet geboren om afstand van elkaar te houden, dat zit niet in ons DNA. Onze aaibaarheid begint al op onze geboortedag, het zit dus diepgeworteld. Er wordt iets van mensen gevraagd wat eigenlijk niet kan, wat tot mislukken is gedoemd. Daar is iedereen na bijna negen maanden intussen wel achter gekomen. Het is alsof ik tegen een blinde zeg: kun je niet uitkijken? Of tegen een dove zeg: kun je niet beter luisteren? Kortom, afstand houden van elkaar is een illusie gebleken, dat weten ze ook in Den Haag. 

Maar wat dan? Niemand weet meer wat te doen. Ik bespeur dat de radeloosheid en de frustratie bij onze bovenbaas Mark Rutte groter en groter wordt. Afgelopen zondagavond zag ik bij Linda’s Wintermaand nog een goedgemutste en relaxte Mark Rutte. Maar in de persconferentie zag ik weer een heel andere Mark Rutte die voor de zoveelste keer zei dat we ons aan de regels moeten houden. Weer worden we gewaarschuwd voor wederom onorthodoxe maatregelen. Ook Jaap van Dissel van het RIVM en vele andere deskundigen waarschuwen ons voor de gevolgen van onvoorzichtigheid tijdens de feestdagen. 

Ook de Duitse bondskanselier Merkel, liet zich op de tv niet onbetuigd: 'Als we nu teveel contact hebben, wordt dit de laatste Kerst met onze grootouders'. Het klonk fel, maar er klonk ook radeloosheid uit. Ze vraagt, net als zoveel regeringsleiders, haast het onmogelijke van mensen: ‘doe het licht uit’ en verroer je voorlopig niet. We zitten midden in een Roller Coaster en laat dat lied toevallig op nummer 1 staan in de Top-2000. Of is dat niet toevallig? Roller Coaster biedt in ieder geval troost. 

Niemand weet meer wat te doen, ik ook niet. De hoofdredacteur van het BD doet een oproep aan zijn lezers voor de komende kerst. Hij zegt: ‘meer dan ooit hebben we elkaar nodig. Wij willen voor een lichtje in de duisternis zorgen door u te vragen iets te doen voor iemand die het nodig heeft. Van een taart bakken tot een kleine aubade, als het maar uit het hart komt. Helpt u mee om een warme kerst te maken’? Een mooie gedachte, maar voor mij mag het licht uit. Ik ga me in een winterslaap sussen. Doe je ook mee?


Herkauwen

Wat deed ik acht jaar geleden op 27 augustus? Ik zou het niet weten. Maar er is een social media platform die dat wel weet en dat is Faceboo...