donderdag 19 september 2024

De murals in Fuengirola



Ga je nou weer naar Fuengirola? Je was toch zo’n wereldreiziger? Ja, was. Nu niet meer. De grote reizen zijn foto’s van vroeger geworden, maar de herinnering blijft springlevend. Weet je, Rob de Nijs heeft er in zijn goede jaren nog een liedje over gezongen. Dus ben ik, vlak voor Prinsjesdag, weer eens naar Fuengirola getogen. September is een mooie maand om in Spanje te zijn. Bovendien wilde ik niet met Prinsjesdag thuis zijn. Nee, niet voor het koningshuis. Maar ik wilde op tv niet naar schaduwpremier en buikspreker Geert Wilders kijken. Het is vast geen geheim dat ik Wilders een enge man vind, een soort Orban in het klein. En laat ik eerlijk zijn: onze premier Dick Schoof is gewoon zijn ondergeschoven kind. 


Ons huidige politieke regeringsbouwwerk lijkt veel op het stedelijk allegaartje van Fuengirola, de stad aan de azuurblauwe Middellandse Zee die alle architectonische schoonheid ontbeert. Het is min of meer een rauwe stad. Men bouwt er hoog en laag door elkaar, zonder enige verbinding te leggen en zonder te letten of er iets van harmonie in zit. Men doet maar wat, net als de nieuwe coalitie ofwel het rariteitenkabinet in ons land. Een voorbeeld: ze verhogen de btw. ‘Waarom doen ze dat? Dat weten ze niet, maar het is wel kassa, althans dat denkt deze coalitie. En ze vergeten even dat sport en cultuur een broodnodige voeding is voor onze samenleving.


Zo, dat ben ik kwijt. Laat ik nu maar teruggaan naar het onschuldige en vooral sympathieke allegaartje in Fuengirola. Een stad waar het echte Spaanse leven op elke hoek voelbaar is. Dat maakt het voor mij juist aantrekkelijk om er te vertoeven. De ruimte, het eindeloze landschap eromheen en de relaxte sfeer zijn een verademing, ondanks dat er best veel vakantiegangers neerstrijken. Maar Fuengirola is gelukkig geen Torremolinos of Benidorm waar zon, zee en zuipen de troefkaarten zijn. Het mooie aan Fuengirola is, buiten dat het een echt Spaans hart heeft, dat het op cultureel gebied vaak iets verrassends te bieden heeft. Zo kan ik iedere vrijdagavond gratis naar een concert in Casa de la Cultura. Ik moet dan wel op tijd in de rij gaan staan, want vol is vol.


Het mooie is dat op cultureel gebied bijna alles gratis is in Fuengirola. Ook het openbaar vervoer is heel aantrekkelijk voor een grote groep mensen die niet meer piep zijn. Je snapt vast wat ik hiermee bedoel. O,ja, ik had het in deze column over het verrassende wat Fuengirola te bieden heeft. In de arbeiderswijk El Boquetillo, vlak bij het centrum, zijn twintig grote decoratieve immens grote muurschilderingen op gevels van nogal armoedige appartementen te aanschouwen. Zo te zien straalt de armoede van de wijk af. En dan vind ik het bijzonder dat deze arbeiderswijk op deze manier toch kleurrijker is geworden. Een van de murals ‘The Magic of Dreams' van de Spaanse kunstenaar Kato laat zien dat je altijd moet blijven dromen. Hoe lastig soms ook.






vrijdag 13 september 2024

Wen er maar (niet) aan!




Terwijl ik achter mijn laptop bezig ben met het schrijven van een column zie ik buiten donkere wolken zich samenpakken, De bomen langs het kanaal maken ter ondersteuning dansende bewegingen. Van voor naar achter, van achter naar voor. Op de Zuid-Willemsvaart probeert een man op een bootje zo snel mogelijk een veilige haven te bereiken voordat hij misschien uit het bootje wordt geblazen. De regen klettert kort, maar hevig naar beneden. Ergens in de verte dondert het. Wen er maar vast aan, hoorde ik laatst op tv een weerman zeggen. Afgelopen zaterdag fietste ik nog in mijn korte broek en polo shirt naar vrienden. De zon lachte me toe en mijn gezicht kleurde - zoals tijd - rood, maar het was ook 28 graden. Nu een paar dagen later is het 15 graden en het is nogal wisselend en buiig weer.

Wat ik dan doe? Dan ga ik naar een film in de VF. Ik heb een Cinevillepas waarmee ik gratis naar de film kan. Ik hoor je denken: hoezo gratis? Niks is toch gratis meer! Toch wel. De kwaaltjes PHPD, die je bij het vorderen van je leeftijd krijgt aangereikt, zijn gratis. Daar hoef je helemaal niets voor te doen, alleen maar te ondergaan en zo af en toe erover klagen bij je partner of tegen zomaar een voorbijganger bij AH. Dit terwijl je bij de kassa staat te wachten totdat je je boodschappenkarretje kunt leegmaken. Als je vervolgens de boodschappen hebt afgerekend en op je bonnetje kijkt, zeg je tegen jezelf dat het allemaal verrekkennis duur is geworden. Wen er maar aan, zegt de bovenbaas van AH die ergens in het buitengebied in een grote riante villa woont. Ach, hij heeft er hard voor gewerkt, maar wie niet?

Ik dwaal af, want ik was op weg naar een film in de VF. Onderweg keken donkere wolken me dreigend aan. Ik versnelde mijn pas, stak over en werd bijna door een fatbiker omver geblazen. Ik schrok me een hoedje, daar lag ik toch bijna op de grond. In mijn gedachte hoorde ik al de sirene van de ambulance. Intussen begon het weer te regenen, maar de VF was niet ver meer. Ja, ja, de fatbike, dat verrekte snelheidsmonster. Het is nu zover dat zelfs de kersverse PVV-minister er zich mee gaat bemoeien. De helmplicht voor fatbike en ebike dreigt. Wen er maar aan! O ja, dan nu de film. 

Ik ben naar ‘De jacht op Meral Ö’ geweest. Meral is van Turkse afkomst, is gescheiden en heeft twee jonge kinderen. Meral is een van de slachtoffers van de walgelijke toeslagenaffaire die maar niet wil eindigen. Meral wordt door de overheid behandeld alsof ze grofvuil is. Sorry dat ik besta, hoor ik haar haast zeggen. Iedereen en alles lijkt tegen haar te zijn. Ze wordt door mensen van de Sociale Dienst buiten gefotografeerd en aan respectloos verhoor onderworpen. Ze dreigt ook haar twee kinderen te verliezen, met dank aan school en Jeugdzorg. Ik kan wennen aan onvoorspelbaar weer, aan duurdere prijzen, maar niet aan vernedering en onrecht!

maandag 2 september 2024

Zo kan het niet langer




Ofschoon de zomervakantie langzaam als de avondzon achter de horizon verdwijnt wil ik het toch even hebben over het fenomeen vakantie. Dat komt door een artikel hierover in het BD. Dat klonk niet hoopvol. Dus weet ik of het op vakantie gaan nou een feest is, of toch niet? Het vakantiegevoel begint meestal met een jubelstemming, al snel gevolgd door keuzestress. Nu is keuzestress niet ongezond. Het kan echter wel zorgen voor de nodige spanning, zeker als je relatie ook een soort van keuzestress is geworden. En dan moet je ook nog eens gaan nadenken over waar je heen gaat en hoe je daar naar toe gaat? Wat neem je mee? Ga je met het vliegtuig of met de auto van de baas met daarachter je sleurhut of ga je met een georganiseerde Bolderman groepsrondreis mee?


Als je gaat vliegen, dan komt er eventueel vliegschaamte om de hoek kijken. Vliegen is niet goed voor het milieu, ook al kom je zelf uit een goed milieu. Met de auto op zijn Max Verstappen’s naar Frankrijk of Spanje is ook een pittige klus, zeker als de navigatie niet helemaal doet wat ie moet doen. En heb je een volledig elektrische auto dan moet je precies weten waar je kunt tanken, anders moet je wel een lange stekkersnoer meenemen. En met een georganiseerde reis ben je nooit alleen. Kortom, dat bedoel ik met keuzestress en dan heb ik het nog niet over relatiestress en de eventueel bijbehorende kinderen.


Als je kinderen hebt, willen die ook wat in de pap te brokkelen hebben. Ik hoor namelijk regelmatig zeggen: als de kinderen het maar leuk hebben op vakantie dan hebben wij het ook leuk. Ach, zo kun je je natuurlijk van alles wijs maken! Terwijl je met je vakantieplannen aan het stoeien bent, vergeet je even dat je relatie al een poosje niet helemaal lekker loopt. Dan kom ik bij het artikel in het BD. Ik las namelijk dat vlak na de zomervakantie het aantal echtscheidingsaanvragen met zo’n kleine dertig procent toeneemt. Dat vind ik best veel, ofschoon er tegenwoordig, als er al een scheet dwars zit, wordt gescheiden. Ik voel geen verbinding meer, zegt een van de twee. En dan toch samen vakantie gaan met een onverbiddelijke scherprechter op de achtergrond die zegt: Zo kan het niet langer. Dat is ook de kop van het aantal artikel in het BD.


Enfin, tegen beter weten in besluit je toch om naar een zonnig en pittoresk oord te gaan ergens aan de Middellandse Zee. De eerste dagen zijn veelbelovend, verrassend en nieuw. De zon doet je smelten, en een glas witte wijn smaakt net even iets anders. Het lijkt weer op pril geluk. Maar na drie dagen is de rol er een beetje af. Dan vliegen de muggen zoemend om je heen. En voor je het weet wordt je weer eens uit irritatie gestoken. Ja, wat dan? De muggenstift is niet afdoende. De muggenbeten worden zichtbaar. Er is geen ontkomen aan.Thuis kun je nog even de deur achter je dichttrekken en met vrienden afspreken om leuke dingen te gaan doen. Op je vakantieverblijf ben je de godganselijke dag op elkaar aangewezen en dan kunnen drie weken lang duren. Eenmaal thuis zul je vast tegen je buren zeggen dat je vakantie tof was, terwijl je denkt: zo kan het niet langer!

zaterdag 24 augustus 2024

Kedeng, kedeng







Als autoloze maak ik met plezier gebruik van het openbaar vervoer ofwel de trein ofwel de bus. Ook ben ik soms bijrijder in een heuse auto. Maar meestal maak ik gebruik van mijn goede vriend de ebike. Kortom, ik ken eigenlijk geen vervoersprobleem. Waarom ga ik er dan toch een column aan wijden? Het is nog steeds komkommertijd oftewel het is nog zomer en dan zijn de onderwerpen schaars. Edoch, de zomer nadert het eindstation. Hopelijk komt ie, net als de trein, te laat binnen. Intussen zijn de scholen onder de rivieren weer begonnen. Ik weet niet of je al in het snotje hebt dat het vroeger donker wordt. Afgelopen dinsdagavond, toen de regen wel heel hard naar beneden kletterde, was het al heel vroeg donker. Ik keek door het raam naar buiten en zag dat de jeu de boulesbaan beneden bijna helemaal was ondergelopen, je kon er zowat pootje baden. Gelukkig klonk op Radio 5 vrolijke muziek, nou ja vrolijk. Het was Kedeng, kedeng, een liedje van Guus Meeuwis. Een liedje dat over mijn onderwerp gaat: de trein. In Kedeng, kenden, kwam de trein tien minuten te laat binnen en dat vond Guus maar niks, want nu kon hij tien minuten minder bij zijn liefje zijn. Nou ja, zeg. Wat is tien minuten op een mensenleven, Guus? Straks ben je blij dat de trein 10 minuten later is wanneer je weer naar je liefje moet.

Nee, ik erger me niet aan een te laat vertrekkende trein. Veel treinreizigers daarentegen wel. Jammer, maar helaas, zou Sjef van Oekel hebben gezegd. Ja, helaas, want de NS heeft aangekondigd dat de komende maanden veel treinen, vanwege onderhoud, niet op tijd zullen rijden. Niet zo raar, we hebben in ons kleine druk bevolkte land best een druk spoornetwerk en dan gaat er weleens iets mis. Tja, dan is er onderhoud nodig. Gebeurt dat niet, dan kunnen we straks alleen nog maar naar het spoorwegmuseum om een trein te bewonderen. Goed, alle gekheid op een stokje, er zijn ergere dingen aan de hand dan te laat vertrekkende treinen. Wel is het jammer dat de prijs van een treinkaartje gaat stijgen.

Ook Stijn Smeulders, gedeputeerde bij onze provincie vindt dat. Dat snap ik. Zijn beleid is er namelijk op gericht om juist meer mensen gebruik te laten maken van het openbaar vervoer. Daarom wil hij meer huizen laten bouwen in de directe omgeving van een station. Jammer, maar helaas. Zo wordt onze gedeputeerde eerder een gedupeerde provinciebestuurder. In Luxemburg is het openbaar vervoer gratis, misschien moet hij daar eens een kijkje gaan nemen. Wie weet. Wel graag met de trein gaan, Stijn. Het gevolg van een duurder treinkaartje is dat er waarschijnlijk weer meer mensen de auto gaan gebruiken om van A naar B te komen. En zo worden de files weer langer en kom je al neuspeuterend op de A2 een poosje stil te staan. Ook geen feest. Dan kun je beter op een perron staan, even moeten wachten op de trein, en intussen Kedeng, kedeng zingen totdat de trein het station binnen dendert.






zaterdag 17 augustus 2024

Over geluk gesproken





In deze komkommertijd is het zoeken naar een onderwerp om wat leuks over te schrijven. Ik zoek me dus een ongeluk. Deze uitdrukking ken je vast wel of heb je weleens gebezigd toen je iets niet kon vinden. Eigenlijk is het schrijven over ongeluk niet zo’n leuk onderwerp, maar ook weer wel. Dat is een geluk bij een ongeluk. Je zult je vast afvragen waarom ik hierover wil schrijven. Van het woord ongeluk wordt een mens niet echt gelukkig. Toch werd ik getriggerd door een artikel in het blad Scientias. In het artikel werd gezegd dat het streven naar geluk je ongelukkig maakt. Hoezo ongelukkig van geluk?, dacht ik. Maar hoe word ik dan wel gelukkig?

Volgens onderzoeker Felicia Zerwas is het streven naar geluk sterk verankerd in onze samenleving. “Ik heb het altijd interessant gevonden hoeveel focus er ligt op gelukkig zijn. In de westerse wereld wordt er veel nadruk gelegd op geluk. Er bestaan veel maatschappelijke normen en verwachtingen die suggereren dat mensen voortdurend gelukkig moeten zijn om een succesvol en vervuld leven te leiden. Maar het idee dat geluk een essentieel doel is, kan leiden tot druk en stress, vooral wanneer mensen het gevoel hebben dat ze niet aan deze normen voldoen”. Dus als ik Felicia Zerwas moet geloven moet je niet zoveel bezig zijn met het nastreven van geluk. Dat snap ik wel, want waarom zou je geluk nastreven? Ook weet ik niet zo goed wat geluk nou is.. In mijn beleving klinkt geluk nogal als iets ongrijpbaars. Wat ik van de geleerden begrijp gaat het bij geluk vooral over het hebben van positieve gevoelens.

Hoe zit dat bij mij? Heel simpel. Ik word blij als ik op mijn ebike een fietstocht maak én een ooievaar langs de oevers van de Maas zie uitvliegen of een veld aanschouw vol gele bloemen of klaprozen. Maar ik word ook blij omdat ik een ebike heb en dus niet zo hard hoef te trappen om vooruit te komen. Dat voelt bij mij heel positief. Maar moet ik dat geluk noemen. Het zal me een biet wezen. Eerlijk gezegd ben ik niet zo met geluk bezig. De dingen in mijn leven gaan zoals ze gaan. Net zoals in de eeuwigdurende tv-serie ‘Goede tijden, Slechte tijden. Dat is vast herkenbaar, toch? Weet je, misschien komt een geluksgevoel zo af en toe gewoon vanzelf voorbij.

Zo’n geluksgevoel overkwam mij toen ik op de laatste dag van de Olympische Spelen in Parijs Sifan Hassan in de laatste 100 meters zag versnellen en de ellenlange marathon won. Ik werd er zelfs emotioneel van. Tranen van geluk biggelden over mijn wangen. Sifan Hassan zal zich op de eindstreep vast ook heel gelukkig hebben gevoeld. Ik vind haar - weliswaar met een ongelukkige, doch vertederende woordenschat - een topatlete én een hartverwarmende sympathieke vrouw. Op 15 jarige leeftijd is Sifan door haar moeder, vanuit haar thuisland Ethiopië, naar ons land gestuurd om hier het geluk te gaan zoeken. Aha, daar komt natuurlijk het woord gelukszoeker vandaan. Toch?, Meneer Wilders. Of Sifan Hassan het geluk heeft gevonden weet ik niet, maar wij kunnen ons in alle opzichten gelukkig prijzen met een vrouw als Sifan Hassan. Over geluk gesproken!

zondag 11 augustus 2024

Festival of Broken Dreams




De Parade is, na een uitstapje van een paar jaar in het Zuiderpark te hebben gebivakkeerd, weer the place to be voor het Boulevard Festival. En dat voelt bij mij als een beetje thuiskomen. Nu is de Parade niet meer de Parade van voor corona. Het plein heeft intussen een metamorfose ondergaan. Bij de vorige edities van het festival werd het plein nog omarmd door dominante paardenkastanjebomen, maar die zijn een-voor-een doodgebloed. Nu wordt het plein omringd door jonge frisse iepen en lindebomen en een majestueus theater met een dak van klatergoud. Een theater dat tevergeefs verbinding probeert te zoeken met de naastgelegen historische panden. Het theater doet nu serieus mee aan het festival. Heel slim, dat zal het theater - waar veel over te doen is geweest - goed doen. Maar echt passen in de sfeer van de Boulevard doet het theater niet, daarvoor is het te statisch. Maar dat is een detail.

Het met veel zon gevulde festival is bijna ten einde en zal straks na zonsondergang met een laatste act worden uitgewuifd. Wat volgt is een hete plaknacht waar je de slaap niet goed kunt pakken, maar wel kunt nagenieten van het Boulevard festival. Bij de aanvang was ik nog niet on the move voor het festival dat inmiddels haar veertigste editie beleeft. Dat niet on-the-move zijn veranderde echter snel na mijn eerste stappen op het festivalplein en het proeven van enkele ludieke tentjesvoorstellingen.

Inmiddels ben ik al veertig jaar een trouwe bezoeker van het theaterfestival. Een festival dat in 1985 - bij het 800 jarig bestaan van Den Bosch - in première ging als het Festival of Broken Dreams. Heel veel uurtjes heb ik rondgestruind op het festivalplein, de nodige biertjes gedronken en veel mooie en bijzondere (locatie)voorstellingen gezien. Toch wil ik de voorstellingen van 'De Stijle, Want' van een theatergroep uit Tilburg in mijn column eruit lichten. Ze speelde in een tentje waar amper twintig mensen tegelijk in pasten. Dat alleen al was humoristisch en hilarisch tegelijkertijd. Een voorstelling duurde amper twee minuten. Het ging meestal nergens over, maar de originaliteit droop er vanaf. Ik herinner me nog de voorstelling over ‘de laatste der Mohikanen. Een oude Mohikaan, daar zat ie dan, getooid als een indiaan in een bootje. Hij zei een minuut lang niks, peddelde daarna weg en een minuut later stond ik weer buiten. Daar moest ik ongegeneerd lachen om de simpele humor. Kom daar nu nog maar eens om.

'De Stijle, Want', nam op het veertigste Boulevardfestival met een voorstelling van, hoe kan het anders, twee minuten afscheid van hun publiek. Het is mooi geweest, de creativiteit is er nog wel, maar fysiek is het te zwaar geworden, las ik op hun website. Jammer genoeg heb ik hun laatste voorstelling gemist. Ik was net iedere keer te laat voor een kaartje, omdat er al snel een lange rij stond van mensen die vast onbedaarlijk wilden lachen. En dat gebeurde ook. De voorstelling zal waarschijnlijk, net als bij de vorige voorstellingen nergens over zijn gegaan, maar dat was juist de kracht van De Stijle, Want. De makers ofwel de oude jongens van 'De Stijle, Want' zijn nu achter de coulissen verdwenen. Ik nog niet en hoop nog wat jaartjes het theaterfestival te kunnen beleven. Een festival dat voor mij nog steeds voelt als een Festival of Broken Dreams. Broken Dreams, want zo is het leven nou eenmaal!

donderdag 1 augustus 2024

Begin- en eindpunt




Het beginpunt is perron 1 op het station. Ik stap in de trein naar Nijmegen, op weg naar een wandelmaatje. In de trein hoop ik inspiratie op te doen voor een column, want de deadline nadert. Misschien zitten er in de trein wel een paar mensen met elkaar te babbelen over iets spannends. Niet dus, het is opmerkelijk stil in de sprinter. Dat is eigenlijk niet zo gek, want het is hoogzomer en veel mensen vertoeven elders: op de camping in de Ardèche, op het strand ergens aan de Middellandse Zee of gewoon thuis omdat op vakantie gaan teveel stress oplevert. Bij gebrek aan inspiratie ga ik dan maar het BD lezen. Wie weet!

Maar eerst even plassen. Op zich vind ik dat in de sprinter wel een dingetje. Het begint al met het zoeken naar de knop om de draaideur te openen. Eenmaal binnen is het zoeken naar de knop om diezelfde deur te sluiten. Dan hoop ik altijd dat er niemand meekijkt, dat vind ik nogal gênant. Van dat nerveuze gedoe zou ik zomaar in mijn broek kunnen plassen. Eenmaal klaar met plassen is het zoeken naar de knop om de deur te openen. Maar ook deze toiletperikelen in een sprinter zijn mij geen column waard. Hopelijk levert het BD wat meer op om over te schrijven. En dat lijkt me te gaan lukken. In het BD lees ik namelijk dat een zuinige weldoenster uit Lemiers na haar dood al haar huizen aan de huurders heeft geschonken.

Maar eerst Lemiers? Waar ligt dat? Ik had er nog nooit van gehoord. Maar nu wel. Het is een dorpje in het Limburgse heuvelland in de buurt van Vaals. Er wonen amper 800 mensen. Tot aan haar dood woonde er ook ene Anneliese Houppermans, inmiddels de zuinige weldoener genoemd. Anneliese leek in de verste verte niet op het type ‘huisjesmelker’. Nee, in de krant las ik dat Anneliese eruit zag als een zwerver. Ze had een voortand die zichtbaar werd wanneer ze lachte. Ook droeg ze altijd kleine laarsjes, een oude kapotte broek en een slobbertrui. Pruimen-Marie, zoals ze ook wel werd genoemd, bezat wel twintig huizen in Lemiers. In haar leven gaf ze - zo zuinig als ze was - geen cent te veel uit. Zo is Anneliese ofwel Pruimen-Marie kennelijk rijk geworden en huizenbezitter. En niemand in het dorpje die dat echt in de gaten had, totdat ze dood ging.

Treurig is wel dat huizenbezitter Anneliese eenzaam stierf. Op haar begrafenis waren er amper mensen, want kinderen en vrienden had ze niet. Voor haar dood keek bijna niemand naar haar om. Maar nu zullen al haar huurders vast regelmatig aan haar denken nu ze gelukkige huizenbezitters zijn. Wat haar bewogen heeft om haar huizen te schenken blijft gissen. Dat geheim heeft ze in haar graf meegenomen. De moraal van dit mooie verhaal is dat er bijzondere weldoeners zijn. Maar eigenlijk, bedenk ik me, kan iedereen op zijn of haar manier een weldoener zijn, althans als ik de betekenis van het woord goed begrijp. Het hoeft niet altijd over geld te gaan. Intussen nadert de trein en deze column het eindpunt.



Herkauwen

Wat deed ik acht jaar geleden op 27 augustus? Ik zou het niet weten. Maar er is een social media platform die dat wel weet en dat is Faceboo...