dinsdag 15 maart 2022

La querre



Een column schrijven in oorlogstijd voelt niet fijn. Want al lijkt er bij ons niets aan de hand en leven we zoals we gewend zijn te leven, maar van binnen voelt het verdrietig. De machteloosheid, de angst regeert in mijn hart. De oorlog in Oekraïne is niet ver weg, krap twee dagen rijden en je bent ineens in de hel beland. De oorlogsellende in Oekraïne domineert het dagelijkse gesprek, al probeer ik het nonchalant te vermijden door te hebben over koetjes en kalfjes. Ik kijk amper tv, lees amper de krant en volg het nieuws mondjesmaat. De oorlog in Oekraïne is te gruwelijk voor woorden, het overstijgt mijn verstandelijke vermogens. Ik kan het niet bevatten dat één man in een tijd van mondige mensen zijn wil oplegt aan zijn volk en dat randdebielen in het Kremlin en oligarchen goedkeurend achter hem aan marcheren. Is er nou niemand in Rusland die deze idioot kan stoppen en hem naar Siberië kan deporteren zodat hij daar van ellende dood gaat? Ik zou zeggen tegen de Russische bevolking: ga allemaal tegelijk de straat om te protesteren. Maak er een soort van anjerrevolutie van


Natuurlijk heb ik makkelijk praten, want intussen verblijf ik aan de Andalusische kust waar het wederom goed toeven is. Alleen de zon mag nog meer zijn best doen. Waarschijnlijk is de zon, net als de mens, ook een beetje in de war. Zelfs de Sahara aan de andere kant van de zee strooit ons nu voor even zand in de ogen. Hopelijk gaat het Saharazand ook richting Poetin. Ik weet niet of Putin, zo schrijven ze dat In Spanje, ook hier het gesprek van de dag is. Spaans versta ik amper op een paar woorden na. Maar gelet op de krantenkoppen denk ik van wel. Het woord guerra, Spaans voor oorlog, komt vaak voorbij. In het gemeentemuseum van Fuengirola is een tentoonstelling van cd-hoezen van een paar jonge Spaanse kunstenaars. Mijn oog werd meteen getrokken naar een cd-hoes met daarop een afbeelding van een heel bekend werk van Picasso: la guerre. Op de cd  staan een aantal liedjes over de Spaanse oorlog. Nu werkt muziek - ook bij mij -  altijd heilzaam en biedt het troost. Hopelijk zullen de Oekraïners dat ook vinden.


Weer terug op balkon van mijn appartement keek ik onder het genot van een aangenaam zonnetje naar twee meeuwen die aan de rand van het zwembad vertoefden. Tenminste ik denk dat het zeemeeuwen zijn ofwel gaviotta’s in het Spaans, maar het kunnen met gemak andere vogels zijn. Dat weet je in Spanje maar nooit. De twee brutale gaviotta’s waren druk met elkaar aan het kwetteren  en danste een beetje fel om elkaar heen. Eerst dacht ik dat ze ruzie hadden zoals gewone mensen dat soms ook hebben, maar even later bleek het een soort van paringsdans te zijn. Dat duurde een minuut en toen sprong de mannetjesmeeuw bovenop de andere meeuw en schetterde het uit van genot. Ook dat duurde een minuut en toen was de vogel gevlogen, terwijl de vrouwtjesmeeuw nog wat verdwaasd rond keek om na een minuut de andere kant uit te vliegen. Voor even was de la guerre ver weg.


woensdag 16 februari 2022

‘En nou die hèndjes de lucht in'



De foeilelijke paarse - of zijn het nou lila - plastic tassen van carnavalswinkel Hoofs kleuren meer en meer de Bossche binnenstad. De inhoud van de plastic tas laat zich niet moeilijk raden. Het zullen ongetwijfeld pakskes en frutsels zijn voor carnaval. Want het mag weer, het kan weer. De kersverse minister Ernst Kuipers vindt dat bijna alle remmen weer los mogen. En hij kan het weten, hij is enige dokter in het kabinet. Niemand had het durven dromen, maar na een jaar van onthouding - om in de katholieke sfeer te blijven - mag er weer carnaval worden gevierd. En zo krijgt het roodwitgeel weer een blos op de wangen, kunnen de vaten in de kroegen worden gevuld met carnavalsbier. Nog een weekje nerveus rondlopen en Den Bosch wordt weer voor een paar dagen Oeteldonk. 


Zelf vier ik al een aantal jaren geen carnaval meer, maar warempel: ik heb er nu ineens zin in, althans voor een middag. Langer gaat niet lukken, want dan moet ik waarschijnlijk aan de beademing en op de IC zitten ze niet op mij te wachten. Carnaval wordt dit jaar wel anders dan we gewoon zijn, zegt de voorzitter van horecavereniging 11-11. We kunnen nu geen extra ruimte creëren, geen extra tenten plaatsen. Dus moet het vooral een feest worden voor de Bosschenaar. En zo hoort het ook. Ook Rob van de Laar van de Brabantse Carnavals Federatie roerde zijn carnavalsstaart. 'Het wordt geen volwaardig carnaval, het wordt alleen een kroegenfeest', zegt hij. 


Nu is in mijn beleving carnaval altijd een kroegenfeest geweest en bij een waterig zonnetje stond je buiten biertjes te hijsen en onzin te kletsen. Lekker dicht op elkaar met een rondje bier van Jan, een rondje bier van Thea. Regelmatig kwamen volle bladen blond schuimend bier voorbij. Ik hapte erin alsof het verse sneeuw was. Ik heb altijd wel gedacht dat het bier met carnaval dunner was dan normaal, want het verdween zo soepel in mijn schor geworden keel. Maar dat is een fabeltje volgens de biermakers. Bier is bier. Dat je er beter tegen kunt komt door het hossen, zegt men. Nou ja, dat zal wel. Ik heb nooit veel gehost met carnaval. Wel gesjanst natuurlijk, zeker als uit de boxen ‘Wat een lekker ding bende gij, en ge hebt zo'n lekker kuntje’ schalde. 


Daarover gesproken. Ik heb horen fluisteren dat er de komende week handhavers worden opgeleid om te fungeren als een soort van grenswachter. Carnavalswinkel Hoofs is al speciaal pakskes voor hen aan het naaien. Ook worden ze uitgedost met een roodwitgele grensrechtervlag waarmee ze kunnen zwaaien als de hèndjes naar beneden gaan. De bedoeling is dat de grenswachters regelmatig de dampende naar bier ruikende  kroegen in gaan om erop toe te zien dat er geen grensoverschrijdend hossend gedrag plaatsvindt. ‘Want ge wit ooit nooit nie met carnaval’. Aan de kroegeigenaar zal daarom worden gevraagd om Wat een lekker ding bende gij’, niet meer te draaien, maar: ‘En nou die hèndjes de lucht in en kèk me lachend aon’. En zo wordt carnaval dit jaar écht anders dan we gewoon zijn, maar wel grensverleggend! 


 

dinsdag 8 februari 2022

De grens!







Herinner je je nog het tv- programma ‘Keek op de Week’ van het duo Van Kooten en De Bie? Vast wel. Zo niet, dan kun je de serie vast terugkijken op YouTube. Het werd uitgezonden op zondagavond. Tijdens Studio Sport verkneukelde ik me al op weer een aflevering van ‘Keek op de Week’. Kees van Kooten en Wim de Bie speelden allerlei typetjes. Zo speelden ze Carla en Frank van Putten, moeder en zoon. Ze liepen vaak gearmd op straat en moeder Carla kwebbelde er lustig op los, terwijl de gefrustreerde Frank alleen maar dacht aan een ‘lekkere del om mee te rollebollen. Maar hij had geen lekkere del van een meid, want daar was hij voor behandeld. En zo bleef het bij Frank alleen bij seksuele fantasieën. Was dit grensoverschrijdend gedrag?


Ik ga nog even door. Zondagavond was op tv de eerste aflevering van 'De verschrikkelijke jaren 80'. Deze dramaserie gaat over een woongroep: vier vrouwen, vier kinderen en een man. En raadt eens wie de baas is? Juist, de man. Bert heet de man. Hij is de leider van de woongroep, Hij regeert met harde hand en ziet de vrouwen als zijn sloofjes. Bert mag buiten de groep neuken, de vrouwen mogen dat niet. Het is op zich komisch om te zien, maar is het niet grensoverschrijdend? Ik durf mijn hand er niet voor in het vuur te steken, want dan lig ik onder vuur. Want dat gebeurt dagelijks. Wat volgt er nog meer nu de berin los is? Met die gedachte ging ik iets voor middernacht naar bed.


Ik pakte het boek van Arne Dahl van het nachtkastje. Ik keek nog even naar de spannende titel ‘Nachtmerries’ toen ik om precies middernacht op de radio hoorde dat Marc Overmars, directeur bij Ajax, was opgestapt. Ofwel, in voetbaltermen gesproken, buitenspel was gezet. De directeur was kennelijk nogal gretig geweest met het versturen van grensoverschrijdende berichten via social media, zo berichtte het NRC. De titel van het boek wat ik ging lezen paste perfect bij het bericht op de radio. In plaats van het boek te gaan lezen ging ik fantaseren over de inhoud van de berichtjes die Overmars heeft verstuurd. Zou hij zijn berichtjes in voetbaltaal hebben verstuurd? In de sfeer van: ‘mijn dickpic is groter dan een cornervlag stok’ Ik heb nog een videoscheidsrechter gebeld om dit te checken, maar die gaf niet thuis.


Maandag keek ik naar de Olympische Spelen, naar de 1500 meter schaatsen voor dames. Vooral na de dweilpauze was het spannend. Ons eigen schaatsfenomeen Ireen Wüst pakte op een formidabele wijze het goud. Meteen nadat de Japanse Takagi over de finish kwam vlogen Ireen en haar twee trainers elkaar spontaan in de armen om elkaar te knuffelen. Een logische ontlading na zo’n spannende race. Opnieuw dacht ik even: kan dit nog wel? Eigenlijk gek dat ik dat dacht. Nu weet ik ook niet zo goed meer wat wel en niet mag! De verwarring wordt alleen maar groter. Zou het komen omdat we door de coronapandemie het knuffelen en elkaar aanraken zijn verleerd? Het lijkt haast of we van de coronapandemie in de ongewenst gedragpandemie belanden waar mannen en vrouwen van elkaar vervreemden. Wat gaan we eraan doen? Wie het weet mag het zeggen!


 




maandag 24 januari 2022

De hand van

 


Onze aardbol wordt al eeuwen bevolkt door mens en dier. En al eeuwig is er scoringsdrift bij de mens en dan in het bijzonder bij de man. Bij de dieren is het niet veel anders. Van roofdieren weet ik dat als ze honger hebben zonder pardon een weerloos dier doden en simpelweg oppeuzelen. Zonder enige schaamte, zonder spijt. En er is geen dier die hierover wat zal zeggen op een soort van dierenmedia. Daar geldt het recht van de sterkste. Zo is de natuur, hoor ik meestal zeggen. Bij ons mensen ligt dat genuanceerder, wij zijn meer geëmancipeerd, beschaafder en verdraagzamer. Maar verschillen echt zo veel van het dierenrijk? Ik heb steeds meer mijn twijfels.


Ik ga eerst maar eens terug naar de schepping, daar waar het begon met de mensheid. En juist daar is het niet helemaal goed gegaan. Tenminste als je gelooft dat God de mens heeft gecreëerd. Ik weet het niet. Ik heb niet zoveel met God, eigenlijk niets. Maar vooruit, ik geef hem het voordeel van de twijfel. Laten we ervan uitgaan dat hij onze schepper was. Ik citeer iets uit Genesis. Nee, dat is niet die rockband uit Engeland. In Genesis las dat Adam, de man dus, heel blij was toen hij de vrouw zag die God naar hem bracht. Dit was ‘de hulp die bij hem paste’. En daar is het al mis gegaan met de ongelijke verhoudingen  waar we nu nog steeds mee worstelen.


‘Hulp’. Dat woordje intrigeert mij. Wat zou God daarmee hebben bedoeld? Ik weet het niet, maar ook weer wel. Want ik ben thuis regelmatig de hulp van mijn partner. Dan krijg ik van haar allerlei opdrachten: boodschappen doen, stofzuigen, de vaatwasser in- uitruimen en ga zo maar door. Maar dit klinkt allemaal vrij onschuldig, ofschoon het er ook wel om kan spannen als ik het niet goed heb gedaan. Ik bedoel maar. Dat gezegd hebbende ga ik nog een keer terug naar de schepping. God had dus beter moeten weten en man én vrouw gelijktijdig het daglicht moeten laten zien, dat had misschien gescheeld. Dan zouden beiden wellicht een gelijkwaardigere scoringsdrift hebben ontwikkeld. Nu is dat bij de man sterker ontwikkeld en dat leidt tot allerlei rare capriolen. En dat zie ik nog niet zo snel veranderen, alle goede pogingen ten spijt. 


Maar er gloort wellicht hoop. Onze  nieuwe regering heeft voor het eerst in de parlementaire geschiedenis een gelijke verdeling van ministersposten tussen man en vrouw. Tien mannen en tien vrouwen. Een mooi begin waarvan ik hoop dat er daadwerkelijk meer evenwicht in de politieke besluitvorming gaat komen. Het blijft wel jammer dat de gezagvoerder van het kabinet weer een man is, en dan nog wel een man met teveel scoringsdrift die maar niet wil snappen dat het anders moet. Hopelijk wordt de hand van de vrouw in de politiek een stuk zichtbaarder de komende tijd. Net als de hand van God die op het WK in 1986 Maradona én dus Argentinië aan de overwinning hielp op Engeland.


zondag 16 januari 2022

Is er een dokter in de zaal?

 

Misschien ken je de komische Vlaamse tv-serie: is er een dokter in de zaal? Het wordt gepresenteerd door Philippe Geubels en dan weet je dat lachen troef is. Wat heeft dat te maken met de persconferentie coronavirus? Niets, maar ook weer wel.  Ik ga terug naar afgelopen vrijdagavond. Toen was er weer een persconferentie over het virus met dit keer een dokter in de zaal, in de perszaal wel verstaan. Nu heb ik bij perszaal een andere beleving: ik zie dan vrouwen voor me die driftig aan het persen om een nieuwe telg te baren, maar dat terzijde. Het was, geloof ik alweer de veertigste persconferentie. En al die tijd werd steevast gezegd: ‘handen (stuk) wassen, houd anderhalve meter afstand en blijf bij klachten thuis’.  Daar is later ‘laat  je vaccineren’ aan toegevoegd. Niks nieuws dus!


Maar nu zou alles anders zijn, toch? Naast Mark Rutte stond nu een kersverse minister. keurig gekleed in een strak donkerblauw ministers kostuum. Heeft Ernst Kuiper vast van zijn voorganger afgekeken. Maar er stond helemaal geen minister, er stond dokter Ernst Kuiper. Ernst deed zijn voornaam eer aan, want hij keek ernstig bij alles wat hij zei. En als hij wat zei keek hij voortdurend naar zijn baas, de soeverein kijkende Mark Rutte. Voor Mark Rutte is deze persconferentie inmiddels een act geworden waar hij zo mee het theater in zou kunnen, maar dat is gesloten. Alhoewel, als wel open zou zijn geweest was er toch geen publiek op afgekomen.Voor de kersverse Minister van Volksgezondheid was het de vuurdoop. De verwachtingen waren hooggespannen, want veel mensen waren de vorige minister Hugo de Jonge beu.


Dus wilde Ernst niets verkeerd doen. Hij wilde laten zien dat hij anders was dan Hugo de Jonge. Dat is hem gelukt. En hoe? Op het podium stond een minister die was vergeten - ik zeg het nog maar een keer - zijn witte doktersjas uit te trekken. Achter het katheder stond een dokter die in een rap tempo vertelde hoe het was met de patiënt en wat er mis zou kunnen gaan de komende weken. Hij verwees daarbij wat achteloos naar de in beeld gebrachte grafieken en kromme lijnen. Daarbij waarschuwde zeker tweemaal dat - als de besmettingen sterk oplopen -  de boel weer op slot gaat. En dat allemaal in minder dan tien minuten. Dat past dan wel weer binnen de toegestane tijd voor een consult bij een dokter. Dat had ie wel goed voor elkaar. 


Nee, ik vond het een armetierige vertoning. Het was een verhaal zonder ziel. Ik had nu juist gehoopt dat onze nieuwe man ons mee zou nemen naar de toekomst van de zorg, onze achilleshiel. Wat vergezichten zou presenteren over hoe de zorg in te richten voor een eventueel toekomstige pandemie. Nee, hij maakte ons bang en zei dat de besmettingen fors kunnen stijgen tot wel 80.000 per dag of zelfs meer. Mark Rutte knikte instemmend. Goed zo Ernst, zal ie gedacht hebben. Laat ze maar voelen dat we enorme risico’s nemen en dat daarom de stiefkinderen: de horeca, het theater en het museum niet mee mogen spelen. Het eerste wat aan het eind van de persconferentie in mij opkwam was: ‘is er een dokter in de zaal’? Ik wil weer een beetje kunnen lachen!


zondag 9 januari 2022

Omzien naar elkaar!









Vandaag staat de nieuwe ministersploeg op het bordes bij de koning. Tien mannen en tien vrouwen. Ik bedoel 10 mannen en 9 vrouwen, want Sigrid Kaag is even uit beeld. Een nieuwe ploeg, nieuw en oud door elkaar met ongetwijfeld veel ambities. Twintig ministeries, twintig eilanden ofschoon het motto is ‘omzien naar elkaar en vooruit kijken naar de toekomst’. Een kleine correctie hierop: omzien naar elkaar en vooruit kijken’, want als je vooruit kijkt heb je het al over de toekomst. Twintig ministeries. Da’s veel, toch mis ik er een: het ministerie van ‘Rare Loopjes’, want het loopt altijd anders dan de opzet was. Zo’n minister heeft dan de schone taak om kwesties die krom zijn recht te praten. Nu hebben we eigenlijk al iemand die daar heel goed in is. Driemaal raden wie dat is! Niet nodig, want die iemand is opnieuw de bovenbaas van ons land. En diezelfde Mark Rutte heeft net als het OMT inmiddels vierkante ogen met een vernauwende blik op samenleving. Wat telt bij hen zijn slechts de RIVM rekenmodellen. Hopelijk gaan de nieuwelingen in de ploeg voor meer omdenken zorgen zodat we van verdienmodel naar dienmodel, van verbieden naar bieden en van rekenmodel naar mensmodel gaan. 


Wat gaat in die context onze nieuwbakken coronaminister Ernst Kuiper ons brengen? Doorgaan met het belabberde beleid of van verbieden naar bieden gaan? Immers net als onze Vlamingen hebben we ook knaldrang, verlangen om de teugels weer wat te laten vieren. Zo kan het niet meer, dus Ernst kom met iets waar we ons aan vast kunnen klampen, wat hoop biedt. Want intussen zijn we een land geworden dat beter is in meningen ventileren dan tot daadwerkelijke oplossingen komen. We zijn verworden tot een pot stroop. Alles wat we doen plakt aan elkaar vast en brengt ons geen steek verder. Intussen loopt - wat ik noem - de welzijnsarmoede op. Waar ik ook kom, overal gaat het maar over één ding: de de pandemie. We kunnen haast nergens anders meer over praten, dat is pure armoede. Hierover gesproken. We krijgen een armoedeminister, ofschoon het voor een rijk land als het onze eigenlijk een gotspe is. Maar vooruit, het is hard nodig. 


Carola Schouten wordt de nieuwe minister van Armoede, Participatie & Pensioenen. Het klinkt een beetje als het ministerie van Rare Loopjes, want ik mis de samenhang. Of toch niet, want mensen die elk dubbeltje een paar keer om moeten draaien participeren niet of nauwelijks in onze samenleving. In het vorige kabinet was Carola Schouten minister van Landbouw, dus omploegen heeft ze wel geleerd. Want het wordt vast omploegen voor haar. Barbara Baarsma van de Rabobank zei in het praatprogramma M dat Carola in haar nieuwe rol, om het vertrouwen van de burger terug te winnen, vooral muurtjes moet gaan slechten tussen de verschillende departementen om tot een rechtvaardig beleid te komen waar mensen weer in gaan geloven. Dus aan Carola Schouten de taak om de luis in de pels worden. Het motto: ‘omzien naar elkaar en vooruit kijken’, moet zich diep in haar vezels gaan nestelen. Of ze dit zich voldoende realiseert is de vraag!

donderdag 30 december 2021

Knaldrang!

 



Bij onze zuiderburen is ‘knaldrang’ verkozen tot woord van het jaar. Dat vind ik een mooi woord dat ook prima past in het huidig tijdsgewricht. Op de tweede plaats eindigde het woord tegelwippen. Beide woorden spreken bij mij tot de verbeelding. Nu had ik bij tegelwippen wel wat andere associaties dan werd bedoeld, want je moet wat om de tijd te doden. Maar het gaat ergens anders over. Het gaat over tegels vervangen door groen, dat heeft in tegenstelling tot knaldrang dus niets met de pandemie te maken. Alhoewel, ook het klimaat houdt ons ook in de greep, al doen we daar nog wat schamper over. 


Het lukt de Vlamingen warempel iedere keer weer om woorden te bedenken die blijven hangen. Neem nou schrijver Dimitri Verhulst. Hij kan ook fraaie woorden  bedenken. Wie weet heeft hij ooit ‘knaldrang’ bedacht. Maar je zou ook kunnen denken dat het met voetbal te maken heeft. Hoe vaak hoor je op de tribune niet:‘knal ‘m er in! Niet dus, voor onze zuiderburen is knaldrang een vorm van verlangen om uit je bol gaan, een vorm van verlangen naar vrijheidsorgasme. Dat laatste woord heb ik nu ineens bedacht. Misschien een mooi woord van het jaar voor 2022? 


Eigenlijk ben ik wel een beetje jaloers op onze Vlamingen. Ze zijn heel goed in taal en in het bedenken van woorden die de fantasie prikkelen en bovendien iets te zeggen hebben. Want wie heeft nou geen knaldrang, iedereen wil weer gaan knallen. Al zullen de Vlamingen vast niet blij met die horde Nederlanders die - nu het in ons land niet kan - uit hun bol gaan in Antwerpen. Maar goed, wij hebben ook een woord van het jaar. Wat zeg ik: we hebben twee woorden zelfs. ‘Prikspijt’ kwam uit de koker van de Dikke van Dale en ‘Wappie’ uit de koker van ‘Onze Taal’. Heel apart allemaal. Het zijn twee woorden die je niet los van elkaar kunt zien. Toevallig? Ik weet het niet. Het is wel vreemd dat juist deze woorden zijn gekozen. Beide hebben een negatieve lading. En dat is jammer, want het levert bij mij absoluut geen knaldrang gevoel op. 


Wie heeft in godsnaam het woord prikspijt bedacht? Ik zou ‘prikplicht’ een toepasselijker woord van het jaar hebben gevonden. Maar dat zou niet verstandig zijn, want dan zou ik heel wat wappies over me heen krijgen die mij van alles gaan toewensen wat niet deugt. Daar zijn we in ons land intussen ook wel goed in of liever gezegd héél slecht in. Wappie en Prikspijt slaan nergens op. Herinner je je nog Peppi en Kokki? Dat was een tv-programma met twee onnozelaars in de hoofdrol die alles verkeerd deden. Je kon erom lachen, dat wel. Verander Peppi en Kokki in Prikspijt en Wappie en je hebt weer een nieuwe tv-serie voor jong en oud. Alleen jammer dat die onnozelheid van Prikspijt en Wappie ons wel de misère van opnieuw gesloten deuren heeft opgeleverd. Nee, ik voel me, als het gaat om het woord van het jaar, meer een Vlaming. Ook ik ben wel toe aan knaldrang ofwel aan een ultiem vrijheidorgasme!



Herkauwen

Wat deed ik acht jaar geleden op 27 augustus? Ik zou het niet weten. Maar er is een social media platform die dat wel weet en dat is Faceboo...