Posts

Oogjes dicht, snaveltjes toe

  H erinner je je de Fabeltjeskrant nog? Dat ging over de avonturen van spraakmakende dieren in het Grote Dierenbos. Een van de dieren was meneer den Uil. Hallo meneer den Uil, waar breng je ons naar toe? Aan het eind van iedere fabeltjeskrant zei meneer den Uil tegen de kinderen: oogjes toe en snaveltjes dicht. En dat deden kinderen natuurlijk braaf. En nu zijn we als volwassen mensen aan de beurt om een poosje meneer den Uil extra te gehoorzamen nu de avondklok gaat tikken. De komende weken zal, nadat Annechien Steenbergen als Truus de Mier met tuut, tuut, tuut het NOS-journaal van 20.00 uur afkondigt, meneer den Uil in de persoon van Mark Rutte op tv verschijnen om tegen ons te zeggen: oogjes dicht en snaveltjes toe. Naast hem zal zijn trouwe vazal Hugo de Jonge staan, alias Lowieke de Vos. Wat wordt zijn rol? Hij moet iedere keer nadat Meneer den Uil heeft gezegd: ‘oogjes dicht en mondjes toe’ hatsikidee roepen en een klap op de avondklok geven zodat ie gaat tikken. Op de ach...

Lockdownpijn!

Langzaamaan voel ik me als een fietsband die traag leeg loopt. Ik blijf wel doorfietsen, maar het kost me steeds meer moeite om vooruit te komen. Eigenlijk is het meer vals plat fietsen geworden totdat mijn fietsband echt leeg loopt. En nu ik dit schrijf is mijn fietsband – figuurlijk gesproken – leeg. Je leeg voelen en het niet precies kunnen duiden. Komt je dat ook bekend voor? Soms heb ik een vol gevoel, maar dan weet ik tenminste waar het vandaan komt. Of ik heb teveel gegeten of teveel gesnackt. Dat laatste is dan meer een guilty pleasure. Het lege gevoel voelt meer als fantoompijn. Ik noem het lockdownpijn! Nu kan ik hiermee wel naar mijn huisarts gaan, maar hoe leg ik haar dat uit. Nu is mijn huisarts wel een knappe en charmante verschijning waar ik met plezier naar toe gaat, ook al heb ik niets of iets vaags. Dus toch maar even gebeld met de assistente om haar mijn nieuwe onzichtbare kwaal voor te leggen. Ik zei tegen haar: ik denk dat ik lockdownpijn heb. Aan de andere kant...

Een tv met een glimlach!

De driekoningen zijn weer vertrokken naar het Oosten, waar het ook moge zijn. Mijn mini-kerstboompje met gekleurde lichtjes is ook vertrokken. Dit boompje had ik met enige tegenzin gekocht, maar ik had weinig keus. Alle niet-essentiële winkels waren immers weer eens dicht én notabene mijn kerstarrangement ging ook niet door. Noodgedwongen moest ik thuisblijven in mijn appartement zonder kerstversiering. Wat te doen? Gelukkig bood AH uitkomst, te weten een bonus mini-kerstboompje met gekleurde lichtjes. Stiekem heb ik toch genoten van het gekleurde schattige kerstboompje. Het deed mijn teleurstelling over het niet doorgaan van mijn kerstarrangement min of meer vervagen. Met kerstmis zou ik me namelijk vier dagen culinair laten verwennen in hotel ’t Kruisselt in de Lutte. Ik had afgesproken dat ik op eerste en tweede kerstdag pas na acht ’s avonds zou gaan tafelen. Maar na 20.00 uur mag er geen alcohol meer worden geschonken, met dank aan Hubert Bruls, de voorzitter van het veiligheids...

Mag het licht uit?

Afbeelding
Wakker worden met ‘Mag het licht uit’ gezongen door Huub van der Lubbe, zanger van De Dijk, is wel heel apart en tegelijkertijd exemplarisch voor dit tijdsgewricht. Zo langzamerhand is namelijk bij veel mensen het licht aan het uitgaan. En ook het lichtknopje voor een verlichte kerst lijkt verder weg dan ooit, alle goede bedoelingen ten spijt. Onze coronawijsneuzen doen hun best en herhalen keer op keer het mantra om het virus uit te bannen. Maar ook zij kunnen nog amper het lichtknopje vinden om ons te bewegen tot het bewaren van onderlinge afstand. Inderdaad: het mantra: ‘houd anderhalve meter afstand’ is een waxinelichtje geworden en dooft langzaam uit.  Ik merk dat zelf ook en zie dat om me heen. Laten we daarom eerlijk tegen elkaar zijn. Wij mensen zijn niet geboren om afstand van elkaar te houden, dat zit niet in ons DNA. Onze aaibaarheid begint al op onze geboortedag, het zit dus diepgeworteld. Er wordt iets van mensen gevraagd wat eigenlijk niet kan, wat tot mislukken is ge...

Olifant Buba

Afbeelding
  Dit jaar vind ik 1 december een memorabele dag. Op deze dag begint de meteorologische winter. Niet dat ik daar al iets van heb gemerkt. Eigenlijk wil ik het helemaal niet over de winter hebben, want de winter is de winter niet meer. Alhoewel Willeke Alberti er wel een schoon lied over heeft gezongen: ‘De winter was lang zonder jouw liefde’. Daar zal het wel bij blijven. Immers schaatsen op natuurijs wordt iets van in je dromenland, vermoed ik. Alleen kan het schaatsen wel in Winterswijk. Daar gaan schaatsers gewoon over één nacht ijs, dankzij een stevig staaltje techniek, bedacht door de TU Twente. Dus rest voor de schaatsliefhebber, die niet in Winterswijk woont, misschien het rijden van een scheve schaats. Het is wel zo dat je je dan op glad ijs begeeft. Natuurlijk wil ik dat niet promoten, maar een ding is zeker: je hebt geen natuurijs nodig, alleen een andere scheve schaats. Goed, ik had al gezegd dat ik niet over de winter wil orakelen. Nee, ik wil het over Buba en Hugo de...

De zooliste

Vanmorgen, op weg naar de Zooliste, liep ik door de Vughterstraat. De Zooliste?, hoor ik jullie denken. Onze columnist zal wel in de war zijn. Klopt, ik ben een beetje in de war. Maar de Zooliste bestaat echt. Sterker gezegd: het is notabene een aantrekkelijke ambachtelijke schoenmaker in de binnenstad. De Zooliste zal het vast wel druk hebben, want er wordt wat afgewandeld. We lopen, al dan niet zuchtend onder het strakke virusregime, haast de hakken en de zolen van onze schoenen. Zuchten, veel zuchten in deze ongrijpbare tijd. Het lijkt mij dan ook niet zo gek dat, wanneer corona eindelijk met de noorderzon is vertrokken, er veel voer is voor psychologen en hulpverleners. Ik denk dat straks onze geestelijke hulpverleners zo overbelast raken dat er weer een nieuwe lockdown moet worden afgekondigd.' Inmiddels loop ik bij Ekoplaza, de pleisterplaats voor gans vegetarisch Den Bosch. Overigens hoorde ik dat mensen die vegetariër of erger veganist zijn eerder hun botten breken, dus E...

Ja nee!

M et mijn boodschappen in de tas liep ik AH uit op weg naar mijn fiets. Ik had mijn mondkapje nog op, want ik kan geen twee dingen tegelijk: mondkapje afdoen en boodschappen dragen. ‘Zo George, je hebt  weer boodschappen gedaan’.  Aangezien mijn bril – met dank aan mijn mondkapje - weer opnieuw was beslagen zag ik niet zo snel wie de man was die mij aansprak. Ik deed mijn mondkapje af en kreeg weer helder zicht en zag dat Willem, met zijn onafscheidelijke sigaar in zijn mond, voor me stond. Willem is een oud-collega van me. Inmiddels een oude knar die nog goed voor zichzelf kan zorgen. Het is een taaie die zich niet gemakkelijk laat omblazen. Willem blinkt uit in zijn recht voor zijn raap taal en is zeker niet van de dialoog. ‘Het zijn hele rare tijden’, zei hij.   Zeg dat wel, Willem. Ik dacht dat hij op de coronacrisis doelde of nog gekker de apocalyps van de Amerikaanse verkiezingen. Niets van dat al. Hij wilde het vooral hebben over een pas overleden vriend, een bek...